|
Plundering Congolese bodemschatten gaat
door
WASHINGTON, 6 juli 2006 - Internationale
bedrijven en de plaatselijke elite halen de Democratische
Republiek Congo verder leeg, zegt Global Witness in een
nieuw rapport. Ze strijken de winst op van de ontginning
van de rijke koper- en kobaltvoorraden in Katanga zonder
die te delen met de bevolking rond de mijnen of in de rest
van het land. Het rapport bevestigt de kritiek die Belgische
ontwikkelingsorganisaties eerder dit jaar uitten.
De Congolese provincie Katanga heeft van
de rijkste koper- en kobaltvoorraden ter wereld. Toch blijft
de bevolking er straatarm. Er zijn veel te weinig wegen,
scholen en ziekenhuizen, en de openbare voorzieningen zijn
uitermate gebrekkig.
"De winsten maken alleen een kleine
maar machtige elite rijker - politici en zakenlui die de
plaatselijke bevolking uitbuiten en de natuurlijke rijkdommen
voor hun eigen gewin inzetten", schrijven de auteurs
van "Digging in Corruption". De studie van 56
pagina's is gebaseerd op veldonderzoek eind vorig jaar.
In Katanga zijn naast grote mijnbouwbedrijven
ook tienduizenden kleinschalige mijnbouwers actief. Corruptie
en wanbeheer zorgen ervoor dat niemand zicht heeft op de
hoeveelheid ertsen die er elke jaar worden opgedolven. Global
Witness schat dat driekwart van de mineralen die de mijnbouw
in Katanga bovenhaalt, illegaal geëxporteerd wordt.
Congo voerde vorig jaar voor 390 miljoen dollar koper en
kobalt uit; de illegale export zou dus meer dan een miljard
dollar kunnen bedragen.
De aanloop naar de Congolese verkiezingen
van eind deze maand heeft de situatie alleen maar erger
gemaakt, zegt Patrick Alley, de directeur van Global Witness.
"Politici en bedrijven verdrongen elkaar om een almaar
groter aandeel in de winstgevende handel te bemachtigen,
terwijl ze nauwelijks of helemaal geen oog hadden voor het
welzijn van de Congolese bevolking", zegt Alley. "De
plundering van de natuurlijke rijkdommen blijft de vrede,
stabiliteit en ontwikkeling in Congo ondermijnen".
Buitenlandse mijnbouwbedrijven keren terug
naar Congo omdat de prijzen van koper en kobalt stijgen
en omdat het land rustiger lijkt te worden. De koperprijs
is sinds 2001 al verviervoudigd. India en China hebben door
hun fabelachtige groei steeds meer koper nodig. Het koperverbruik
in de wereld zou dit jaar met 5 procent kunnen stijgen.
Congo kan die stijgende vraag helpen dekken.
De ertslagen die zich uitstrekken over Katanga en Zambia,
bevatten een derde van de kobaltvoorraden in de wereld en
een tiende van de kopervoorraden.
Het rapport verwijt Congolese politici
dat ze te snel grote exploitatiecontracten hebben getekend
met internationale mijnbouwondernemingen, waardoor er maar
een klein aandeel overbleef voor de openbare Congolese mijnbouwmaatschappij
Gécamines. Een van de ondernemingen die daarvan profiteerde
is het Canadees-Britse Katanga Mining, waarin de Belgisch-Congolese
zakenman Forrest een van de spilfiguren is. Door de kritiek
van ontwikkelingsorganisaties als 11.11.11 en Broederlijk
Delen is Forrest in België zowat het symbool geworden
van de rijke zakenlui die geld slaan uit de Congolese bodemschatten.
Grote private banken en donoren als de
Wereldbank bevorderen de buitenlandse investeringen in de
Congolese koper- en kobaltindustrie. Al die actoren moeten
helpen de mijnbouwsector in Congo te hervormen, vindt Global
Witness. Mijnbouwmaatschappijen moeten alle ertsen die ze
bovenhalen aangeven, alle heffingen betalen en de werkvoorwaarden
van de naar schatting 150.000 mijnwerkers verbeteren.
Mijnwerkers in Katanga verdienen
gemiddeld anderhalve tot twee en een halve euro per dag.
De meesten hebben geen opleiding, slecht gereedschap en
geen beschermende kledij. "We weten dat Congo rijk
is", zei één van die mijnwerkers in een
gesprek met de onderzoekers. "Maar wij hebben zelfs
niet genoeg te eten." (IPS,
Emad Mekay)
|