|
Buitenlandse bedrijven houden Birmese
militaire junta mee in het zadel.
Door Marwaan Macan-Markar en Kristof Clerix.
BANGKOK, 28 januari 2005 (IPS) - Buitenlandse
bedrijven die investeren in Birma dragen ertoe bij dat de
militaire junta aan de macht blijft. Dat staat in een nieuw
rapport van de Internationale Vereniging van Vrije Vakbonden
(IVVV), die een lijst opstelde van 439 bedrijven die in
Birma investeren of handel drijven met het land. Op de zwarte
lijst prijken naast Rolls Royce en farma-reus GlaxoSmithKline
ook 23 Nederlandse en 5 Belgische bedrijven.
De Belgische bedrijven op de IVVV-lijst
zijn Belgacom, Best Tours, GMT, Solvay S.A.- Solvay Pharmaceuticals
en SWIFT. De Nederlandse bedrijven op de zwarte lijst zijn
Altius houtagenturen, Amsterdamsche Fijnhouthandel, Bonamare,
Bruynzeel, Multipanel B.V., Dopharma International, Far
Holidays International, Fox Vakanties, Houthandel Boogaerdt
bv, Houthandel Van de Stadt BV, HT Wandelreizen, IHC Caland,
Incento Reisbureau, Kepro, Koning Aap, Outsight Travel,
Stevens paper & Board, Summun reizen, Sun Furniture,
VNC Travel, Voigt & Co. en Worldwood BV.
Het regime in Birma ligt onder meer onder
vuur omwille van ernstige mensenrechtenschendingen en dwangarbeid.
De Internationale Arbeidsorganisatie schat dat zowat 800.000
Birmezen gedwongen worden om te werken voor weinig of geen
geld. De militaire junta in Birma haalt financiële
voordelen uit relaties met buitenlandse bedrijven. Dat is
de belangrijkste reden waarom die niet in Birma zouden mogen
investeren of handel drijven met het land. Ze dragen ertoe
bij dat de militairen aan de macht blijven en hun crimineel
bewind verder kunnen zetten, zo staat te lezen in
het rapport Zakendoen met Birma, dat de IVVV,
een internationale vakbondskoepel met hoofdzetel in Brussel,
deze week lanceerde.
De Birmese generaals hebben een
enorme greep op de economie van het land. Alle buitenlandse
investeringen leveren financiële voordelen op voor
een kleine elite, zegt Fons Vannieuwenhuyse, als onderzoeker
verbonden aan de IVVV. Investeren in Birma kan alleen
maar met toestemming van de junta, voegt de vakbondskoepel
daar aan toe.
In het begin van de jaren negentig lanceerde
de IVVV haar campagne tegen het militaire regime in Birma.
Gedurende de voorbije 15 jaar hebben de dictators
in Birma een positie die hen toelaat alle aspecten van de
zakenwereld te controleren. Zo controleert de junta
op basis van de wet op Overheidsbedrijven onder meer 12
belangrijke economische sectoren, van de exploitatie van
teakbossen over gas- en petroleumontginning tot luchttransport
en treinverkeer. Ook banken en verzekeringen vallen onder
die wet. Om zaken te doen in Birma, stelt het
rapport moeten buitenlandse zakenlui eerste een deal
maken met een overheidsbedrijf, een bedrijf in handen
van een hoge legerofficier of ten minste vijf procent commissie
betalen.
Bedrijven die zaken doen in Birma
moeten overwegen of de smet op hun publiek imago de prijs
waard is, zegt Debbie Stothard van de regionale mensenrechtenlobby
Alternatief ASEAN Netwerk in Birma (ALTSEAN). Steeds
meer worden bedrijven verantwoordelijk gehouden door koopkrachtige
consumenten die bezorgd zijn om de ethiek van bedrijven.
Volgens Stothard vloekt zaken doen in Birma met de principes
van ethische en sociale verantwoordelijkheid. Het
is zoals dansen met de duivel.
De
IVVV-lijst.
|