|
Nieuw corruptieschandaal hangt boven
VN
NEW YORK, 17 januari 2006 - Temidden
van een onophoudende stroom beschuldigingen over verspilling,
fraude en misdrijven, hebben de VN acht stafmedewerkers
en een aannemer voorlopig geschorst. Bij aankopen voor VN-vredesmissies
zou fraude de laatste vijf jaar schering en inslag geweest
zijn. Volgens VN-insiders kan het onderzoek wel eens leiden
tot een van de grootste financiële schandalen in de
geschiedenis van de organisatie.
Een voormalige diplomaat die momenteel
deel uitmaakt van een vredesmissie in Europa, zou een Mercedes
gekregen hebben om hem te overtuigen een bepaalde aannemer
te bevoordelen. De luxewagen werd naar een adres in een
onbekend land gestuurd en wacht daar op de terugkeer van
de stafmedewerker om verscheept te worden naar zijn thuisland.
In een andere missie zou een koppel dat
werkzaam is bij de VN samen een heel systeem op poten hebben
gezet om de organisatie te pluimen -meestal in het aankoopbeleid.
"De rest van de staf slaat er geen
acht op, of speelt onder één hoedje,
zeggen VN-insiders.
Hoewel het auditrapport nog niet af is,
lijken er toch genoeg aanwijzingen te bestaan dat er zich
verschillende gevallen van fraude hebben voorgedaan. Het
VN-secretariaat heeft alleszins beslist om extra middelen
te geven aan de interne organisatie die zich met het fraudeonderzoek
bezig houdt, het Office of Internal Oversight (OIOS).
De VN werken ook mee aan verschillende
onderzoeken van nationale politiediensten naar fraude bij
aankopen van de VN.
Sinds 1948 gaven de VN 34 miljard euro
uit aan vredesmissies wereldwijd. Voor de 15 vredesmissies
die momenteel lopen, hebben de VN in 2005-2006 een budget
van een slordige vier miljard euro. Er zijn voor het ogenblik
85.000 blauwhelmen in dienst, van Libanon tot de Westelijke
Sahara en van Kosovo tot Haïti.
Terwijl de kosten voor de vredesmissies
de laatste twee decennia in bijna verticale lijn stegen,
groeiden verspilling en corruptie aan hetzelfde tempo mee.
Een van de grootste opdoffers voor de
VN was de verdwijning van 3,2 miljoen euro uit de gebouwen
van de VN-vredesmissie in Somalië, in 1993. Hoewel
het Britse Scotland Yard op de zaak werd gezet, werd het
geld nooit teruggevonden.
In 1996 betaalden de VN hun personeel
in Irak per abuis 800 miljoen euro te veel - waarna ze verwoede
pogingen moesten doen om het geld terug te krijgen. Nooit
is de organisatie erin geslaagd te achterhalen wie verantwoordelijk
was voor de blunder.
Ten tijde van de vredesmissie in Angola
werden transportmiddelen en andere diensten aangekocht ter
waarde van 560 miljoen euro, zonder de financiële regels
en procedures te volgen. Er werd ook geld gevraagd voor
goederen en diensten die, zo bleek later, niet essentieel
bleken. De bestelling ter waarde van 12,5 miljoen euro kon
net op tijd worden afgeblazen.
In Zagreb bleken de VN dan weer voor meer
dan 580.000 euro aan kortingen te hebben misgelopen omdat
de gekochte goederen niet meteen betaald waren.
Geen enkele van de voorgaande voorbeelden
van geldverkwisting haalt het echter bij de vredesmissie
in Cambodja. Daar werd voor miljoenen aan autos, trucks,
telefoons en computers gestolen. In 1993-1994 werd zo voor
ruim 6,5 miljoen euro achterover gedrukt. Niemand werd verantwoordelijk
gesteld voor de diefstallen. (IPS,
Thalif Deen)
|