|
Handelstekort met China kost VS anderhalf
miljoen banen.
Door Emad Mekay.
WASHINGTON, 12 januari 2005 (IPS) - Het
oplopende handelstekort met China heeft de Verenigde Staten
sinds 1989 anderhalf miljoen banen gekost. Dat blijkt uit
een rapport van het Economic Policy Institute (EPI). China
wint snel terrein in industrieën waarin Amerika traditioneel
sterk is, zoals de auto-industrie en luchtvaart.
Volgens het EPI is het Amerikaanse handelstekort
met China gedurende de laatste veertien jaar vertwintigvoudigd,
van 6,2 miljard dollar in 1989 naar 124 miljard in 2003.
In 2004 is het tekort naar verwachting toegenomen met 20
procent, tot 150 miljard.
Het rapport werd geschreven voor de US-China
Economic and Security Review Commission, een panel dat in
2000 door het Amerikaanse parlement in het leven werd geroepen
om de handelsrelaties met China beter in de gaten te houden.
Volgens het rapport steeg de Amerikaanse export naar China
van 5,8 miljard dollar in 1989 naar 26,1 miljard in 2003,
een verviervoudiging. De import steeg echter van 11,9 miljard
dollar naar 151,7 miljard. Het Amerikaanse handelstekort
met China steeg dus tussen 1989 en 2003 naar 119,5 miljard
dollar, een toename van ongeveer 2000 procent.
In het rapport wordt de aanbeveling gedaan
om de Amerikaanse economische strategie ten opzichte van
China te heroverwegen, vooral om dat het land snel terrein
wint in geavanceerde industrieën zoals de auto-industrie
en de luchtvaart. Die twee takken vormden generatieslang
de basis voor de Amerikaanse industrie. De markt van halfgeleiders,
waarvan jarenlang gedacht werd dat die immuun zou zijn voor
de Chinese lagelonenconcurrentie, ligt nu open voor Chinese
import.
"Iedereen hield er rekening mee dat
we banen zouden verliezen in de arbeidsintensieve textielsector,
maar we hadden verwacht dat de kapitaalintensieve, hoogtechnologische
arena ons terrein zou blijven", zegt Robert E. Scott,
directeur van de internationale programma's van EPI.
De Chinese export van elektronica, computers
en communicatieapparatuur groeit veel sneller dan de export
van goedkope, arbeidsintensieve producten als textiel, schoenen
en plasticproducten. Het Amerikaanse handelstekort in hoogtechnologische
producten bedraagt 32 miljard en dat bedrag komt volledig
voor rekening van China.
De weigering van China om zijn munt op
te waarderen, ondanks de enorme vraag naar de munteenheid,
draagt ook aanzienlijk bij aan de groei van het Amerikaanse
handelstekort, zegt het rapport.
Het EPI zet ook vraagtekens bij de veronderstelde
gevolgen van de Chinese toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie
(WTO). Die had moeten leiden tot een snelle groei van de
Amerikaanse export, om zo het handelstekort juist te laten
afnemen. De Amerikaanse export groeide wel, maar veel minder
dan verwacht.
De WTO streeft naar vrijhandel en biedt
internationale investeerders unieke garanties waarmee buitenlandse
directe investeringen en het verplaatsen van fabrieken naar
andere landen, gestimuleerd worden. Vooral Europese en Amerikaanse
bedrijven verplaatsen vestigingen naar lagelonenlanden als
China en Mexico.
De WTO-overeenkomsten worden vaak bekritiseerd
omdat ze geen adequate milieu- en arbeidsregelgeving bevatten.
Daardoor kunnen multinationals vestigingen gemakkelijk verplaatsen
naar regio's met de laagste kosten. Multinationals hebben
de bescherming die de WTO biedt voor investeringen en intellectueel
eigendom, gebruikt om hun investeringen en productie in
China snel uit te breiden, zegt het rapport. Amerika blijft
voor China de belangrijkste exportmarkt.
|