|
Ontwikkelingslanden starten economisch
front
Door Thalif Deen
DOHA, 14 juni 2005 - De idee van een
economisch front tussen alle ontwikkelingslanden maakt weer
opgeld. Woensdag en donderdag komen in de Katerese hoofdstad
Doha 132 ontwikkelingslanden bijeen voor gesprekken over
onderlinge handel en economische samenwerking. De Top van
het Zuiden moet een actieplan opleveren om de Zuid-Zuidsamenwerking
te bevorderen.
"We moeten de eenheid en de solidariteit
van de ontwikkelingslanden versterken. Dat is een noodzakelijke
voorwaarde om de onderhandelingspositie van het Zuiden op
internationale fora te verbeteren, zegt Nassir Abdulaziz
Al-Nasser, de permanente vertegenwoordiger van Katar bij
de VN. De Katarese gastheren verwachten veel van de top.
In de economische relaties tussen ontwikkelingslanden
wegen feiten stilaan zwaarder dan retoriek. Economische
zwaargewichten als China, India en Brazilië blijven
snel groeien. Daarenboven vordert de internationale vervlechting
van de meeste ontwikkelingslanden met rasse schreden. De
Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten besliste al in
2003 dat ze tegen 2020 een Economische Gemeenschap wil vormen.
De tien Aseanlanden hebben intussen ook belangrijke samenwerkingsverdragen
met China en India getekend, de economische grootmachten
van de toekomst. Bangladesh, Bhutan, India, Birma, Nepal,
Sri Lanka en Thailand willen tegen 2017 een vrijhandelszone
vormen. De Mercosur en de Andesgemeenschap, de twee handelsblokken
van Zuid-Amerika, zijn ook aan een integratieproces bezig.
Voor een deel is het de geïndustrialiseerde
wereld die de ontwikkelingslanden in elkaars armen drijft.
De door de rijke landen gedomineerde wereldhandel en internationale
investeringsstromen blijven zo onevenwichtig, dat de landen
van het Zuiden zich wel gedwongen voelen na te gaan wat
ze onder elkaar kunnen doen. Maar de dynamiek van snel groeiende
landen, met reus China op kop, maakt dat de landen van het
Zuiden zich ook automatisch naar elkaar toe bewegen. China
is de belangrijkste afzetmarkt geworden voor zijn Aziatische
buurlanden. Zelfs Latijns-Amerikaanse landen als Brazilië
en Argentinië hebben op korte tijd hun export naar
China verdubbelt.
De Top van het Zuiden in Doha brengt alle
ervaringen met regionale samenwerkingsakkoorden en bilaterale
overeenkomsten samen om uit te maken hoe je de groeiende
economische relaties tussen ontwikkelingslanden het best
stimuleert. De top is eigenlijk een bijzondere bijeenkomst
van de G77, het samenwerkingsverband van de ontwikkelingslanden
in de VN. Verwacht worden vertegenwoordigers van 132 ontwikkelingslanden,
waaronder de Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika,
zijn Venezolaanse ambtsgenoot Hugo Chávez en de Nigeriaanse
president Olusegun Obasanjo.
Een nieuw rapport van de VN noemt naast
China en Katar ook Brazilië, India en Cuba als ontwikkelingslanden
die zich bijzonder inzetten voor Zuid-Zuidsamenwerking.
Brazilië is niet alleen in Latijns-Amerika maar ook
in Azië en Afrika actief. Het levert bijstand aan andere
ontwikkelingslanden in de gezondheidszorg, het openbaar
bestuur, het onderwijs, op het vlak van energie en milieu
en in programma's die kleine ondernemingen meer kansen moeten
bieden. China, de belangrijkste afzetmarkt voor veel grondstoffen,
heeft een indrukwekkende reeks van handels- en ontwikkelingsovereenkomsten
getekend met andere ontwikkelingslanden. India speelt een
leidende rol in de informaticasector en heeft net als China
opleidingsprogramma's voor mensen uit andere ontwikkelingslanden
opgezet.
Symbolisch voor de toenemende Zuid-Zuidsamenwerking
zijn grote infrastructuurprojecten die de landen in bepaalde
regio's nog meer naar elkaar moeten doen toe groeien. In
Azië werken 32 landen mee aan de pan-Aziatische snelweg,
een netwerk van goede wegen dat al die landen met elkaar
moet verbinden.
Maar de VN waarschuwen dat veel
Afrikaanse landen en ook Minst Ontwikkelde Landen of geografisch
geïsoleerde gebieden op andere continenten ver achterop
lopen en helemaal uit de boot dreigen te vallen. "Afrikaanse
wegen, luchtverbindingen en spoorwegen zijn vaak van slechte
kwaliteit - als ze al voorhanden zijn," schrijven de
auteurs van het VN-rapport. Regelneverij vertraagt het verkeer
van goederen en mensen in Afrika nog meer. De meeste van
de 20 Afrikaanse beurzen trekken niet genoeg kapitaal aan
en kunnen internationale transacties niet goed aan. De Afrikaanse
Unie botst op al die hindernissen bij haar pogingen om tot
meer samenwerking te komen tussen Afrikaanse landen. (IPS)
|