|
Bush stopt financiering democratiseringsprojecten
in Irak
NEW YORK, 12 juli 2006 - De regering
van de Amerikaanse president George W. Bush vermindert de
uitgaven voor democratisering in Irak aanzienlijk. Een opmerkelijk
zet, aangezien de president bij zijn tweede inaugurele rede,
in januari, nog het belang van democratisering in het Midden-Oosten
benadrukte.
Organisaties die zich inzetten voor bevordering
van democratie, zien hun inkomsten met miljoenen teruglopen.
Sommige organisaties staan sinds april al droog, andere
proberen de zomer nog door te komen met het beschikbare
geld.
Projecten in Irak, bedoeld om Irakis
te leren hoe ze politieke partijen, denktanks, mensenrechtenorganisaties,
vrije persorganen en vakbonden moeten opzetten, staan onder
druk. De bezuiniging op de projecten is volgens betrokkenen
te wijten aan de torenhoog oplopende beveiligingskosten.
Die leidden er ook al toe dat Bush zijn ambitieuze wederopbouwprogrammas,
bedoeld om de infrastructuur in Irak te herstellen, moest
bijstellen.
Bij het begin van de oorlog in Irak was
geld nog geen probleem voor de organisaties die vanouds
betrokken waren bij het bevorderen van democratie. Vlak
na de val van Bagdad, kreeg de National Endowment for Democracy
(NED) 25 miljoen dollar om de programmas in Irak uit
te breiden. In totaal ging er uiteindelijk 71 miljoen naar
de NED. De organisatie stortte een deel van dat geld op
rekening van het National Democratic Institute for International
Affairs en zijn zusterorganisatie, het International Republican
Institute. Beide instituten zijn gelieerd aan de twee belangrijkste
politieke partijen in de VS.
Aan de geldstroom naar beide organisaties
kwam echter recent een einde. Hun enige financiering komt
nu nog uit speciale fondsen die het Congres vorig jaar daarvoor
reserveerde. Dat besluit was mede te danken aan de inzet
van senator Edward M. Kennedy, een Democraat uit Massachusetts.
De oplossing in Irak ligt in politieke vooruitgang
en het is onverantwoord als het Witte Huis nu bezuinigt
op projecten die de democratie in Irak moeten bevorderen,
zo zei Kennedy in zijn pleidooi.
De regering-Bush reserveerde in het budget
voor volgend jaar slechts 15 miljoen voor de twee partij-instituten.
Het totale bedrag dat in 2007 is gereserveerd voor democratisering,
is 63 miljoen dollar. Dat betekent dat de meeste programmas
gestopt moeten worden. Een extra verzoek van de president
leidde tot een aanvullening met 10 miljoen, een fractie
van de tientallen miljoenen die de oorlog in Irak de VS
dagelijks kost.
Jennifer Windsor, uitvoerend directeur
van Freedom House, een non-profit belangengroep die nauw
met de regering verbonden is, zegt verbijsterd
te zijn over het intrekken van de financiële steun
voor democratisering. Juist nu is het belangrijk te
laten zien dat democratie meer is dan het houden van verkiezingen,
zegt ze.
Mary Shaw van Amnesty International USA
is het daarmee eens. De Amerikaanse steun aan democratische
instituten in Irak is cruciaal voor de toekomst van de mensenrechten
in dat land. Drie jaar na de invasie staat Irak op een kritiek
kruispunt, de veiligheid van de inwoners van Irak staat
daarbij op het spel. De VS zijn aan het Iraakse volk
verplicht om de middelen te verschaffen om ook de maatschappelijke
infrastructuur op te bouwen, zegt Shaw. Alleen dan
kan Irak echt vrij zijn.
Christopher J. Roederer, rechtsgeleerde
aan de Florida Coastal School of Law, vindt het besluit
van de regering Bush niet verrassend. Bevorderen van
democratie was niet de belangrijkste reden om Irak binnen
te vallen, het werd zelfs niet eens als zodanig genoemd.
Het kwam pas in beeld na de invasie in Irak en nadat bleek
dat de andere argumenten, dat Irak massavernietigingswapens
zou bezitten en dat het land banden met al Qaeda zou hebben,
geen stand meer hielden. (IPS,
William Fisher)
|