|
'Latijns-Amerika is het imperialisme
beu'
Door Frederik Decock *
In verschillende Latijns-Amerikaanse
landen kunnen linkse partijen de laatste jaren en maanden
rekenen op steeds meer aanhang. De herkiezing van Chavez
in Venezuela, de opkomst van Morales in Bolivië, de
electorale overwinning van Lula in Brazilië staven
de opkomst van rode regeringen. Over de interpretatie van
de linkse successen en de verschillende strekkingen binnen
links hebben we het in een interview met Francis Vanden
Berghe *.
De verkiezingenresultaten in verschillende
Latijns-Amerikaanse landen wijzen op een succes van links
op het continent. Is dit compleet nieuw of was dit al eerder
het geval op het continent?
"In de geschiedenis van Latijns-Amerika
is dat geen uniek gegeven. Aan het begin van deze eeuw,
de jaren 30, was links ook in de opmars als reactie
tegen onderdrukking van de imperiale grootmachten. Vandaag
zou je kunnen stellen dat de geschiedenis zich herhaalt,
weliswaar niet op dezelfde manier. Het imperialisme vandaag
is zo mogelijk nog machtiger en de ideologie heeft aan belang
toegenomen."
Links in Latijns-Amerika deelt een afkeer
van het neoliberalisme, het imperialisme en overdreven opening
van de landsgrenzen. In de manier van aanpak en graad van
krachtdadigheid onderscheiden verschillende linkse strekkingen
zich. De radicalere trend is verpersoonlijkt in Chavez.
Kirchner en Lula staan een meer gematigder sociaal democratisch
beleid voor.
"Het is moeilijk de politieke bewegingen
in Latijs-Amerika precies thuis te brengen, voor ons Europeanen.
Sociaal-democratie in Latijns-Amerika is niet te vergelijken
met sociaal-democratie hier. De sociaal-democraten zouden
in theorie tegen de privatisering moeten zijn. Maar in de
praktijk is dit in Latijns-Amerika nog niet gebleken. Dat
zijn dus gevaarlijke woorden socialisme en sociaal-democratie.
Maar de algemene lijn is dat men het imperialisme beu is.
Men wil terug meer de hefboom over het lokale beleid krijgen,
dat teveel in buitenlandse handen is gekomen."
"De anti-liberale taal die sommige
Latijns-Amerikaanse leiders hanteren, is noodzakelijk om
aan te slaan bij de bevolking. Wat men nu als radicaal bestempelt,
zou men in de jaren 40 eerder progressief genoemd
hebben. Radicaal waren toen het socialisme en het communisme.
In tegenstelling tot deze laatste gaat Chavez niet over
tot de socialisering van de productiemiddelen, hij wil ze
enkel nationaliseren. Hij neemt gewoon maatregelen die progressieve
militaire regimes in de jaren 30 al uitvoerden."
Chavez verpersoonlijkt een meer uitgesproken
links nationalistische trend. In het buitenland krijgt hij
niet zelden het etiket van populist.
"Het begrip populist wordt tegenwoordig
om de haverklap gebruikt om vijanden, niet pro-Amerikaanse
leiders te bestempelen. In Knack las ik onlangs een artikel
waarin men Chavez een Zuid-Amerikaanse dictator
noemt. Men mag niet vergeten dat hij volgens democratische
principes verkozen is."
"Bovendien zie ik niet in wat er
verkeerd is met het nemen van populaire maatregelen. Waarom
moeten er impopulaire maatregelen worden genomen? Zolang
er financiële draagkracht is om die populaire maatregelen
uit te voeren lijkt me dat niet onverantwoord. Met de nationalisering
van de olie, en de hoge prijs die hij voor deze grondstof
kan krijgen, weet hij zijn hervormingsplannen te financieren."
"De laatste twee decennia heeft men
niet anders gedaan dan impopulaire maatregelen nemen om
hun buitenlandse schulden te kunnen afbetalen. Plots blijken
impopulaire maatregelen niet meer nodig en wat blijkt? Mirakel."
Chavez heeft nu wel hervormingen doorgevoerd
ten guste van de bevolking, maar gaat hij wel ver genoeg?
Er zijn toch nog talrijke obstakels: de corruptie
"Rome is toch ook niet op twee dagen
gebouwd. Je moet er ook rekening mee houden dat hij veel
machtige tegenstanders heeft met zeer veel geld en invloed.
Hij moet opboksen tegen de traditionele politieke partijen,
de lokale burgerij en de Amerikanen. Ook van de vakbondsleiders
hoeft hij weinig steun te verwachten. Veel vakbonden zijn
immers gelieerd aan de traditionele politieke partijen.
De machtige oppositie ondernam in april 2002, met steun
van de Amerikanen, een poging om Chavez af te zetten."
"Chavez macht bestaat uit de
enorme aanhang bij het volk. Die massale volkssteun heeft
hij ook nodig om te kunnen ingaan tegen de imperialistische
belangen en de lokale belangen te laten primeren. Dat leert
ons ook de geschiedenis".
Chavez toont bijzonder veel sympathie voor
Fidel Castro. Zou het kunnen dat Chavez hetzelfde tracht
te bereiken in Venezuela als Castro in Cuba?
"In tegenstelling tot Castro behoort
Chavez tot de progressieve militairen, een burgerlijke strekking.
Het beleid van Chavez bestaat erin alle grote delen van
de economie te nationaliseren. Daarvoor krijgt hij grote
steun van de bevolking en een groot deel van de Latijns-Amerikaanse
burgerij. Die steun dankt hij ook aan het dégout
van die burgerij voor de overheidscorruptie."
"Chavez ziet in dat de lokale economie
in handen van de burgerij niet kan floreren indien buitenlandse
krachten een grote greep in de binnenlandse economie kunnen
behouden. Dat wordt dan met nationalistische bombarie ingekleed."
"Dat veel Venezolanen een behoorlijke
ommekeer in het beleid wensen, heeft ook te maken met de
slachting tegen betogers tegen het neoliberalisme onder
Carlos Andrez Perez in Caracas in 1989. Die gebeurtenis
leeft nog in het bewustzijn."
Niet alle linkse leiders in Latijns-Amerika
hebben evenveel sympathie voor Chavez. Kirchner in Argentinië
en Lula in Brazilië wensen zich van het te distantiëren.
"Dat ligt voor een stuk aan de verschillende
context van die landen. Het neoliberalisme en de corruptie
van Menem in Argentinië hebben daar ook een economische
ramp veroorzaakt. De verkiezingsslogan "Que se vayan
todos" (Dat ze het allemaal afbollen) vertaalde het
uitgesproken ongenoegen van de burgers. Argentinië
is namelijk lid van de Mercosur. Dat is een heel andere
constellatie als met Venezuela die er nog niet bij is. Bovendien
beschikt Argentinië ook wel over olie, maar die is
geprivatiseerd."
"Kirchner behoort ook tot de nationale
burgerij. De hervormingen die Kirchner zal doorvoeren zullen
minder radicaal zijn. Het belangrijkste is dat hij breekt
met de recepten van het IMF. Ze wensen hun schulden enkel
op eigen ritme af te betalen. Op die manier beschikken ze
weer over geld voor de opbouw van sociale zekerheid en infrastructuur."
"Lula is een linkse vakbondsleider
van wie men in het Westen grootse sociale hervormingen verwachtte.
Hij vertegenwoordigt vooral de belangen van de lokale kapitalisten
die op sommige punten een progressief standpunt innemen.
In tegenstelling tot de meeste andere Latijns-Amerikaanse
landen is de greep van multinationals in de Braziliaanse
economie niet zo groot. De lokale kapitalistische burgerij
wil dat zo houden. Daarom verzetten ze zich ook tegen de
vorming van de FTAA (Vrijhandelszone van de Amerikas)."
"Veel structurele maatregelen ten
gunste van de onderste laag van de bevolking moet je, volgens
mij, van Lula niet verwachten."
"Brazilië is het leidende land
van de Mercosur. Dit handelsverdrag is in eerste plaats
gesloten uit eigenbelang, maar ook om een macht te vormen
Amerikaanse vrijhandelsverdrag. De Brazilianen pleiten voor
een sterkere regionale integratie om dat als een blok te
kunnen onderhandelen met de Amerikanen. Daarin schuilt het
anti-imperialistisch karakter van de Mercosur. Het Bolivariaanse
ideaal, de regionale integratie, is in het belang van de
Latijns-Amerikaanse landen om te ontkomen aan de imperiale
afhankelijkheid."
Welke obstakels liggen op de weg naar regionale
integratie?
"In de eerste plaats is Latijns-Amerika
al sinds de koloniale grootmachten er neerstreken verdeeld.
In de tweede plaats is er de VS. Die proberen een stok in
de wielen te steken van regionale integratie door landen
afzonderlijk aan zich te binden met bilaterale vrijhandelsakkoorden.
Daarnaast gooien de plaatselijke marionetten van het IMF
en andere banken roet in het eten. De uiteenlopende belangen
van de verschillende Latijns-Amerikaanse landen liggen aan
de basis van het feit dat ze er niet in slagen als één
blok met de VS te onderhandelen."
"Veel Latijns-Amerikaanse leiders
spelen een dubieuze rol. Hun band met Chavez is daar een
mooi voorbeeld van. Van de ene kant kunnen ze zich niet
veroorloven Chavez te verketteren. Daarvoor heerst onder
hun bevolking te veel sympathie voor de Venezolaanse president.
Aan de andere kant kunnen politici Chavez beleid ook
niet publiekelijk bejubelen, want dan verliezen ze hun steun
van de VS."
Ook in het binnenland zijn er drukkingsgroepen
die zich verzetten tegen het beleid van de regering: de
inheemse bevolking, arbeidersorganisaties en boerenbevolking.
Wat is hun opstelling?
"Algemeen gesteld, is het reactionair
gedachtegoed veel meer doorgedrongen in de sociale bewegingen
in vergelijking met vroeger. Vandaag de dag is de arbeidersbeweging
in Latijns-Amerika sterk verzwakt ondermeer omdat ze zomaar
de vrije markt heeft aanvaard." "Bovendien ondervinden
Latijns-Amerikaanse vakbonden van alle kanten tegenkanting.
Niet zelden worden vakbondsleiders bedreigd. Werkgevers
wensen enkel nog eigen organisaties opgesplitst per bedrijf.
De belangen die vakbonden verdedigen gaan in tegen die van
de maquiladores."
"Wat betreft de inheemse bewegingen
heb ik mijn voorbehoud. Het is waar dat in alle Zuid-Amerikaanse
landen de inheemse bevolking steeds verwaarloosd is gebleven,
van in de koloniale tijd, tot nu (want de macht wordt steeds
uitgevoerd door blanke elites die mijlenver afstaan van
het Indiaans levenspatroon in de bergen). Daarom hebben
ze alle reden om hun eisen te stellen en dat klopt. Wat
betreft sociale emancipatie betreft ben ik van mening dat
ze zich beter bij een vakbond aansluiten. Ik begrijp niet
waarom een arme inheemse boer anders verdedigd zou moeten
worden dan een arme blanke boer.
Op cultureel vlak heb ik het er bijzonder
moeilijk mee omdat sommige van die culturen nog weinig ontwikkeld
zijn en enkele zelf nog een rechtssysteem toepassen van
voor de Bolivariaanse tijd."
Op welke manier verhouden de sociale bewegingen
zich tot politiek links?
"Traditionele sociale bewegingen
hebben meestal nog een link met een politieke partij, hoewel
dat nu wel verminderd is. Maar om effectiviteit van een
sociaal beleid te kunnen bewerkstelligen, ben ik ervan overtuigd
dat sociale bewegingen een politieke mond moeten krijgen.
Dat is nu veel te weinig het geval. Voor het ogenblik zie
ik weinig echt linkse politieke partijen."
"Daarnaast is er ook een gebrek aan
organisatie binnen het linkse kamp. Alle linkse spelers
zijn het er over eens dat de imperiale invloed moet worden
ingeperkt. De strategie voor een concrete aanpak voor het
oplossen van dit vraagstuk laat volgens mij teveel te wensen
over."
Zijn de sociaal-democratische regeringen
wel capabel genoeg om hervormingen door te voeren recent?
"Sociaal-democraten zijn meestal
liberalen wanneer ze aan de macht zijn. Ik zie weinig verschil
in beleid wanneer ik bijvoorbeeld kijk naar Perez in Venezuela
en Garcia in Peru. Dat zijn liberalen, maar die zullen wel
een meer sociale toon voeren. Het zijn weliswaar eerder
progressieve liberalen maar daarom nog geen socialisten."
Welke belemmeringen ondervinden die sociale
regeringen?
"Alles wordt bepaald door de mate
waarin zij zich houden aan de regels die de bankiers stellen.
Ook opportunisme en corruptie spelen daar een rol in. Natuurlijk
moeten regeringen ook rekening houden met hun coalitiepartner."
Durf je te stellen dat met de niet-verkiezing
van progressieve presidenten in Peru en Mexico de progressieve
golf tot stand is gekomen?
"Dat kan ik moeilijk inschatten.
Het brute imperialisme van de jaren 90 heeft zijn
stempel gedrukt en dat willen de Latijns-Amerikanen niet
meer. Er zijn pogingen voor alternatieven zoals Chavez.
Maar om dat te evalueren moeten we de resultaten afwachten
en de reactie van de bevolking. Nu genieten dergelijke leiders
de steun van de bevolking al was het alleen maar uit afkeer
voor wat ze in het verleden hebben meegemaakt."
Wat is uw evaluatie van de eerste democratische
linkse, anti-imperialistische regeringen?
"Het is bijzonder moeilijk de prille
linkse regeringen nu al te evalueren. De uitwerking van
verschillende maatregelen zijn vaak pas zichtbaar na verloop
van tijd. Volgens mij moet je Chavez zeker tien jaar gunnen
om het land te hervormen. Het neoliberalisme werd ook niet
in twee jaar opgelegd. Het duurde ruim tien jaar voor alles
kapot was.
De tendens van de politieke leiders om
lokale belangen boven die van het imperialisme te plaatsen,
vind ik goed. De invulling van dat anti-imperialisme verschilt
naargelang het land en politicus. De terugkeer naar het
neoliberalisme zal in elk geval zeer moeilijk zijn omdat
de generatie van vandaag weet hoe verschrikkelijk die tijd
was."
* Francis Vanden Berghe is journalist, gespecialiseerd
in Latijns-Amerika, en lid van de redactie van Uitpers.
|