|
VN bezorgd over moorden op hulpverleners
NEW YORK, 24 juni 2007 - De Verenigde
Naties maken zich zorgen over de stijging van het aantal
moorden op humanitaire werkers en hulpverleners in conflictgebieden.
Dat zei de noodhulpcoördinator van de VN, John Holmes,
vrijdag.
De afgelopen maanden kwamen zon
dertig hulpverleners om. Het betrof onder andere 24 hulpverleners
op Sri Lanka, twee medewerkers van het Rode Kruis in Libanon,
twee VN-medewerkers in Gaza, een medewerker van Artsen zonder
Grenzen in de Centraal Afrikaanse Republiek en een medewerker
van Caritas International in Darfur. Ze werden allemaal
gedood tijdens een humanitaire missie.
De Veiligheidsraad van de VN hield vrijdag
een open debat over de veiligheidssituatie in conflictgebieden.
Ambassadeur Michael von Ungern-Sternberg uit Duitsland,
afgevaardigde namens de Europese Unie, constateerde dat
het aantal conflicten sinds 1989 is afgenomen, maar dat
het aantal burgers dat te maken heeft met de gevolgen dan
gewapende conflicten, blijft groeien. Hij zei zich eveneens
zorgen te maken over het toenemend aantal journalisten dat
omkomt in oorlogssituaties, met name in Irak.
Tijdens de bijeenkomst kwam ook de verantwoordelijkheid
van de VN in conflictgebieden aan de orde. In 2005 namen
de leiders van 150 landen een resolutie aan waarin de verantwoordelijkheid
van de VN werd onderstreept als het gaat om het beschermen
van burgers tegen genocide, oorlogsmisdaden en etnische
zuivering. De Verenigde Naties schieten tekort in die taak,
erkende Holmes.
Vorige week kwamen achttien kinderen
om bij aanvallen door opstandelingen multinationale troepen
in Afghanistan. De VN-missie in Irak schat dat in 2006 dagelijks
zon 94 burgers omkwamen als gevolg van militaire acties
door diverse strijdende partijen. Alleen al in de eerste
drie maanden van dit jaar kwamen meer dan 700 Irakezen om.
Meer dan 1.200 burgers raakten gewond bij aanvallen. Ook
in landen als Afghanistan, Libanon en Somalië vallen
steeds meer slachtoffers, zei Holmes. (IPS,
Thalif Deen)
|