|
Koch Industries: vermenging van zaken
en politiek
OAKLAND, 5 januari 2006 - Wat is
de grootste privé-onderneming van de Verenigde Staten?
Nee, het is niet Microsoft,
maar wel Koch Industries,
onbekend maar met hoge politieke connecties. De Amerikaanse
multinational haalt het record doordat het bosbouwbedrijf
Georgia Pacific
heeft overgekocht. De overname doet vrezen voor exploitatie
van Amerikaanse bossen in overheidsbezit.
Georgia Pacific
is een van s werelds grootste producenten van onder
meer papier, verpakkingen, bouwmaterialen en aanverwante
chemicaliën. De overname van bosbouwbedrijf Georgia
Pacific mocht Koch maar liefst
21 miljard dollar (17,3 miljard euro) kosten. In de toekomst
zal het bedrijf wel gewoon onder zijn eigen naam blijven
bestaan.
Koch Industries
is volledig in handen van de gebroeders Koch uit de Amerikaanse
staat Kansas. Dankzij de miljoenen dollars aan financiële
steun die ze jarenlang hebben verleend aan conservatieve
doelen, kandidaten en organisaties, hebben ze zeer nauwe
banden met de politieke wereld gesmeed.
Opmerkelijk is vooral hoe weinig
het grote publiek afweet van zowel de gebroeders Koch als
van hun bedrijven. Koch is een reusachtig bedrijf
groter zelfs dan Microsoft, vertelt Bob Williams.
Williams schreef eerder een kritisch rapport over het Koch-imperium,
waarin hij vragen stelt bij de manier waarop Koch zaken
en politiek vermengen, in alle stilte. Als privé-onderneming
hoeft ze enkel rekenschap afleggen aan de Internal
Revenue Service, de Amerikaanse
belastingsdienst.
Koch Industries
bezit een breed gamma aan bedrijven in de handels -en investeringssector.
De groep is in meer dan 50 landen actief in sectoren als
petroleum, chemicaliën, energie, hars, meststoffen,
pulp en papier, plantages, veiligheid en financiën.
In 2004 werd het familiefortuin van de
Kochs geschat op 4 miljard dollar (3,3 miljard euro). Daarmee
haalden de broers Charles (70) en David (65) Koch in 2003
de top-50 van rijkste Amerikanen en de top-100 van rijkste
mensen ter wereld. De twee andere broers, William en Frederick,
werden in 1983 uitgekocht uit het familiebedrijf.
In januari 2000 gaf de Amerikaanse overheid
het bedrijf een boete van 350 miljoen dollar (289,7 miljoen
dollar). De grootste boete die een Amerikaans bedrijf ooit
opgelegd kreeg na het schenden van een federale milieuwet.
Reden daartoe waren de 300 olielekken in 6 verschillende
staten, afkomstig van oliepijplijnen en oliefaciliteiten
van het bedrijf. Toen George W. Bush president werd en John
Ashcroft aanstelde als minister van Justitie werd de boete
sterk teruggebracht. Ashcroft liet 88 van de 97 beschuldigingen
vallen - waaronder alle hoofdbeschuldigingen- in ruil voor
een schuldbekentenis voor schriftvervalsing.
Tussen 1999 en 2001 schonken Charles en
David Koch meer dan 20 miljoen dollar (16,5 miljoen euro)
aan conservatieve organisaties. Het merendeel daarvan was
bestemd ter promotie van hun agenda voor een economische
politiek van laissez-faire, privatiseringen en vrijhandel.
Vier miljoen dollar (3,3 miljoen euro) ging naar lobbywerk
dat rechtstreeks werd betaald aan ruim 50 wetsvoorstellen
die in het Amerikaanse Congres behandeld werden.
Volgens de milieugroeperingen ontstonden
door die donaties over de jaren een hecht netwerk van denktanks
die hevig ijveren voor de privatisering van meer openbare
ruimte. Net uit die denktanks haalde Bush bij zijn aanstelling
de mensen die hij aan het hoofd zette van de diensten die
instonden voor ruimtelijke ordening, de zogenaamde land
management agencies.
Van de sterke verwevenheid van Koch
met de politieke machthebbers kan Georgia
Pacific nu optimaal profiteren.
Milieugroeperingen vrezen dat de belangenvermenging van
Koch en de politieke wereld de trend naar privatisering
van publieke bossen en roofbouw alleen maar zal versnellen.
(IPS)
|