|
Niet 'oorlog tegen terrorisme', maar
armoede en ziekten zijn échte as van het kwaad.
Door Jim Lobe.
WASHINGTON, 13 januari 2005 (IPS) - De
oorlog tegen het terrorisme leidt de aandacht af van de
dieper liggende wortels van de mondiale onveiligheid. De
échte as van het kwade wordt gevormd door armoede,
ziekte en milieuverontreiniging. Dat concludeert het vermaarde
'Worldwatch Institute' in zijn nieuwe rapport 'State of
the World 2005: Redefining Global Security'.
Als zeven procent van de militaire uitgaven
in de wereld zou herbestemd worden voor ontwikkelingshulp,
zouden de échte mondiale problemen efficiënt
kunnen worden bestreden, stelt het nieuwe jaarrapport
van 'Worldwatch Institute'. Dat de mondiale veiligheid enkel
kan worden bereikt door gemeenschappelijke actie en internationale
samenwerking, is de kernboodschap van het rapport.
Het werkstuk, dat in vierentwintig talen
zal worden vertaald, bevat bijdragen van een twintigtal
auteurs over thema's als demografische evolutie, besmettelijke
ziektes, transnationale misdaad, voedselveiligheid, de olie-economie
en militaire uitgaven. De inleiding werd geschreven door
de voormalige president van de Sovjetunie Michaël Gorbatsjov.
Hij spoort de hoofdrolspelers in de internationale politiek
aan om "een beleid van preventief engagement"
te voeren.
"Terrorisme is slechts een symptoom
van een veel uitgebreidere reeks van diepe bezorgdheden,
die een nieuw tijdperk van angst hebben voortgebracht",
zegt Michael Renner, één van de hoofdauteurs.
Deze bezorgdheden gaan over "problemen zonder paspoorten",
die zonder collectieve actie de volgende jaren nog groter
zullen worden; problemen die niet kunnen worden opgelost
door de militaire uitgaven te verhogen en troepen uit te
sturen; problemen die je niet kunt beheersen door grenzen
te sluiten.
In het rapport worden deze "bezorgdheden"
benoemd: "armoede, schokkende economische evoluties
die ongelijkheid en werkloosheid met zich mee brengen, internationale
misdaad, de verspreiding van wapens, migraties, natuurrampen,
milieuproblemen, besmettelijke ziektes, de steeds groter
wordende concurrentiestrijd voor land en natuurlijke bronnen".
Een van de grootste destabiliserende factoren
ter wereld is volgens het rapport onze grote afhankelijkheid
van fossiele brandstof. De strijd om toegang te hebben tot
deze energiebronnen leidt tot geopolitieke rivaliteit, burgeroorlogen,
mensenrechtenschendingen van inheemse bevolkingsgroepen.
Terwijl de vraag naar olie blijft stijgen, worden steeds
minder nieuwe oliebronnen gevonden, in steeds meer afgelegen
streken. De grote schommelingen in olieprijzen ondermijnen
bovendien de economische veiligheid in de wereld.
Ook de toegang tot water wordt een steeds
groter probleem. Wereldwijd hebben vandaag 434 miljoen mensen
af te rekenen met waterschaarste. Tegen 2025 zal dit cijfer
ergens tussen 2,6 en 3,1 miljard liggen. Watergebrek is
een van de grote oorzaken van plattelandsvlucht. En hoewel
buurlanden vaak via regionale akkoorden een gezamenlijk
waterbeleid voeren, leidt droogte toch ook vaak tot gewelddadige
conflicten - het Soedanese Darfur is daar een voorbeeld
van.
De voedselveiligheid, zo stelt het 'Worldwatch
Institute' vast, is nog steeds allesbehalve verzekerd: twee
miljard mensen lijden honger of zijn ondervoed. Een demografisch
fenomeen dat tot instabiliteit leidt, is de reusachtige
toename van het aantal jongeren in de wereld. In meer dan
honderd ontwikkelingslanden maken jongeren tussen 15 en
29 jaar al meer dan veertig procent van de bevolking uit.
Meer dan 200 miljoen jongeren hebben geen of onvoldoende
werk. Zij zijn vaak aangewezen op misdaad om in hun levensonderhoud
te kunnen voorzien.
Internationale samenwerking is het sleutelwoord
om tot structurele oplossingen te komen, aldus het 'Worldwatch
Institute'. Het vraagt de rijke landen om hun budgetten
voor buitenlandse hulp te verdubbelen, om de millenniumdoelstellingen
(bijvoorbeeld de halvering van het aantal armen) voor 2015
toch te halen. Die internationale ontwikkelingsminima maken
deel uit van een internationaal aanvaarde politieke consensus.
Het instituut wijst er ook op dat
preventie zoveel efficiënter en doeltreffender is dan
militaire oplossingen. "Jaarlijks wordt in de wereld
een biljoen dollar uitgegeven voor militaire doeleinden.
Preventieve strategieën om sociale en milieuproblemen
op te lossen, zijn meestal veel goedkoper", zei Renner.
"Het zou genoeg zijn als donorlanden slechts 7,4 procent
van hun militaire uitgaven zouden herbestemmen voor ontwikkelingshulp."
|