|
Libanese dodentol misschien twee keer
hoger
BEIROET, 28 juli 2006 - Er zijn de voorbije
weken al veel meer Libanezen omgekomen in het oorlogsgeweld
dan de officiële cijfers doen geloven. Dat valt op
te maken uit getuigenissen van Libanese artsen, hulpverleners
en vluchtelingen.
"Ik denk dat we zeker al aan 750
doden zitten, zegt Bachir el-Sham, een arts van het
Complex Hospital in Sidon. Sidon ligt 43 kilometer ten zuiden
van Beiroet, en net ten noorden van Tyrus. In deze regio
waren de Israëlische bombardementen bijzonder hevig.
Volgens Sham maken de Israëlische
luchtaanvallen per dag gemiddeld veertig doden. Aan dat
cijfer komt hij door de statistieken van zijn ziekenhuis
naast de cijfers van andere instellingen in Zuid-Libanon
te leggen. Op één dag telden we honderd
doden. De autoriteiten in Beiroet kunnen alleen maar schatten
we hebben nooit precieze statistieken in Libanon
over wat dan ook.
De echte dodentol ligt hoger dan de officiële
cijfers omdat veel mensen onder het puin van getroffen gebouwen
zijn bedolven, legt Sham uit. Wie kan er precies zeggen
hoeveel mensen er schuil gaan onder een ingestort appartementsgebouw?
Maar wij weten dat het er veel zijn.
Net als in het zuiden van Beiroet zijn
ook in Sidon en Tyrus veel flatgebouwen gebombardeerd. Heel
wat gebouwen zijn ingestort terwijl er nog gezinnen in zaten.
Ook Bilal Masri, assistant-directeur van
het grote universitaire ziekenhuis van Beiroet, gelooft
dat de officiële cijfers veel te laag zijn. We
hebben veel berichten uit het zuiden dat er mensen bedolven
zijn onder het puin van gebouwen of achtergelaten werden
in autos die door raketten werden geraakt.
Ghadeer Shayto, een 15-jarig meisje dat
verzorging krijgt in het ziekenhuis in Beiroet, zegt dat
ze op de rit van een dorp in de buurt van Bint Jbail naar
de hoofdstad veel lijken zag. We reden aan zoveel
autos voorbij met verbrande lichamen erin, weent
ze. Ze moest met haar familie op de vlucht na een raketaanval
van het Israëlische leger. Hezbollahstrijders en Israëlische
soldaten leveren verwoed slag om de Bint Jbail. De bus waarmee
Shayto en haar verwanten naar Beiroet probeerden te rijden,
werd ook geraakt door een raket. Mijn broer en mijn
neef werden gedood, en de rest van ons raakte gewond
vertelt ze.
Abdel Hamid al-Ashi, die uit Bint Jbail
zelf wegvluchtte, schildert gelijkaardige taferelen. Ik
moest tien kilometer lopen naar een klein dorpje om een
taxi te vinden. Langs de weg zal ik veel lijken rotten in
de zon. Er waren ook autos vol met verkoolde lichamen.
Andere vluchtelingen bevestigen die verhalen.
Door de onophoudelijke luchtaanvallen heeft niemand de kans
gewonden of doden weg te halen.
In Dahaya, het zwaarst getroffen district
van Beiroet, is ongeveer een vijfde van alle gebouwen helemaal
vernield. Veel plaatsen stinken naar rottende lijken.
Onze hulpverleners zeggen
dat er veel gezinnen onder het puin bedolven zijn in Dahaya,
zegt Wafaa el-Yassir, een vertegenwoordiger van het Noorse
People's Aid-Lebanon. Uit Tyrus en Sidon komen gelijkaardige
berichten. Volgens haar hebben de luchtaanvallen zeker
al 800 doden gemaakt, en misschien meer, maar het
zal tijd kosten om de lichamen te vinden. (IPS,
Dahr Jamail)
|