|
Europa als voortuin van pensioentrekkers

Andrzej
Krauze
4 Juni 2012 FRANKFURTER
ALLGEMEINE ZEITUNG [1] De
politieke partijen van Europa verkommeren in de crisis.
Ongeacht hun ideologische oriëntatie komen ze alleen
nog op voor de belangen van de pensioentrekkers en beloven
ze vrolijk aanwas uit vroegere jaren, waar al lang niets
meer van over is.
De crisis, die in Europa nog maar net
is begonnen, gaat al lang niet meer alleen om de euro en
zijn verwoestende uitwerking op de verschillende Europese
economieën. Een fundamentele bouwsteen van de moderne
democratie wordt intussen steeds dieper in de draaikolk
meegezogen: de politieke partijen.
Dat sinds een jaar of twee regeringen
van Slowakije tot Portugal de één na de ander,
en ongeacht hun politieke oriëntatie, naar huis zijn
gestuurd, is slechts de eerste aanwijzing dat het hele systeem
ziek is. In werkelijkheid zijn door het dictaat van de economie
de verschillen tussen de politieke alternatieven die in
een democratische concurrentie met elkaar om de macht strijden,
uitgevlakt.
Het duidelijkst is dat in Griekenland
te zien. De wieg van de democratie gaat nu voor niets naar
de stembus. De enige mogelijke beslissing, uit de euro en
zo mogelijk de Europese Unie te treden en Griekenland bankroet
te laten gaan, heeft geen enkele partij in het verkiezingsprogramma
durven uitspreken. In plaats daarvan treden de partijen
op als schaduwen van hun voormalige ideologieën
als zombies uit de tijd dat er nog iets te verdelen viel.
Europese burgers steken kop in
het zand
De traditionele volkspartijen, die
dikwijls in de armoede van de naoorlogse jaren groot zijn
geworden, zijn blijkbaar niet meer in staat om de rommel
op te ruimen. In Italië is miljardair en volkstribuun
Berlusconi door de uit de hand gelopen staatsschuld uit
zijn ambt verdreven. Maar ook de oppositiepartijen van links
zijn er niet in geslaagd in het daardoor ontstane gat te
duiken.
In plaats daarvan is de hele klasse der
gematigde politici gecapituleerd. Ze hebben de bezuinigingsmaatregelen
overgelaten aan een externe technocratenregering.
Nu zijn de ondernemers van het land vooral bang dat de duurste
politieke klasse van de wereld na de eerstkomende verkiezingen
het roer weer zal overnemen en opnieuw koers zal zetten
naar de afgrond.
Tot nu toe hebben de Europese burgers
de kop in het zand gestoken en weigeren ze de ernst van
de situatie onder ogen te zien; ze hopen dat het ergste
zal overwaaien en dat alles weer net zo gemoedelijk zal
worden als vroeger.
Henk en Ingrid willen niet bezuinigen
De zojuist gekozen president Hollande,
een econoom, heeft zijn stemmen louter met groeibeloften
weten te verkrijgen: meer uitgaven aan sociale voorzieningen,
meer ambtenaren en daarbovenop ook nog eens vroeger met
pensioen. Deze laatste belofte heeft zich tot het summum
van de Europese utopie ontwikkeld.
Terwijl de hele wereld nu naar Duitsland
loert als de vermoedelijk laatste goedlopende economie,
zien de begerigen over het hoofd dat ook de Duitse oudedagsvoorzieningen
uiteindelijk onbetaalbaar zullen worden.
De partijen stellen zich daarbij weliswaar
volledig onverantwoordelijk op, maar dit is niet helemaal
onlogisch. Wie verkiezingen wil winnen, moet blijven liegen.
In Nederland is de sluwe populist Geert Wilders vooralsnog
opgehouden zijn Islamhaat te prediken. Hij gaat nu tekeer
tegen de geldverspillers in Brussel en tegen de euro, en
looft de goede oude verzorgingsstaat ten gunste van de blanke,
vergrijzende autochtonen, die hij in zijn simpele retoriek
Henk en Ingrid heeft gedoopt.
Henk en Ingrid, en al die miljoenen Europese
gepensioneerden, vutters, ambtenaren of anderszins uit de
belastingen betaalde profiteurs van de herverdeling geven
allang de doorslag bij alle verkiezingen. Bij hun hoef je
niet aan te komen met bezuinigingen. Toen in Oostenrijk
onlangs een besloten congres van beide grote volkspartijen
een besluit moest nemen over maatregelen om de oudedagsvoorzieningen
betaalbaar te houden, kon men het over geen enkele bezuiniging
eens worden behalve over de invoering van collegegeld
voor studerenden en een beperking van de kinderbijslag.
Daardoor werden precies degenen getroffen die ontlast zouden
moeten worden en op wier schouders de toekomst van de verzorgingsstaat
ligt.
Volkspartijen beheerd door pensioenfondsen
In werkelijkheid zijn in de Europese
volkspartijen niet de voorzitters de baas, maar de beheerders
van de pensioenfondsen, die sinds de vette jaren zeventig
het geld hebben verdeeld en nu hun grijze clientèle
royaal door hun pensioentijd heen willen loodsen. Het is
geen toeval dat de enige partijpolitieke utopie, die na
decennia van socialisme, groene politiek en Europa-gezindheid
is overgebleven, ook bij de jongeren op levenslange bureaucratisering
uitdraait: de jonge Nederlandse kiezers eisen arbeidsplaatsen
bij de overheid en geen structurele hervormingen. En de
Duitse piraten willen een basisinkomen voor nietsdoen en
vrij gebruik van allerlei inhoud op het internet, die door
de creatieven in de wereld gratis moet worden geleverd.
De Europese politieke partijen die van
de crisis profiteren, zingen samen het hooglied van de geldkraan:
Ons geld voor onze mensen, wat zich laat vertalen
als: Onze kredieten voor onze mensen.
Zo verworden organisaties, die eertijds
op solidariteit en naar elkaar toe groeien waren gericht,
tot het domein van populistische vrekken en afpersers: Europa
als voortuin van de pensioentrekkers, die hun perceel desnoods
gewapenderhand verdedigen. Ooit machtige stromingen als
de sociaaldemocratie zijn in Italië en Griekenland
geestelijk en moreel al failliet, omdat zij verworden zijn
tot de belangenbehartigers van vakbondsleden en ambtenaren,
terwijl de belangen van immigranten, jongeren, werklozen
en slecht opgeleiden volledig uit het zichtveld van verzadigd
links zijn verdwenen.
Europeanen lopen weg voor problemen
Elders, zoals in Nederland of Frankrijk,
bevinden de christendemocraten zich in een vrije val, omdat
hun trouwe kiezers uit de provincie zich nu
veiliger voelen in het pensioenparadijs van de rechtse populisten.
Zolang de Europese burgers ervan overtuigd
blijven dat de politiek net als in het recente verleden
uitsluitend om de herverdeling van meerwaarde draait,
zal er niets veranderen aan de misère van de partijen.
Waar dit toe leidt? In Griekenland maken
de verkiezingen partijpolitiek gezien als helemaal geen
verschil meer; hier regeert de paniek. In Italië zijn
de burgerlijke elites begrijpelijkerwijs bang voor de terugkeer
van de politieke klasse, die nergens op wil beknibbelen,
en al helemaal niet op de eigen privileges. In Frankrijk
zijn de mercantilistische herverdelers als overwinnaars
uit de stembusstrijd gekomen. In België is met succes
zonder partijen geregeerd en koerst men nu zonder geld en
zonder hervormingen op de volgende periode van onregeerbaarheid
af. In Nederland, dat van Europa afhankelijk is, zullen
spoedig twee van de drie grootste partijen het huidige Europa
en de huidige euro afwijzen. In talloze door het kredietwezen
geruïneerde landen met een jeugdwerkloosheid van ruim
dertig procent denk aan Spanje, Portugal en Ierland
maakt het partijpolitiek niet uit, welke ideologische
richting het puin mag ruimen.
Ooit zullen de Europeanen wel moeten inzien,
dat het niet verkeerde partijprogramma's zijn die hun problemen
opleveren, maar dat zij zélf het probleem zijn, en
dat zij daarvoor weglopen. Het zal spannend zijn om te zien
wat er tegen die tijd nog van het partijensysteem over is.
[1]
http://www.360magazine.nl/in-het-nieuws/859-
europa-als-voortuin-van-pensioentrekkers
|