|
'Australië traumatiseert kindvluchtelingen'
Door Neena Bandhari
SYDNEY, 26 juli 2005 - De zevenjarige
Shayan heeft last van nachtmerries. Hij tekent steevast
taferelen van zichzelf en zijn familie achter tralies. Hoewel
hij en zijn ouders erkend werden als politiek vluchteling,
werd hij drie jaar na zijn vrijlating gediagnosticeerd met
posttraumatische stress-stoornis (PTSD). Hij is niet het
enige kind dat getraumatiseerd werd door het Australische
vluchtelingenbeleid, zo blijkt uit een rapport van Amnesty
International over het opsluiten van kindvluchtelingen in
Australië.
De 12-jarige Ian Hwang en zijn zesjarige
zus Janie werden vier maanden geleden van de schoolbanken
geplukt en opgesloten in een detentiecentrum in Villawood.
Hun moeder was illegaal in het land met een verlopen toeristenvisum.
De Noord-Koreaanse kinderen "zijn getraumatiseerd door
de verschrikkingen in het detentiecentrum", zegt Michaela
Byers, de advocaat van de familie. De 12-jarige Ian heeft
al drie zelfmoordpogingen moeten aanschouwen.
Vluchtelingen en asielzoekers moeten in
Australië worden opgesloten sinds 1992. Australië
is waarschijnlijk het enige land waar detentie ook verplicht
is voor minderjarigen, al worden ook in andere landen kinderen
opgesloten wegens gebrek aan gespecialiseerde opvang.
Sinds 1999 sloten de autoriteiten minstens
10.000 vluchtelingen op in zogenaamde immigratiedetentiecentra.
Bijna een vierde van hen (3.899) was minderjarig, meldt
Amnesty International in een nieuw rapport. Momenteel zitten
er nog 43 kinderen opgesloten in de Australische detentiecentra.
Kinderen als Ian en Janie riskeren volgens
de mensenrechtengroep een trauma op te lopen als gevolg
van hun opsluiting. Sommige kindvluchtelingen hebben intensieve
psychologische steun nodig om hun trauma's te verwerken.
Ook de VN-Vluchtelingenorganisatie en de Australische Medische
Vereniging vinden het ongehoord dat kinderen samen met volwassenen
worden opgesloten, alleen al omwille van het risico op kindermisbruik.
Het rapport "Australia: The impact
of indefinite detention" documenteert de trauma's van
kinderen in gevangenschap. De minderjarige vluchtelingen
krijgen onvoldoende onderwijs, hebben geen speel- en ontspanningsruimte
en leven in te kleine ruimtes. Hun contact met de buitenwereld
is beperkt. Bovendien worden ze geconfronteerd met verschrikkingen
als traangas, nachtelijke controles door cipiers en ouders
die fysiek misbruikt worden door cipiers of andere vluchtelingen.
Eén van de grootste angsten van gedetineerde kinderen
is gescheiden te worden van hun familie.
Kinderen vertonen al snel dezelfde stresssymptomen
als gedetineerde volwassenen, zo blijkt uit het rapport.
In 2003 antwoordde het ministerie voor Immigratie en Multiculturele
Zaken op een parlementaire vraag over de detentiecentra
dat vijf kinderen hun lippen hadden dicht genaaid, dat drie
hun polsen hadden opengesneden en dat twee shampoo hadden
gedronken. Eén minderjarige trachtte zelfmoord te
plegen door zich te verhangen.
Kinderen brengen gemiddeld één
jaar en achttien maanden door in een detentiecentrum voor
vluchtelingen. Hun verblijf kan aanzienlijk verlengd worden
als de asielprocedure aansleept.
"De behandeling en bescherming
van vluchtelingen in Australië beantwoordt niet aan
de internationale normen", zegt Amnesty International.
Australië heeft het VN-Vluchtelingenverdrag van 1951
en het Kinderrechtenverdrag van 1989 nochtans ondertekend.
(IPS)
|