|
'Bush liegt over toename hulp aan Afrika'
Door Jim Lobe
WASHINGTON, 28 juni 2005 - President
George W. Bush beweert dat de Amerikaanse hulp aan Afrika
tussen 2000 en 2005 is verdrievoudigd, maar in werkelijkheid
gaat het maar om een toename van 56 procent. Dat zegt de
Brookings Institution,
een van de oudste denktanks in Washington. Het rapport is
geschreven door Susan Rice, van 1993 tot 2001 adjunct-staatssecretaris
voor Afrikaanse Zaken onder oud-president Clinton.
"De voorbije vier jaar hebben we
onze steun aan Afrika ten zuiden van de Sahara verdrievoudigd,
en Amerika levert nu bijna een kwart van alle hulp in de
regio", zei Bush op 7 juni aan de Britse premier Tony
Blair.
Klopt niet, zegt het rapport dat
de Brookings Institution
maandag vrijgaf. De hulp aan Afrika is onder Bush niet eens
verdubbeld, laat staan verdrievoudigd. Tussen het fiscale
jaar 2000 (het laatste volledige jaar waarin Bush nog geen
president was) en 2005 steeg de hulp aan Afrika met 56 procent.
Dat is vooral toe te schrijven aan het budget voor noodvoedselhulp,
dat bijna verdubbelde. De officiële ontwikkelingshulp
gericht op lange termijn (wat de OESO in Parijs meerekent
als ODA, official development
assistance) steeg tijdens
diezelfde periode maar met 33 procent. Als je het bedrag
meetelt dat voor 2005 al is toegekend maar nog niet uitgegeven,
is de totale hulp aan Afrika sinds 2005 met 78 procent toegenomen,
en de ODA met 74 procent.
"De retoriek is mooier dan
de werkelijkheid", zegt Rice, na haar periode als adjunct-staatssecretaris
nu ook verbonden aan het Centre
for American Progress, een
andere denktank.
Inhoudelijk vindt Rice de prestaties van
Bush op vlak van ontwikkelingssteun aan Afrika "gemengd".
Positief is ze over zijn noodplan voor aids (PERFAR), dat
over een periode van vijf jaar 15 miljard dollar vrijmaakt
voor aids-projecten in 15 landen, waarvan 12 in Afrika.
Toch wordt ook dat plan in haar ogen ontsierd door de strakke
bestedingsvoorwaarden en door het feit dat het meeste geld
via het bilaterale programma van de VS wordt uitgegeven,
en niet via het multilaterale Wereldwijd Fonds tegen Aids,
Tuberculose en Malaria.
Rice is scherper over de Millennium
Challenge Account (MCA), een
project dat Bush aankondigde tijdens de VN-top over ontwikkelingsfinanciering
in Monterrey in 2002. Dat project zou vanaf het fiscale
jaar 2003 gedurende drie jaar 10 miljard dollar aan extra
steun toekennen aan landen die doorgedreven economische,
corruptiebestrijdende en politieke hervormingen beloofden,
en vanaf 2006 vijf miljard dollar per jaar.
"Het MCA bestaat alleen in naam",
zegt Rice onomwonden. Hoewel het Amerikaanse parlement de
voorbije twee jaar inderdaad 2,5 miljard dollar opzij heeft
gezet, heeft het nieuwe agentschap nog maar vier projecten
goedgekeurd: in Honduras (215 miljoen dollar), Nicaragua
(175 miljoen dollar), Kaapverdië (110 miljoen dollar)
en Madagaskar (108 miljoen dollar), naast 400.000 dollar
administratiekosten. Omdat het zo traag werkt, gaat het
parlement nu het mes zetten in het toegekende budget. Rice
vindt het tekenend voor de malaise dat MCA-directeur Paul
Applegarth eerder deze maand zijn ontslag aankondigde.
Het Brookingsrapport specificeert
nog dat, op de toename van de noodvoedselhulp na, de meeste
stijgingen in het Amerikaanse budget voor ontwikkelingssamenwerking
te maken hebben met veiligheid. De bijdragen aan vredesmissies
steeg met 263 percent in 2005 in vergelijking met 2000,
overzeese militaire uitgaven - gebruikt voor training en
aankoop van materiaal - steeg 163 percent. Programma's voor
non-proliferatie, antiterrorisme, ontmijning en drugbestrijding
kregen dubbel zoveel geld. (IPS)
Andere bron:
Brookingsrapport
|