|
Nepalese maoïsten ronselen stemmen
KATHMANDU, 26 juli 2006 - Ze heten niet
langer rebellen, en ook niet terroristen. De maoïstische
rebellen die de Nepalese monarchie haar macht hielpen ontnemen,
heten nu in het officiële jargon partners. Met de campagne
'help dorpelingen' proberen de maoïsten ook de gewone
Nepalezen te overtuigen van hun nieuwe vredelievende imago.
Zuid-centraal Nepal is een streek van
glooiende heuvels, uitgestrekte rijstvelden en dichte wouden.
In en rond Harnamadi, een dorp 60 kilometer ten zuiden van
de Nepalese hoofdstad Kathmandu, zijn honderden maoïsten
druk in de weer om de boeren bij te staan op de velden en
met het vee. Tegelijk voeren ze propaganda voor hun idee
van een republikeinse staat ter vervanging van de monarchie.
Met hun help dorpelingen-campagne proberen ze
steun te winnen voor de toekomstige verkiezingen.
"We vertellen de dorpelingen over
de ongelijkheden in de Nepalese maatschappij en hoe we die
situatie kunnen veranderen", zegt Sita, een 18-jarige
maoïste. "Bewustmaking is ons voornaamste doel."
Dorpelingen merken de verandering in het
gedrag van de maoïsten. "Vroeger eisten ze voedsel
en onderdak. Dat was echt een probleem", zegt Vikas
Khatiwada*, een winkelier. "Nu doen ze dat niet. Ze
lijken erg gedisciplineerd en behandelen ons met respect.
Dat is een welkome verandering."
Maar veel Nepalezen bekijken de maoïsten
nog altijd als de rebellengroep die moordde, ontvoerde en
afperste. "Het is niet zo erg als vroeger, maar we
vrezen de maoïsten nog altijd", zegt Jongbu Lama*,
een frêle 64-jarige inwoner van Harnamadi. "Ze
kunnen ons dorp nog altijd op stelten zetten, en dat mogen
we niet vergeten."
De maoïsten kennen hun reputatie,
maar praten er niet over. "Dorpelingen hebben ons behandeld
als hun eigen zonen en dochters. Ik denk niet dat iemand
ons vreest, het is eerder zo dat ze ons respecteren omwille
van de zaak waarvoor we strijden", zegt Jwala (die
zoals velen hier maar één naam gebruikt),
een 25-jarige maoïste.
"We zijn altijd tussen de mensen
geweest, dit is niets nieuws", zegt Sunil, lid van
het centrale comité van de maoïsten en de regionale
chef van de strategische regio rond de vallei van Kathmandu.
"We hebben de plattelandsbevolking altijd geholpen
en we doen dat opnieuw om iedereen te tonen dat we een goedmenende
kracht zijn, geen bedreigende."
Als ze in de dorpen zijn, laten ze hun
wapens achter in hun kampen verderop, zegt Sita. "Omdat
het nu vrede is, moeten we niet zoals vroeger voortdurend
verder trekken. We kunnen uitrusten in het kamp en traag
voorttrekken."
Voorheen verborgen de maoïsten zich
voor de legerpatrouilles en militaire helikopters die de
regering van koning Gyanendra achter hen aan stuurde. Dat
ze nu openlijk kampen inrichten is "een boodschap naar
Kathmandu", zegt Pratap Bista, een plaatselijke journalist
in het district Makwanpur. "Ze tonen hun kracht. Ze
zijn nog altijd een kracht om rekening mee te houden. Als
de vredesbesprekingen niet naar hun zin verlopen, kunnen
ze de wapens weer opnemen."
Het vredesproces haperde de laatste weken.
De maoïsten willen dat het parlement ontbonden wordt,
en weigeren voorlopig hun wapens in te leveren. Het afgelopen
decennium vielen bij het bloedige conflict tussen de maoïsten
en het regeringsleger meer dan 13.000 doden.
"We willen dat het vredesproces slaagt.
Maar als dat niet gebeurt, zijn we klaar om de strijd weer
aan te vatten. We zijn voorbereid op elke mogelijkheid."
"Wij beschikken over onze wapens en dat zullen we blijven
doen", zegt Sunil. "Er kan alleen een permanente
oplossing komen als iedereen ingaat op de eis van het volk,
en dat is een volwaardige republiek."
Maar onder die stoere taal verlangen
ook de maoïsten naar vrede. Terwijl ze met de dorpelingen
werken, genieten Sunil en zijn strijders evenveel van de
vrede als de rest van de Nepalezen. Sita: "Ook wij
willen tijd hebben om bij onze familie te zijn, en niet
de hele tijd vechten." (IPS,
Suman Pradhan)
* De namen van sommige mensen werden gewijzigd.
|