|
Ondertussen in Irak ...
Door Jim Lobe en Bart Lagae.
WASHINGTON/BRUSSEL, 6 januari 2005 (IPS)
- Terwijl de ogen van de wereld gericht zijn op de stranden
van Zuidoost-Azië, laait het geweld in Irak weer op.
Steeds meer analisten pleiten voor een uitstel van de verkiezingen.
De Verenigde Staten, die vasthouden aan de datum van 30
januari, kregen donderdag de steun van de buurlanden van
Irak.
Twee weken nadat achttien Amerikanen en
drie Irakezen omkwamen bij een zelfmoordaanslag in een militair
kamp in Mosoel, heeft de moord dinsdag op de gouverneur
van Bagdad, Ali Haidary, nieuwe vragen doen rijzen over
de veiligheidssituatie in Irak. Haidary, een getrouwe van
Washington, werd op klaarlichte dag in een hinderlaag gelokt.
Op dezelfde dag werden nog vijf Amerikaanse soldaten gedood
op verschillende plaatsen in Irak. In Irak zijn intussen
al 10.000 soldaten zwaargewond geraakt.
Niet alleen buitenlandse analisten maar
ook Washington-getrouwe leden van de Iraakse interimregering,
twijfelen eraan of het land klaar is voor de eerste verkiezingen
sinds de val van dictator Saddam Hoessein.
De Iraakse interim-president Ghazi al-Yawar,
die vorige week nog door Bush werd geciteerd als een hevige
voorstander van verkiezingen, heeft een oproep gedaan aan
de Verenigde Naties "om hun verantwoordelijkheid op
te nemen en te zeggen of verkiezingen mogelijk zijn of niet".
De voormalige Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Adnan
Pachachi, zegt dat het daar nu nog te onveilig voor is.
Hij schreef een commentaarstuk in de Washington Post onder
de titel: "Stel de verkiezingen uit".
Volgens de chef van de Iraakse staatsveiligheid,
generaal Mohammed Shahwani, zouden er in Irak 40.000 gewapende
opstandelingen actief zijn. Dat zijn er dubbel zoveel als
Washingtons ruimste schatting. Volgens Shahwani krijgen
die 40.000 "hardcore rebellen" de steun van nog
eens 150.000 tot 200.000 "deeltijdse guerrillero's,
spionnen en logistieke medewerkers". Hij vermoedt dat
de opstand geleid wordt door voormalige leden van Saddam
Hoesseins soennitische Baath-partij, die zich nu in Syrië
zouden verschuilen.
Volgens Shahwani zijn er meer rebellen
dan Amerikaanse militairen in Irak. Het Amerikaanse leger
heeft 150.000 manschappen ter plaatse. Volgens militaire
theorieën zijn er tien keer zoveel soldaten als rebellen
nodig om een opstand te onderdrukken.
Ook in de VS neemt de vrees voor een mislukking
van de verkiezingen en een oplaaien van het verzet toe.
De gepensioneerde generaal Robert Killebrew, een veelgevraagd
spreker in neo-conservatieve kringen, zegt dat er meer Amerikaanse
troepen moeten komen in Irak. Andere, meer gematigde analisten,
noemen de Amerikaanse aanwezigheid in Irak dan weer contraproductief.
Zij pleiten net als Killebrew voor een uitstel van de verkiezingen,
maar denken dat alleen een sterkere Iraakse troepenmacht
de opstand kan onderdrukken.
"Alleen Iraakse soldaten kunnen de
woede en de wrok jegens het Amerikaanse leger wegnemen",
schrijft Anthony Cordesman, een Midden-Oostenspecialist
van het gezaghebbende Centrum voor Strategische en Internationale
Studies. "(...)Zelfs de Irakezen die de aanwezigheid
van buitenlandse soldaten in hun land dulden, willen hen
zo snel mogelijk weer buiten."
De soennitische buurlanden van Irak vrezen
dan weer dat de verkiezingen een sjiitische regering aan
de macht brengen, en doen een oproep aan de soennitische
Arabieren in Irak om te gaan stemmen. In Irak woont een
meerderheid sjiieten, maar het land werd jarenlang geleid
door de soennitische minderheid. Iran, een sjiitisch buurland
van Irak, beschuldigt de Arabische buurlanden van "inmenging
in de Iraakse binnenlandse politiek" en boycot de bijeenkomst
die de Jordaanse koning Abdullah in Amman heeft georganiseerd.
|