|
Rijke landen romen ontwikkelingshulp
af
JOHANNESBURG, 6 juli 2006 - Maar liefst
een kwart van het geld dat rijke landen jaarlijks vrijmaken
voor ontwikkelingshulp, gaat naar onderzoek, opleiding en
consultants in en uit eigen land. Een aanzienlijk deel van
die 20 miljard dollar is pure verspilling, zegt de Zuid-Afrikaanse
ngo ActionAid International.
Action Aid maakte de berekening op basis
van de gegevens over de officiële ontwikkelingshulp
in 2004. De studie 'Real Aid 2' stelt de hoge kost aan de
kaak van wat "technische assistentie" heet, een
kostenpost waarmee donorlanden onderzoek, training en consultancy
aanduiden. Vooral aan consultancy wordt te veel uitgegeven,
vindt de Zuid-Afrikaanse ngo. Het kost ongeveer 200.000
dollar per jaar om een consultant op missie te onderhouden.
Sommige consultants verdienen 1000 dollar per dag,
zegt Sande Mukulira van ActionAid.
De hoge salarissen van westerse
consultants zetten kwaad bloed bij hun collegas en
bij het publiek in het Zuiden, stelt het rapport.
Zij moeten een maand werken voor wat de buitenlandse experts
verdienen op een dag of op een paar uur.
Erger misschien is dat die dure consultants
vaak slecht advies geven. Vaak komen hun dure oplossingen
neer op wat ActionAid spookhulp noemt. Het rapport
'Real Aid 2' geeft als voorbeeld de Japanse pompen voor
een irrigatieproject in het Tanzaniaanse Bagamoyo. De boeren
kregen een opleiding om ze te bedienen in de jaren negentig,
maar door de kost van de diesel en het gebrek aan lokale
expertise wordt nu nog maar een deel van de pompen gebruikt.
Een andere praktijk die tot spookhulp
leidt, is de gebonden hulp. Geld voor ontwikkelingshulp
dat besteedt wordt aan facturen van bedrijven uit de donorlanden.
Tussen 2005 en 2006 ging 80 procent van alle contracten
die de DfID (Het Britse ministerie van ontwikkelingshulp)
tekende naar Britse bedrijven. Dat heet dan ontwikkelingsgeld,
maar het blijft netjes in de UK,'' zegt Mukulira.
Bovendien blazen rijke landen hun ontwikkelingsbudget
op door ook binnenlandse kosten als de opvang van vluchtelingen
erin onder te brengen. Zwitserland en Oostenrijk zijn
daar berucht om. Een zesde van hun begroting voor ontwikkelingshulp
gaat naar vluchtelingen in eigen land", aldus het rapport.
ActionAid schat dat de helft van de ontwikkelingshulp
spookhulp is. Australië, Spanje Oostenrijk,
Griekenland en de VS zijn volgens het rapport de kampioenen
van de spookhulp. Aan het andere eind van het spectrum zitten
Ierland, Luxemburg, Zweden, Denemarken en Nederland. Die
landen geven veel geld uit aan ontwikkelingshulp en hebben
het grootste aandeel echte hulp. België
zit in de middenmoot: het biedt een relatief hoog volume
ontwikkelingshulp aan arme landen, maar het biedt ook redelijk
veel spookhulp.
De belangrijkste aanbeveling van
ActionAid tegen spookhulp luidt: laat ontwikkelingslanden
zelf beslissen welke technische assistentie er nodig is.
Donoren blijven technische assistentie gebruiken om
de agenda van regeringen in ontwikkelingslanden te bepalen.
Een andere aanbeveling luidt: gebruik meer expertise en
diensten van ter plaatse. Hulp moet bij de armen belanden,
niet in de zakken van westerse consultants, zegt Romilly
Greenhill, de auteur van het rapport. (IPS,
Moyiga Nduru)
|