|
1 miljard kinderen in extreme armoede:
een wereldwijde holocaust.
Door Maarten Vanheuverswyn.
UNICEF heeft vorige week zijn jaarlijkse
rapport vrijgegeven, deze keer met nog meer choquerende
cijfers dan vorige jaren. Zowat 1 miljard kinderen over
de hele wereld ontberen ten minste één van
de zeven essentiële levensbehoeften: onderdak, water,
verzorging, onderwijs, informatie, gezondheidszorg en voedsel.
Ten minste 640 miljoen kinderen hebben geen fatsoenlijk
dak boven hun hoofd, terwijl 140 miljoen nooit naar school
zijn geweest. Betrouwbaar water is iets wat 400 miljoen
kinderen moeten missen en een half miljard leeft zonder
elementaire sanitaire voorzieningen. Niet minder dan 90
miljoen is gestorven van de honger.
Zoals UNICEF zelf zegt, maakt dit elke
vorm van kind zijn onmogelijk. Meer dan één
op zes kinderen lijdt honger. Eén op zeven heeft
helemaal geen toegang tot gezondheidszorg.
Te veel regeringen maken ondoordachte,
willekeurige keuzes die de kinderjaren schade toebrengen,
zei Carol Bellamy, de UNICEF-directrice, op de lancering
van het rapport in Londen. Wanneer de helft van de
kinderen in de wereld ongezond en in honger opgroeit, wanneer
scholen doelwitten geworden zijn en hele dorpen leegstromen
door aids, dan hebben we gefaald in de belofte hen een jeugd
te bezorgen.
Oorlog aan het volk
Van hartje Afrika, waar etnische conflicten
door de ene natie na de andere razen, over Latijns Amerika,
waar orkanen ontelbare gezinnen geruïneerd hebben,
tot Azië, waar overstromingen en aardverschuivingen
hele dorpen verwoest hebben, overal is het duidelijk dat
één bepaalde groep mensen meer betaalt dan
de andere. Het zijn de kinderen, de armen en de zwakken.
Een half miljoen kinderen jonger dan vijftien is vorig jaar
aan aids gestorven en 2,1 miljoen kinderen in de wereld
hebben HIV. Vijftien miljoen kinderen hebben een ouder verloren
aan aids, en niet minder dan 80 procent van hen leeft in
Afrika.
Misschien wel het meest choquerende cijfer
in het hele rapport komt niet van de verschrikkelijke levensomstandigheden
waarin de helft van de kinderen op deze aardbol leven. Het
is de simpele oplossing voor deze horror. De doelstelling
van de VN in 2000 om armoede de wereld uit te helpen zou
bereikt kunnen worden met amper 100 miljard dollar. Dat
kan een fenomenaal bedrag lijken, maar het kan in een paar
minuten bijeengeraapt worden. Vorig jaar werd wereldwijd
1.350 miljard dollar gespendeerd aan wapens. Net deze wapens,
mortiergranaten, mijnen en kogels houden de huidige catastrofe
in stand en leveren de munitie voor de vuile oorlogen die
over de hele wereld worden uitgevochten.
De grootste factor die meer dan een miljard
kinderen in de armoede onderdompelt, is oorlog. En zoals
gewoonlijk in onze best mogelijke wereld, worden
deze oorlogen uitgevochten voor materiële belangen
als diamant, olie en coltan. Ooit van coltan gehoord? Het
is een mineraal dat gebruikt wordt in gsms en vanuit
Afrika naar het Westen wordt uitgevoerd. Volgens het UNICEF-rapport
zijn de helft van de 3,6 miljoen mensen die sinds 1990 in
oorlogen zijn omgekomen, kinderen. Miljoenen werden uit
hun omgeving gerukt en gedwongen kindsoldaat te worden.
Vorige week werd ook gemeld dat zes jaar
van conflicten in Kongo 3,8 miljoen levens geëist heeft
waarvan de helft kinderen en dat de meeste
slachtoffers om het leven kwamen door ziekte en hongersnood.
Maandelijks sterven meer dan 31.000 burgers in dit conflict.
Zoals Carol Bellamy van UNICEF stelt:
Armoede komt niet uit het niets; oorlog komt niet
zomaar te voorschijn; aids wordt niet zomaar verspreid.
Dat zijn onze eigen keuzes (...) Wat we in dit rapport zeggen
is dat de keuzes die onze politieke leiders maken heel vaak
negatief zijn als het op kinderen aankomt.
Het rapport stelde verder dat het
overbruggen van de kloof tussen de ideale kindertijd
en de werkelijkheid zoals ervaren door de helft
van de kinderen op de wereld, mogelijk is door een aanpak
te hanteren die gericht is op mensenrechten, met speciale
aandacht voor de meest kwetsbaren. De vraag blijft
natuurlijk wat de vage aanpak gericht op mensenrechten
precies inhoudt. In ieder geval is dat niet de aanpak van
de Bush- en Blair-heerschappen op deze wereld. Zij waren
verwikkeld in een folterschandaal in Irak en Guantanamo.
Zij zijn degenen die heel hypocriet praten over de strijd
tegen aids terwijl ze het Afrikaanse continent en het Midden-Oosten
uitpersen met hun verdeel-en-heers-politiek. Darfoer is
maar één voorbeeld van dit spel.
Overigens stelde het rapport eveneens
dat zelfs kinderen uit de rijkere landen het slachtoffer
zijn van steeds groter wordende armoede. In 11 op 15 geïndustrialiseerde
landen is de verhouding van kinderen die in een arm gezin
opgroeien, gestegen. Op deze lijst prijken landen als Oostenrijk,
Duitsland, Italië, Nederland en Polen, waar kinderarmoede
tot 16,6 procent is gestegen in de late jaren 90.
Tien jaar eerder was dat nog 14 procent. De crisis laat
zich dus niet alleen in de ex-koloniale wereld gevoelen,
maar is een wereldwijd probleem.
Liefdadigheid of structurele oplossingen?
Op tv en in allerlei tijdschriften lopen
regelmatig liefdadigheidscampagnes om de armen in de derde
wereld te helpen. Vaak leveren dit soort campagnes een pak
geld op. Dit toont aan dat heel wat mensen wel degelijk
geven om wat er gebeurt in de wereld. Het bewijst dat al
het gepraat over de inherent slechte mens onzin
is. Mensen leven niet in een vacuüm maar zijn sociale
wezens. Ze leven in een bepaalde sociale context en zullen
daarnaar handelen. Arbeiders kunnen in staking gaan in solidariteit
met een ontslagen werkmakker; mensen die onthutst zijn over
het nieuws kunnen iets geven aan een liefdadigheidsproject;
en de meeste mensen zullen simpelweg proberen overleven
en zich door het leven slaan omdat ze denken dat ze toch
geen verschil kunnen maken.
Anderzijds zullen erbarmelijke levensomstandigheden
vreselijke reacties uitlokken. Dat is waarom we naast de
vrijgevige schenkingen van goedmenende mensen (behalve dan
mensen als Bill Gates die een heel klein deeltje van hun
enorme rijkdom schenken om hun imago op te poetsen), de
keerzijde van de medaille zien. Mensen zijn in bepaalde
omstandigheden inderdaad in staat om verschrikkelijke wreedheden
te begaan, niet het minst in de roofoorlogen in de zogezegde
derde wereld. Hier zien we het afschuwelijke gezicht van
de barbarij die de hele planeet bedreigt.
In die zin moeten we donaties aan een
bepaald goed doel zien als een wil om de maatschappij te
veranderen. Dat gezegd zijnde, moeten we erop wijzen dat
liefdadigheid weliswaar heel wat lijden kan verzachten,
maar dat dit helemaal niets is vergeleken met de enorme
noden van de zieken en armen op deze planeet. Het is niet
voldoende om iets concreets te doen hier
en nu. Voor elk kind dat gedeeltelijk (en veelal tijdelijk)
uit de ellende gehaald wordt, zijn er vele anderen die op
datzelfde moment van de honger sterven. Neen, de opgave
is veel groter. Kan liefdadigheid bijvoorbeeld de slachting
in Kongo verhinderen? Neen, dat kan het niet. Ten hoogste
kan het een klein deel van de puinhoop opruimen nadat de
schade is aangericht. Rwanda, waar een miljoen mensen afgemaakt
werd in 1994, is maar een van de dieptragische voorbeelden.
Kapitalisme is de naam
Eerst en vooral moeten we vertrekken van
een duidelijke analyse van de huidige situatie. Hoe komt
het dat er 1,2 miljard mensen leven op 1 dollar (of minder!)
per dag en 3 miljard op hoogstens 2 dollar per dag? (cijfers
van de Wereldbank) Hopeloze reactionairen beweren dat Afrikanen
nu eenmaal niet in staat zijn hun land te ontwikkelen. Dit
racistische argument is niet serieus te noemen. Anderen
beweren dat de armen in de wereld geduld moeten uitoefenen
en dat ze het voorbeeld van het Westen moeten volgen. In
het Westen, zo luidt de redenering, heeft het ook honderd
jaar geduurd eer er degelijke lonen werden uitbetaald, vooraleer
er sociale zekerheid en een welvaartsstaat was.
Wat men dan niet uitlegt is dat er in
de voorbije eeuw voor deze verworvenheden een heel bittere
strijd is uitgevochten. Deze hervormingen werden alleen
bewerkstelligd na hevige klassenstrijd en in een periode
van economische opgang. De druk van de revolutionaire golven
die volgden op de Eerste en Tweede Wereldoorlog was een
doorslaggevende factor in deze sociale vooruitgang. Na de
Eerste Wereldoorlog braken er revoluties uit in Rusland,
Duitsland en andere landen, die de kapitalisten de stuipen
op het lijf jaagden. Ze waren doodsbenauwd voor een algemene
revolte tegen hun onderdrukkende regimes en riskeerden alles
te verliezen. Met hun rug tegen de muur waren ze gedwongen
toegevingen te doen aan de arbeidersklasse in de geïndustrialiseerde
landen.
Dat is echter niet het einde van het verhaal.
Als compensatie voor deze hervormingen werd de uitbuiting
van de kolonies opgevoerd. Na de Tweede Wereldoorlog werd
deze trend nog verder doorgezet om een revolutie in het
Westen te vermijden. Het kapitalistische systeem kan alleen
overleven door uitbuiting, onderdrukking en ongelijkheid
in een groot deel van de wereld. Binnen de zogenaamde vrijemarkteconomie
kan Afrika nooit de levensstandaard bereiken van het Westen.
Het moge duidelijk zijn dan het kapitalisme hier alleen
maar nog meer ellende te bieden heeft. We moeten verder
durven kijken dan het enge perspectief dat de meeste derdewereldorganisaties
voorschotelen.
De tactieken van de meeste NGOs
en liefdadigheidsorganisaties zullen nooit de fundamentele
tegenstellingen in de maatschappij kunnen oplossen. Terwijl
bijvoorbeeld in Latijns-Amerika de ene revolutie na de andere
het continent doet beven, stellen de meeste NGOs voor
om de zoveelste kleine coöperatieve op te richten of
om een waterput te installeren. Terwijl het revolutionaire
volk de huidige regeringen probeert omver te werpen, stellen
ze voor om vakbonden naar westers model op te richten en
hun regeringen te democratiseren.
Daarbij vergeet men dat deze regeringen
er enkel zijn voor de rijken en in stand gehouden worden
door de grote landeigenaars en het Amerikaanse imperialisme
in het bijzonder. Men vergeet dat de meeste westerse vakbonden
allang de strijd voor een fundamenteel betere wereld hebben
opgegeven en veelal een verzoeningspolitiek met de bazen
of regering voeren. Daarbij vergeten ze dat de burgerlijke
democratie en de staat niet neutraal zijn maar er zijn om
het kapitaal te dienen.
In Afrika in het bijzonder is de comprador-bourgeoisie
openlijk aan het collaboreren met het westerse imperialisme
en is daarmee feitelijk een aanzienlijk deel van het probleem
zelf. Het is met andere woorden geen kwestie van het rijke
Noorden versus het arme Zuiden, maar een
zaak van klasse tegen klasse. In alle ex-koloniale landen
heerst er een verdorven kliek over hun volk. Daarom moet
de kwestie op een politieke manier gesteld worden, namelijk
door die regimes omver te werpen, het volk te organiseren
en hen bewust te maken van hun eigen kracht in plaats van
zich te beperken tot symptomatisch liefdadigheidswerk.
Het verschrikkelijke aanzicht van de hele
ex-kolonale wereld staat in scherp contrast met de beloften
die in 1989 gemaakt werden in de VN-conventie over de Rechten
van het Kind. Dit laatste rapport is een zoveelste veroordeling
van het huidige systeem. Het toont aan hoe futiel de woorden
van alle burgerlijke politici zijn. Ondanks hun lege beloften
(Kyoto, aids, wereldarmoede) zijn zij niet geïnteresseerd
in een oplossing voor deze brandende kwestie. In plaats
daarvan gaan ze lustig verder in het voeren van hun imperialistische
oorlogen onder het schaamlapje van de democratie en de oorlog
tegen het terrorisme. Maar hoe zit het met de oorlog
tegen het volk? In een wereld waar er meer dan genoeg te
eten is voor iedereen en er zelfs boterbergen en melkplassen
bestaan, sterven er dagelijks tienduizenden mensen van de
honger of als gevolg van oorlogen. Wat anders is dit dan
een nieuwe, permanente holocaust?
Elke oprechte mens zal verscheurd zijn
door deze stand van zaken in de wereld. Het is echter belangrijk
te begrijpen dat er een regelmaat zit in de waanzin. Dit
soort problemen zal niet zomaar verdwijnen door nog maar
een emmertje water naar de zee te dragen. Structurele problemen
schreeuwen om structurele oplossingen. Ze vereisen een radicale
omwenteling in het huidige economische systeem en zijn politieke
exponenten, die enkel geïnteresseerd zijn in winsten
en niet in het welzijn van de mens.
We kunnen deze fundamentele problemen
niet wegwerken door tijdelijke, oppervlakkige remedies voor
te schrijven. We kunnen alles inzetten op liefdadigheidsacties,
maar dan breekt er weer eens een nieuwe oorlog uit. Nog
meer mensen worden gedood, nog meer infrastructuur en voorzieningen
worden vernield. Het werk van honderden liefdadigheidsacties
kan door één kleine oorlog in één
klap ongedaan worden gemaakt.
In een systeem dat gebaseerd is op productie
voor de winst, vinden oorlogen plaats omdat ze verschrikkelijk
winstgevend zijn. Om een einde te maken aan deze nachtmerrie
moet het systeem dat de oorlogen, de honger, de armoede
voortbrengt, vernietigd worden. Dat systeem heet het kapitalisme.
Het moet omvergeworpen worden door de bewuste handeling
van de georganiseerde werkende klassen en onderdrukten van
deze wereld. Dat is waar marxisten in elke hoek van de wereld
voor vechten. Blijf niet aan de kant staan, maar vecht samen
voor een betere wereld, een wereld waar de wortel van het
kwaad uitgerukt is!
Dit artikel verscheen eerder op www.vonk.org
|