|
Argentijnse werkloosheid daalt sneller
dan armoede
BUENOS AIRES, 27 juli 2006 - Voor het
eerst in meer dan 10 jaar kan de Argentijnse regering weer
uitpakken met een werkloosheidscijfer van minder dan 10
procent. De periode van torenhoge werkloosheid in Argentinië
lijkt daarmee definitief voorbij, maar de armoede die ermee
gepaard ging, neemt maar aarzelend af. Veel nieuwe banen
ontstaan in de informele sector, kleine bedrijfjes die hun
personeel in het zwart betalen maar ook geen ziekteverzekering
of pensioenen kennen.
Niet minder dan 44 procent van de economisch
actieve Argentijnen werkt nu voor dergelijke semi-illegale
bedrijfjes. Ze kunnen alleen standhouden door hun
werknemers weinig en in het zwart te betalen, want hun productiviteit
is bedroevend laag, zegt Ernesto Kritz, een socioloog
van het onderzoeksbureau SEL. Volgens Kritz is dat de belangrijkste
reden waarom de armoede in Argentinië niet even snel
afneemt als de werkloosheid. Hij vindt dat de regering er
dringend voor moet zorgen dat er meer goede arbeidsplaatsen
komen. We zouden het aandeel van de informele sector
ten minste moeten terugdringen tot de 30 procent die we
voor de economische crisis kenden.
De werkloosheid in Argentinië was
tot 1994 altijd onder de tien procent gebleven, maar toen
zette een stijging in die bijna een decennium duurde. In
mei 2002 bereikte het Argentijnse werkloosheidscijfer een
record 21,5 procent, een gevolg van de recessie die Argentinië
toen al een paar jaren in haar greep had. De finale ineenstorting
van de Argentijnse economie leidde tot grootschalige protesten
en een politieke ommezwaai. Argentinië nam afstand
van het extreme beleid van liberalisering en privatiseringen
waarmee president Carlos Menem (1989 1999) zijn stempel
had gedrukt op de Argentijnse economie.
Na het pijnlijke einde van de koppeling
van de Argentijnse peso aan de Amerikaanse dollar, kwam
er ruimte voor een relance. De nieuwe regering van de centrumlinkse
president Néstor Kirchner ondersteunde die nieuwe
dynamiek met een beleid waarin het overheidsinitiatief veel
centraler stond. De werkloosheid begon gestaag te dalen,
tot 11,4 procent in het eerste kwartaal van dit jaar. Onlangs
kondigde president Kirchner zelfs aan dat het cijfer in
mei gedaald was tot 9,8 procent.
Sommige werklozen duiken niet op in de
Argentijnse statistieken omdat ze een speciale uitkering
krijgen in ruil voor wat werk voor de overheid. A1s die
groep van mensen wordt meegeteld, komt het huidige werkloosheidscijfer
uit op ongeveer 12 procent. Maar volgens Ernesto Kritz,
een socioloog van het onderzoeksbureau SEL, is er in elk
geval sprake van een duidelijk afnemende trend.
Kritz maakt zich wel zorgen over de blijvende
armoede in Argentinië. De sociale ongelijkheid
is nu groter dan in 1994, oordeelt hij. Eind vorig
jaar leefde nog altijd ruim een derde van de Argentijnse
bevolking onder de armoedegrens. In 2003, op het hoogtepunt
van de economische crisis, bedroeg dat aandeel 52,5 procent,
maar voor het begin van de economische neergang in 1994
gold maar een vijfde van de Argentijnse bevolking als arm.
Ondanks de economische groei blijven de
lonen in de informele sector achter op wat grotere bedrijven
die hun personeel wel aangeven, betalen. Volgens overheidscijfers
zagen geregistreerde werknemers hun lonen sinds 2002 met
92 procent stijgen; de werknemers in de informele sector
moesten genoegen nemen met 36 procent extra. Ook mensen
die werk hebben, ontsnappen in Argentinië niet altijd
meer aan de armoede. Daarentegen krijgen de rijke Argentijnen
het almaar beter.
De regering-Kirchner begint te beseffen
dat ze met een probleem zit. Argentijnse journalisten klagen
dat ze onder druk worden gezet om niet langer cijfers te
publiceren over de toenemende kloof tussen rijk en arm in
Argentinië. (IPS, Marcela
Valente)
|