|
Chaos regeert op Haïti
Door Farrah Farley
NEW YORK, 29 juli 2005 - Ondanks de aanwezigheid
van de VN-vredesmacht op Haïti blijven politieofficieren,
voormalige leden van de Haïtiaanse Gewapende Strijdkrachten
en gewapende bendes en burgers er de mensenrechten schenden.
Dat zegt Amnesty International in een gisteren (donderdag)
verschenen rapport.
Haïti verkeert in een crisis sinds
het gedwongen vertrek van de Haïtiaanse president Jean-Bertrand
Aristide in februari vorig jaar. Sindsdien bestaat een dispuut
over de legitimiteit van de door Amerika gesteunde interim-regering
onder leiding van premier Gerard Latortue.
De interim-regering heeft volgens Amnesty
weinig moeite gedaan om samen met de vredesmacht MINUSTAH,
die nu een jaar op Haïti is, naar stabiliteit toe te
werken. "Het resultaat is een klimaat van bijna-anarchie,
dat wordt versterkt door een corrupte en gewelddadige politiemacht",
aldus Amnesty.
De vredesmacht heeft tot nu toe nauwelijks
vooruitgang geboekt op het gebied van ontwapening, demobilisatie
en reïntegratie, zegt Gerard Ducos, auteur van het
rapport. De VN-troepen op Haïti liggen bovendien zelf
onder vuur, omdat ze beschuldigd worden van moord op onschuldige
burgers in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince,
tijdens een actie tegen bendeleden begin juli.
Volgens Amnesty heeft de vredesmacht te
weinig militaire macht en informatie om veiligheid te kunnen
garanderen in brandhaarden in Port-au-Prince, zoals in de
armenwijken Cité Soleil, Bel-Air, Martissant, Delmas
en Vilage de Dieu. "Burgers hebben dagelijks te maken
met geweld van bendes en repressie door de politie",
zegt het rapport. De MINUSTAH patrouilleert alleen in de
belangrijkste straten. In de straatjes en steegjes van Cité
Soleil worden burgers vermoord en verkracht door gewapende
bendes, aldus Amnesty.
Militairen van de vredesmacht verklaarden
tegenover een delegatie van Amnesty dat de missie "te
weinig slagkracht" heeft om sturend aanwezig te zijn.
Een van de opdrachten van de MINUSTAH is het professionaliseren
van de Haïtiaanse Nationale Politie. Maar ondanks de
goede bedoelingen neemt de steun voor de vredesmacht onder
de Haïtiaanse bevolking "af met elk incident dat
over de politie gemeld wordt", zegt Amnesty.
Vorig jaar oktober werden negen jongeren
doodgeschoten in de wijk Fort National in Port-au-Prince.
De moorden vonden plaats nadat vier politieauto's en een
ambulance met mannen in zwarte uniformen met het woord 'Politie'
op hun rug, gesignaleerd waren in de buurt. "Ze droegen
bivakmutsen en dwongen de bewoners van een huis in de buurt
om op de grond te gaan liggen. Zij werden doodgeschoten
zonder duidelijke aanleiding, aldus het rapport. "Ondanks
het feit dat er verschillende getuigen waren, ontkent de
politie nog steeds dat het incident heeft plaatsgevonden."
Ducos denkt dat de MINUSTAH het geweld
kan indammen door openlijk te rapporteren over mensenrechtenschendingen
en vervolgens een grondig onderzoek in te stellen naar de
incidenten. Hoewel de vredesmacht verondersteld wordt extra
alert te zijn op geweld tegen vrouwen, is op dat terrein
volgens Ducos weinig vooruitgang geboekt.
Het rapport beschrijft drie concrete gevallen,
waaronder een incident dat vorig jaar juli plaatsvond. In
Delmas 33, in Port-au-Prince, werd een vrouw die drie maanden
zwanger was, in haar huis verkracht en geslagen door drie
mannen met in zwarte kleding en met bivakmutsen. "De
mannen waren waarschijnlijk politieagenten die op zoek waren
naar haar man. Hij werkte tijdens de presidentschap van
Aristide in het Nationaal Paleis", aldus het rapport.
Haïti heeft onlangs verkrachting wettelijk erkend als
misdrijf, zegt Ducos. "Er komen dagelijks meer meldingen
binnen van verkrachting. Maar veel vrouwen durven geen aangifte
te doen omdat ze de politie niet vertrouwen", zegt
hij.
Hoewel verkiezingen noodzakelijk
zijn om op lange termijn politieke en economische veranderingen
tot stand te brengen op Haïti, is het volgens Amnesty
ook noodzakelijk om zo snel mogelijk aan het dagelijkse
geweld een einde te maken. Ducos vindt dat de MINUSTAH en
niet-gouvernementele organisaties moeten zorgen voor meer
ervaren hulpverleners op het gebied van (seksueel) geweld.
"De MINUSTAH moet doorgaan met het herstructureren
en trainen van de Nationale Politie en andere wetshandhavers.
In die training moet ook voldoende aandacht worden besteed
aan internationale mensenrechten. Alleen met een professionele,
betrouwbare politiemacht kan goed bestuur, handhaving van
de wet en respect voor mensenrechten worden bereikt op Haïti."
(IPS)
|