|
Israëlische bommen treffen veel
kinderen
BEIROET, 25 juli 2006 - Ongeveer 55 procent
van de binnengebrachte slachtoffers in het openbare universiteitsziekenhuis
in Beiroet zijn kinderen jonger dan zestien jaar, blijkt
uit opnamegegevens. Dit is erger dan tijdens de Libanese
burgeroorlog, zegt Bilal Masri, onderdirecteur van
het ziekenhuis.
Veel van de gewonden zijn er erg aan toe.
Dertig procent van de mensen die geraakt wordt door
de Israëlische bommen sterft. Het is een catastrofe,
zegt Bilal Masri. Het aantal doden ligt volgens hem zo hoog
omdat de Israëlis een nieuwe soort bommen
gebruiken die doorheen schuilkelders dringen. Ze bombarderen
de schuilkelders die vol vluchtelingen zitten.
De onderdirecteur gelooft dat zoveel kinderen
het slachtoffer zijn omdat de bombardementen willekeurig
zijn en omdat kinderen minder goed in staat zijn te vluchten.
Masri zegt dat hij amper heeft geslapen
sinds de Israëlische bombardementen op Libanon begonnen.
Zijn ziekenhuis, een van de grootste in Beiroet, draait
op een kwart van de normale personeelsbezetting omdat de
meeste personeelsleden er niet meer kunnen komen doordat
wegen en bruggen zijn opgeblazen. Mensen die hier
wel zijn, eten, slapen en wonen hier 24 uur per dag, omdat
ze bang zijn dat ze niet meer kunnen terugkeren als ze vertrekken.
Voorraden
Het ziekenhuis raakt langzaamaan door
de voorraad geneesmiddelen en andere artikelen. We
zijn bezorgd over de toekomst, want in dit tempo kunnen
we niet verdergaan, zegt Masri. We hebben het
ministerie van Gezondheid al gevraagd om extra voorraden.
En als de Verenigde Naties erin slagen een veilige doorgang
te openen vanuit het zuiden, zullen we overstelpt worden
met patiënten.
Volgens Masris informatie is de
toestroom van slachtoffers in Sidon en andere steden in
het zuiden zo groot dat de ziekenhuizen mensen behandelen
in de ziekenhuisgangen en de ontvangsthal. Het Libanese
Rode Kruis helpt ons zo goed als het kan, maar we krijgen
geen hulp van buitenlandse agentschappen. Waarom niet?
Jan Egeland, het hoofd noodhulp van de
VN zei zondag na overleg met het Israëlische leger,
dat humanitaire hulp deze week in Libanon afgeleverd zal
worden. Er komen routes naar Beiroet over de zee,
en over land vanuit Noord-Libanon", zei Egeland. De
Verenigde Staten beginnen vandaag (dinsdag) met noodhulp
aan Libanon.
Slapen in het park
Tijdens het gesprek met de onderdirecteur
leiden bewakers een woedende man naar buiten. Zijn gewonde
zoon is net ontslagen uit het ziekenhuis. Ik wil dat
mijn zoon hier blijft. We kunnen nergens heen, roept
de man. Ons huis ligt in puin. Als we hier weggaan
moeten we naar een vluchtelingenkamp in een school, of op
de grond in een park slapen. Ik eis dat u ons toelaat hier
te blijven.
Mensen in Libanon zijn woedend over het
hoge aantal slachtoffers onder kinderen. Ze zijn al
onze kinderen aan het vermoorden. Wat voor mensen doen dit
soort dingen?, zegt Mariam Mattar, een 50-jarige moeder
uit Zuid-Beiroet. Zij zit op een matras in een park in het
centrum, net als honderden andere vluchtelingen.
Geen enkel huis in Zuid-Beiroet
was veilig. We zijn uit ons huis weggevlucht omdat ze alles
platbombarderen in de burgerwijken. Mattar is naar
het stadscentrum gekomen omdat het hier veiliger is. Maar
in openlucht leven is een ander soort hel. We hebben
zelfs geen schoenen meer. We leven in het vuil. Zou Israël
toelaten dat haar kinderen zo leven?, vraagt ze terwijl
ze naar haar blote voeten wijst. Ze trekt een klein jongetje
naderbij: Wat hebben deze kinderen gedaan? Andere
kinderen liggen nu te rotten onder de vernielde gebouwen.
Intussen vliegen Israëlische
oorlogsvliegtuigen over. We zijn erg bang van al de
bombardementen, zegt Ramadan, een 12-jarige jongen
in het park.Ik hoop dat ze stoppen. Dat is het enige
dat we nu willen
(IPS,
Dahr Jamail)
|