|
Fallujah nadert nieuw kookpunt
FALLUJAH, 27 juni 2007 - De belegering van Fallujah gaat
zijn tweede maand in. De strikte avondklok en veiligheidsmaatregelen
maken het leven erg moeilijk en zelfs mensen die eerder
aan de kant stonden van de met de Amerikanen samenwerkende
Iraakse politie, hebben het nu helemaal gehad.
Fallujah heeft het al meegemaakt. De stad
op zestig kilometer ten westen van Bagdad die grotendeels
aan de kant van het Iraakse verzet staat, werd door het
Amerikaanse leger twee keer aangevallen in 2004. De tweede
aanval vernielde bijna driekwart van de stad.
Op 21 mei van dit jaar stelden de Amerikaans-Iraakse
strijdkrachten in Fallujah extra strenge beveiliging in,
als reactie op voortdurende aanvallen. Extra checkpoints
beperken de bewegingsvrijheid en veel winkels zijn dicht.
De meeste bewoners kunnen het ziekenhuis niet meer bereiken,
omdat dat aan de andere kant van de rivier Eufraat ligt
dan het grootste deel van de stad. Gsm-verkeer werd al een
jaar geleden opgeheven door de plaatselijke politie. Bewoners
zeggen dat ze gemiddeld twee uur op vierentwintig elektriciteit
hebben. De avondklok beperkt de mogelijkheden om betaalbaar
voedsel in te slaan.
Plaatselijke niet-gouvernementele organisaties
zoals de Iraqi Aid Association (IAA) zeggen dat ze de stad
niet meer binnenmogen van het Amerikaanse leger. "We
hebben voorraden maar we krijgen ze niet tot bij de gezinnen",
zegt IAA-woordvoerder Fatah Ahmed. De mensen zijn bang om
uit hun huizen te komen om eten te kopen. Kinderen krijgen
diarree van het vuile water dat ze moeten drinken. We kennen
gevallen van zwangere vrouwen die thuis moeten bevallen
omdat de avondklok hen verhindert naar het ziekenhuis te
gaan."
Onder het huidige regime voelen de bewoners
zich in alle opzichten beperkt en ingesloten. Zelfs onder
de meest gematigde burgers slaat de stemming om. "We
gaven de politiemacht onze volledige steun", zegt een
gemeenschapsleider in Fallujah, die Ahmed genoemd wil worden.
"Van mensen die beweerden dat de politie alleen ten
dienste van de bezettingsmacht zou werken, zeiden we dat
ze tegen stabiliteit en orde waren. Ongelukkig genoeg, blijken
ze nu absoluut gelijk te hebben gehad."
"We zweten ons dood omdat sommigen
onder ons deelnamen aan die vervloekte verkiezingen (van
januari 2005)", zegt een veertigjarige advocaat die
anoniem wil blijven. De temperatuur in Fallujah bedraagt
momenteel tot 45 graden. "De wijze mannen raadden ons
toen aan niet te gaan, maar wij geloofden die bedriegers
van de Islamitische Partij die betere tijden beloofden."
Net als velen in de stad beschuldigt hij de pro-Amerikaanse
Islamitische Partij ervan de leider te zijn van het 'veiligheidsplan'
in de provincie.
"Ze doden ons nu met een nieuw wapen",
zegt een jongeman die zijn gezicht bedekt. "De prijzen
swingen de pan uit. Een gasbus kost vijftien euro, een kilo
tomaten meer dan een euro, en mensen kunnen niet naar hun
werk."
"Amerikaanse scherpschutters op de
daken amuseren zich met toekijken hoe wij rondlopen om iets
te eten te vinden voor onze gezinnen. Ze lachen ons uit
en geven ons bijnamen", zegt de 55-jarige Hajji Mahmood.
"Ze zouden moeten beseffen dat Fallujah nog altijd
dezelfde stad is die hen drie jaar geleden buitenschopte."
"Ik vind het vrij vreemd dat je een
stad van alle levenstekens beroofd onder het mom dat je
de Irakezen vrede en vooruitgang brengt", zegt een
andere inwoner. "Arabieren, moslims en alle internationale
leiders moeten zich schamen omdat ze zelfs niet praten over
wat hier gebeurt."
De coördinator van de veiligheidsoperaties
in de provincie, luitenant-kolonel Azize Abdel-Kader, zegt
dat de avondklok nodig was om de veiligheid te waarborgen.
"Het is een tijdelijke maatregel die we spoedig hopen
te beëindigen", zei hij vorige week in Bagdad.
"We bestuderen manieren om hulpagentschappen toegang
te verlenen tot Fallujah, maar voorlopig is dat te gevaarlijk."
Al meer dan een maand mogen er geen
auto's door de straten van de stad rijden. Oorspronkelijk
was er ook een verbod op fietsen, maar inwoners kregen intussen
de toestemming die weer te mogen gebruiken. Ala'a, een lerares
van 34, wordt er cynisch van. "Dank aan God en aan
president Bush voor dat grote voorrecht", schampert
ze. "We zijn nu de enige stad in de bevrijde wereld
waar vrij gefietst kan worden." (IPS,
Ali al-Fadhily)
|