|
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
|
|
Nederlandse werknemer moet harder werken
Van de redactie
|
|
De Nederlandse werknemer zal meer uren moeten werken wil ons land economisch niet achterop raken. Dat stelt de hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken, secretaris-generaal Jan Willem Oosterwijk, in zijn nieuwjaarsartikel in het blad Economisch Statistische Berichten. Maar om meer werken aantrekkelijker te maken, zal de belastingdruk omlaag moeten en moeten er meer mogelijkheden komen voor kinderopvang. Meer werken moet beloond worden, aldus de topambtenaar. Om de economische groei voor de toekomst veilig te stellen, moet Nederland een aantal bedreigingen het hoofd bieden. Zo zal de arbeidsparticipatie verder omhoog moeten om de gevolgen van de vergrijzing op te kunnen vangen. Ondanks dat er op dat gebied de afgelopen jaren veel bereikt is, zullen nog meer laaggeschoolden, allochtonen, ouderen en vrouwen boven de 35 jaar aan het werk moeten, stelt Oosterwijk. Maatwerk en de juiste financiële prikkels zijn daartoe in zijn ogen de belangrijkste middelen. Ook moet de WAO in de visie van de topambtenaar zodanig worden aangepast dat deze regeling niet langer fungeert als overloop voor fricties op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd kan ook het bestaande arbeidspotentieel beter benut worden door het gemiddeld aantal uren per werknemer te verhogen. Nederlandse werknemers hebben nu gemiddeld genomen de kortste jaarlijkse arbeidstijd van alle werknemers in de OESO-landen. De gemiddelde Japanner is jaarlijks circa 1850 uur voor de baas in touw, terwijl de gemiddelde Nederlandse werknemer maar 1400 uur draait. Om langer werken financieel aantrekkelijker te maken, moet de belastingdruk omlaag en moeten de mogelijkheden voor kinderopvang verbeterd worden, stelt Oosterwijk. Marktwerking Verder pleit de topambtenaar voor meer marktwerking
in afgeschermde sectoren, waaronder het onderwijs en de zorg. Ook vindt
hij dat het werknemers makkelijker gemaakt moet worden om een eigen bedrijf
te starten. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld is 70 procent van de oprichters
van de vijfhonderd snelst groeiende bedrijven gestart met het overnemen
en uitwerken van een idee dat ze al in een vorige baan hadden gekregen.
Tenslotte moet het voor bedrijven makkelijker worden om hoog opgeleid
personeel uit het buitenland te halen. Anders dreigen door de krapte op
de arbeidsmarkt vernieuwende activiteiten van bedrijven en onderzoekscentra
in het gedrang te komen. (Bronnen: NOS-Teletekst,
Ministerie van Economische Zaken) |