|
Zeebeving treft vooral kinderen.
Door Thalif Deen en Stefania Biachi.
NEW YORK, 12 januari 2004 (IPS) - Het
aantal kinderen dat slachtoffer is geworden van de tsunami
in Azië, is onvoorstelbaar hoog. Er zijn ongeveer 50.000
kinderen dood, 30.000 hebben hun ouders verloren en anderhalf
miljoen kinderen zijn op andere manieren getroffen door
de zeebeving van vorige maand.
"De levens van de kinderen zijn volledig
ondersteboven gekeerd", zegt Colleen Barton Sutton
van de internationale hulpverleningsorganisatie Save
the Children. "Voor sommige kinderen is geen gezondheidszorg,
schoon water of onderdak beschikbaar." Naar schatting
heeft de ramp nu in totaal 155.000 dodelijke slachtoffers
geëist.
In de Indonesische provincie Atjeh kwamen
1.500 onderwijzers om. Vijfhonderd scholen liepen schade
op. In Sri Lanka zijn naar schatting 150 scholen beschadigd
of vernield. In de hele regio worden scholen gebruikt om
slachtoffers op te vangen of als mortuarium te dienen. In
Sri Lanka zitten 244 scholen vol met vluchtelingen.
"Het is erg belangrijk om kinderen
weer zo snel mogelijk op school te krijgen", zegt Carolyn
Bartholomew van de Basic
Education Coalition uit Washington. Scholen zijn volgens
haar een veilige plek voor kinderen, waar ze weer langzaam
kunnen wennen aan het normale leven. De Basic Education
Coalition, waarbij onder meer World Vision, Africare, Christian
Children's Fund, CARE en Bread for the World zijn aangesloten,
wil dat de VS bij de hulpverlening meer aandacht besteden
aan basisonderwijs.
VN-coördinator Jan Egeland zei gisteren
(dinsdag) tijdens een persconferentie dat hij er vertrouwen
in heeft dat een tweede ramp veroorzaakt door uitbraak
van ziekten voorkomen kan worden. "Veel kinderen
hebben last hebben van ademhalingsproblemen en diarree,
maar er zijn nog geen dodelijke epidemieën uitgebroken.
We hebben sneller hulp kunnen bieden dan iedereen had verwacht",
aldus Egeland. Het VN-Kinderfonds Unicef
heeft inmiddels een leidende rol genomen bij de bescherming
van de 'tsunami-generatie' tegen exploitatie, misbruik en
ontvoering. "Het goede nieuws is dat de meeste benodigde
hulp al onderweg is", zegt Carol Bellamy van Unicef.
Volgens haar is echter nog altijd haast geboden.
Om kindersmokkel tegen te gaan, heeft
de Indonesische regering heeft het vervoeren van kinderen
zonder toezicht van een ouder verboden. Ook is adoptie niet
toegestaan zolang niet 100 procent zeker is dat een kind
geen verwanten meer heeft. Volgens Bellamy moeten alle ontheemde
kinderen in India, Sri Lanka en Indonesië zo snel mogelijk
geregistreerd worden, een proces dat momenteel al gaande
is. Daarna moeten kinderen zonder familie tijdelijk worden
ondergebracht bij volwassenen die voor hen zorgen. Vervolgens
kunnen verwanten worden opgespoord. In de Srilankaanse media
worden politie, overheid en burgers opgeroepen om te letten
op kinderen die alleen rondzwerven.
In de Europese Unie ontstond vorige week
controverse over de mogelijke opvang van duizenden kinderen
in Europa. De Italiaanse eurocommissaris Franco Frattini
(Justitie en Asielzaken) opperde die mogelijkheid in de
Italiaanse krant la Repubblica. Volgens hem zijn duizenden
Europeanen bereid de kinderen tijdelijk onderdak te bieden.
Daarvoor zou de asielwetgeving wel verruimd moeten worden.
Momenteel bestaan er regelingen voor tijdelijke opvang van
mensen uit landen die getroffen zijn door (natuur)rampen.
Die gelden echter alleen voor volwassenen. Frattini zei
de regels te willen aanpassen, zodat ze ook van toepassing
zijn op kinderen.
De Nederlandse minister van Ontwikkelings-
samenwerking, Agnes van Ardenne, liet weten geen voorstander
te zijn van de plannen van Frattini. Volgens haar is het
beter de kinderen op te vangen in hun eigen land. "Ze
hebben al zoveel te verwerken. De kinderen dan naar een
andere regio overbrengen, lijkt me niet wenselijk",
aldus Van Ardenne.
Diverse Europese leiders hebben het voorstel
van Frattini verworpen. Ook veel hulporganisaties voor kinderen
zijn er tegen. "Als je kinderen wilt beschermen tegen
ontvoering, dan is het slechtste wat je kunt doen ze uit
hun omgeving halen", zegt Salvatore Parata van Terre
des Hommes in Brussel. De organisatie vreest dat de adoptiedrang
bij westerlingen de kinderen meer kwaad dan goed doet. "In
het verleden hebben we gezien dat Europese regeringen zich
meer inzetten voor de belangen van de adoptiefouders dan
voor die van het kind", zegt Parata. De druk van adoptiefouders
is extra hoog als het gaat om rampgebieden, omdat ze denken
dat het dan gemakkelijker wordt om kinderen te adopteren,
zegt Parata. "Door die druk dringen westerse regeringen
er bij ontwikkelingslanden op aan om kinderen ter adoptie
aan te bieden, zelfs als in het land zelf oplossingen gevonden
kunnen worden."
|