|
'Witte Huis kiest voor plan B in Irak'
WASHINGTON, 1 juni 2007 - Gelooft de
Amerikaanse regering nog dat haar eigen troepen de opstanden
in Irak de kop kunnen indrukken? Goed geïnformeerde
Amerikaanse kranten schrijven dat de regering-Bush er intussen
van uitgaat dat ze haar soldaten in Irak ten laatste begin
volgend jaar massaal moet beginnen terugtrekken.
Op het terrein is er van die ommezwaai
nog niets te merken. Door de troepenversterkingen die de
Amerikaanse regering sinds begin dit jaar naar Irak stuurde,
hebben de VS er nu bijna 165.000 militairen. De extra troepen
moeten het geweld tussen soennieten en sjiieten in Bagdad
de kop indrukken. Maar nu worden er meer aanslagen gepleegd
in de naburige provincies en in andere steden, terwijl de
situatie in de hoofdstad na een aanvankelijke verbetering
alweer verslechtert.
De voorbije dagen schreef een hele reeks
Amerikaanse journalisten met goede contacten in regeringskringen
dat het Witte Huis er nu van uitgaat dat de grote Amerikaanse
legermacht niet lang meer in Irak zal kunnen blijven. Het
lijkt erop dat Bush zich knarsetandend schikt naar de aanbevelingen
die de Iraq Study Group (ISG)
in december bekend maakte.
De werkgroep van Democratische en Republikeinse
buitenlandexperts, die geleid werd door James Baker en Lee
Hamilton, raadde het Witte Huis aan bijna alle gevechtstroepen
tegen maart 2008 uit Irak weg te halen. De overblijvende
Amerikaanse soldaten zouden zich moeten toeleggen op de
opleiding van Iraakse troepen, de bescherming van Amerikaanse
installaties en de jacht op de Al-Qaedastrijders die in
het land vermoed worden.
Ondertussen zouden de VS ook gesprekken
moeten aanknopen met Syrië en Iran, twee landen die
kunnen helpen Irak te stabiliseren. Bush wees ook die laatste
aanbevelingen in december van de hand, maar lijkt daar al
sinds enige tijd op terug te komen.
"Ja, dat Baker-Hamiltonplan lijkt
nu het officiële beleid van het Witte Huis te zijn",
schreef David Ignatius donderdag in zijn column voor de
Washington Post. De New
York Times meldde vorig weekend al dat de regering
aan "concepten" werkt om de troepensterkte in
Irak tegen het midden van 2008 terug te brengen tot 100.000
manschappen. Tegen die tijd loopt de campagne voor de Amerikaanse
presidentsverkiezingen van dat jaar op volle toeren.
Amerikaanse militairen ter plaatse, zoals
luitenant-generaal Ray Odierno die het bevel voert in Bagdad,
pleiten ervoor de huidige troepensterkte ook in 2008 ongewijzigd
te houden. Maar dat lijkt politiek gezien onhaalbaar.
"Weinig of geen Republikeinen willen
de verkiezingen ingaan met 150.000 Amerikaanse soldaten
die nog altijd onder vuur liggen", schreef de politieke
analist David Broder donderdag in een andere column in de
Washington Post. In zijn stuk
citeerde Broder de "verrassend realistische" Mitch
McConnell, de voorzitter van de Republikeinse fractie in
de Senaat. Volgens McConnell "gaan we in de herfst
een andere kant uit" en zal de president die koerswijziging
leiden.
In een opiniestuk met als titel "De
lessen van Vietnam" dat donderdag in de Los
Angeles Times verscheen, breekt zelfs de voormalige
buitenlandminister Henry Kissinger een lans voor het Baker-Hamiltonplan.
Kissinger stond altijd achter de oorlog in Irak en adviseerde
de voorbije jaren Bush en de huidige buitenlandminister
Condoleezza Rice. Maar nu lijkt ook Kissinger ervan overtuigd
dat Amerika zijn troepenmacht in Irak moet afslanken.
"Het welslagen van een strategisch
plan kan niet worden vastgemaakt aan een arbitraire deadline...
Maar het mag ook het uithoudingsvermogen van het Amerikaanse
publiek niet zozeer op de proef stellen dat het de nodige
steun verliest in het politieke proces. We moeten een politieke
oplossing distilleren uit de deels overlappende en deels
tegengestelde standpunten van de Iraakse partijen, de buurlanden
en andere betrokken landen. Anders kan de Iraakse ketel
overstromen en iedereen overspoelen", schrijft Kissinger.
(IPS, Jim Lobe)
|