|
VS keuren CAFTA goed
Door Emad Mekay en Peter Dhondt
WASHINGTON/BRUSSEL, 28 juli 2005 - Het
Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft een omstreden
vrijhandelsakkoord tussen de VS en Midden-Amerika (CAFTA)
nipt goedgekeurd. Van de partnerlanden moeten Costa Rica,
Nicaragua en de Dominicaanse Republiek het verdrag nog ratificeren.
Het CAFTA-verdrag smeedt de markten van
vijf kleine Midden-Amerikaanse landen - Costa Rica, El Salvador,
Guatemala, Honduras en Nicaragua - samen met de reusachtige
Amerikaanse economie. Een apart akkoord voegt de Dominicaanse
Republiek daaraan toe. De handel tussen de CAFTA-landen
wordt geliberaliseerd; de invoertarieven zullen verdwijnen.
Het CAFTA-verdrag is erg controversieel.
Bij de stemming in het Huis van Afgevaardigden stemden 217
volksvertegenwoordigers voor en 215 tegen. Slechts 15 van
de 202 Democratische volksvertegenwoordigers keurden het
verdrag goed. Ook in de senaat, die op 30 juni met het akkoord
instemde, was de verdeeldheid groot. Bij de partnerlanden
leidde de ratificering in Guatemala en Honduras tot onlusten.
Costa Rica, Nicaragua en de Dominicaanse Republiek hebben
de ratificatie voor zich uit geschoven uit vrees voor soortgelijke
negatieve reacties.
Het CAFTA-verdrag verplicht Midden-Amerika
en de Dominicaanse Republiek meteen alle invoerheffingen
te schrappen voor 80 procent van de Amerikaanse industriegoederen
en 50 procent van de landbouwproducten. De heffingen op
de overige producten moeten er de komende jaren geleidelijk
aan geloven. Omgekeerd krijgen de partnerlanden vrije markttoegang
voor hun producten.
Voorstanders in de VS argumenteren dat
het verdrag de economische groei in de regio zal bevorderen.
Volgens president George W. Bush is het verdrag ook van
strategisch belang voor de veiligheid van de VS, en zou
de afkeuring ervan de democratische ontwikkeling in Centraal-Amerika
hebben ondermijnd.
In hun campagne tegen het CAFTA-akkoord
voerden de Amerikaanse Democraten aan dat het CAFTA-akkoord
in de VS banen zal doen verdwijnen en de arbeidsvoorwaarden
in Centraal-Amerika waarschijnlijk nog zal verslechteren.
Bedrijven trekken immers naar de landen die de laagste lonen
bieden en de zwakste milieunormen en sociale rechten kennen.
Om die kritiek te ontzenuwen, beloofde Washington 40 miljoen
dollar vrij te maken om de arbeidersrechten in Midden-Amerika
te versterken.
Volksvertegenwoordigers uit de deelstaten
die veel suiker textiel produceren, vrezen dat de bedrijven
uit die sectoren niet opkunnen tegen de goedkope import
uit Midden-Amerika. Omgekeerd vrezen boeren en kleine ondernemers
in Midden-Amerika dat ze van de kaart zullen worden geveegd
door hun Amerikaanse concurrenten.
In de VS kreeg het CAFTA-verdrag verder
ook tegenwind van milieugroepen, ontwikkelingsorganisaties,
religieuze groeperingen en de machtige koepel van de Amerikaanse
vakbonden, de AFL-CIO. Die vinden dat het verdrag strengere
ecologische en sociale normen moet opleggen en betere garanties
moet bieden dat het grote economische onevenwicht tussen
de VS en de rest van de partnerlanden niet in het nadeel
van die arme landen uitdraait. Volgens Stephanie Weinberg
van de internationale hulporganisatie Oxfam werd er de voorbije
maanden bij de discussies in et Amerikaanse parlement geen
rekening gehouden met de belangen en noden van Midden-Amerika
en de Dominicaanse Republiek, en zeker niet met de arme
bevolkingslagen.
De tegenstanders verwijzen ook naar het
Noord-Amerikaans Vrijhandelsakkoord (NAFTA) tussen Canada,
de VS en Mexico. Volgens hen heeft die overeenkomst de voorbije
10 jaar in de VS een miljoen banen doen verdwijnen en in
Mexico meer dan 1,5 miljoen boeren van hun land verdreven.
Volgens de vakbondskoepel AFL-CIO heeft het verdrag ook
in bedrijven die helemaal geen activiteiten naar Mexico
hebben overgeplaatst gezorgd voor een neerwaarste druk op
lonen en arbeidsvoorwaarden.
Sommige Republikeinen deden de CAFTA-tegenstanders
af als Marxistische demagogen die de kant kozen van gereputeerde
vijanden van Washington als de voormalige Nicaraguaanse
president Daniel Ortega en Hugo Chávez, de president
van Venezuela. Die hebben zich ook tegen het verdrag uitgesproken.
Onderhandelaars in de Wereldhandelsorganisatie
(WTO) geloven dat de ratificering van het CAFTA-akkoord
door de VS de Doha-ronde weer kan helpen vlot te trekken.
De onderhandelingen over een verdere vrijmaking van de wereldhandel
liepen in 2003 vast door grote meningsverschillen tussen
de ontwikkelingslanden en de industrielanden. Door de goedkeuring
van het CAFTA-verdrag staat de Amerikaanse regering sterker
om toegevingen te doen op het vlak van de landbouwsubsidies,
de belangrijkste twistappel. De ontwikkelingslanden eisen
dat de rijke landen het mes zetten in de steun aan hun landbouwers.
Als de VS dat doen, vergroot ook de druk op de EU om zich
soepeler op te stellen. (IPS)
|