|
Het failliet van de unipolaire Amerikaanse
droom.
Door Jim Lobe.
WASHINGTON, 29/30 december 2004 (IPS)
- Een supermacht die naar eigen goeddunken ingrijpt in de
wereld, met als een van de hoogste doelen een democratisch
Midden-Oosten. De Amerikaanse neoconservatieven kregen onder
George W. Bush de vrije hand dat ideaal te realiseren. Maar
met 'testcase' Irak lijkt de bodem te zijn weggeslagen onder
de unipolaire Amerikaanse droom.
Het is een jaar geleden dat Amerikaanse
troepen de voormalige Iraakse dictator Saddam Hoessein uit
zijn 'hol in de grond', zijn schuilplaats bij de rivier
de Eufraat, haalden. Hoge militairen verwachtten dat de
arrestatie het Iraakse verzet snel zou breken. Ook de regering-Bush
verkeerde in jubelstemming. Nu het kwaad in Irak vrijwel
bezworen leek, zouden potentieel bedreigende landen zoals
Iran en Noord-Korea zich wel drie keer bedenken alvorens
vijandelijke activiteiten te ontplooien. Immers, zelfs de
Libische leider Muhammar Khadaffi, door oud-president Ronald
Reagan ooit betiteld als 'the mad dog of the Middle East',
koos eieren voor zijn geld. Vlak voor Kerst kondigde hij
aan in te stemmen met inspecties van nucleaire installaties
en beloofde hij programma's om massavernietigingswapens
te ontwikkelen, te stoppen.
"Wij hebben potentiële vijanden
duidelijk gemaakt wat ze te kiezen hebben", liet de
Amerikaanse president vol zelfvertrouwen weten tijdens een
persconferentie in het Witte Huis. "Ik hoop dat andere
leiders een voorbeeld nemen aan Libië." Maar nu
de Amerikaanse militairen in Irak een jaar later nog steeds
dagelijks te maken hebben met aanslagen van opstandelingen,
lijkt de nieuwe wereld aan wiens wieg de Amerikaanse neoconservatieven
en nationalisten in de regering-Bush zo graag gestaan hadden,
verder weg dan ooit.
Washingtons prioriteit ligt nog steeds
bij Irak, ondanks de dreigementen aan het adres van Teheran
en Pyongyang. Voor zowel vriend als vijand wordt duidelijk
dat de wereldwijde beschavingsmissie van Amerika, die geworteld
is in het unipolaire, neoconservatieve idee dat het land
als supermacht naar eigen goeddunken in de wereld mag ingrijpen,
een droombeeld is. Niet alleen gaf het Pentagon toe te weinig
troepen in Irak te hebben om de situatie onder controle
te krijgen, ook de steun van de bondgenoten nam steeds verder
af.
De unipolaristen gingen er lange tijd
vanuit dat dwarsliggende bondgenoten als Frankrijk en Duitsland
en strategische rivalen als Rusland en China, zich vanzelf
achter het oppermachtige Amerika zouden scharen als de overwinning
eenmaal behaald was. De neoconservatieve Francofoob Charles
Krauthammer voorspelde begin dit jaar in de Washington Post
dat Frankrijk "anders zou praten over de Verenigde
Staten als eenmaal een fatsoenlijke, democratische, pro-Amerikaanse
regering in een bevrijd Bagdad de inschrijving voor oliecontracten
opent". Als je wint, heb je vrienden, zo gaat het gezegde
immers. Maar van de 44 landen die volgens Amerika de aanval
op Irak steunden, zijn er nog maar 28 over. Het lijkt erop
dat 21 maanden later ook bij de coalitiepartners twijfel
rijst over de Amerikaanse kansen op succes.
Wat in het bijzonder schade aanrichtte,
was het gebrek aan steun van wat Pentagon-baas Donald Rumsfeld
noemde het 'Nieuwe Europa'. Dat had het pro-Amerikaanse
Paard van Troje moeten worden dat de Europese Unie moest
behoeden voor een ontwikkeling naar een geopolitieke tegenhanger
van de Verenigde Staten. Uitgerekend Washingtons favoriete
presidentskandidaat in de Oekraïne, Victor Joesjtsjenko,
beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne de Oekraïense
troepen uit Irak terug te zullen trekken.
Krauthammers visie is, zo schreef de neoconservatieve
realist Francis Fukuyama dit voorjaar "gespeend van
elk realiteitsbesef, als hij de oorlog in Irak bestempelt
als een onverdeeld succes". Fukuyama somde in het blad
'The National Interest' de feiten op: de niet-gevonden massavernietigingswapens
waarover Saddam Hoessein zou beschikken, het toenemende
anti-Amerikanisme in het Midden-Oosten, de doorgaande opstand
in Irak, het feit dat zich nog steeds geen sterk democratisch
leiderschap heeft aangediend in Irak, de financiële
en menselijke kosten van de oorlog, het falen om de oorlog
te gebruiken als katalysator bij de oplossing van het Palestijns-Israelische
conflict en het gebrek aan steun van andere democratische
landen voor de Amerikaanse zaak.
"De slecht uitgevoerde strategie
van wederopbouw in Irak zal de bodem wegslaan onder soortgelijke
ondernemingen in de toekomst en ondermijnt krachtige binnenlandse
steun voor visionair internationalisme, net zoals Vietnam
dat deed", aldus Fukuyama. De marteling van Iraakse
gevangenen in de Abu Ghraibgevangenis in Bagdad, het groeiend
aantal oorlogsslachtoffers en de miljarden dollars die Amerika
in de oorlog pompt, zijn nog maar enkele ontwikkelingen
die dat inzicht bij vriend en vijand hebben versterkt. Alleen
de haviken die rond president Bush cirkelen, lijken er nog
in te geloven. Of Bush zich iets gelegen laat liggen aan
de dreigende mislukking in Irak of dat hij in zijn nieuwe
regeertermijn zijn missie als wereldpolitieagent met evenveel
missionair elan voortzet, is de grote vraag voor 2005.
Drie alternatieven voor een unipolaire
wereld.
Nu Amerika zich in Irak in een hopeloze
oorlog lijkt te hebben gestort, liggen de neoconservatieve
idealen over een unipolaire wereld met Amerika als morele
en militaire supermacht steeds heviger onder vuur. Wat als
de regering Bush er niet in slaagt haar 'Pax America' op
te leggen aan de rest van de wereld? Drie alternatieven.
De regering-Bush wordt gedomineerd door
neoconservatieven, agressieve nationalisten en christelijk
rechts. Het eerste alternatief voor de neoconservatieve
droom komt van de Amerikaanse politieke elite buiten die
regering. Daar klinkt de roep om een terugkeer naar de 'realistische'
politiek van George Bush senior, de vader van de huidige
president. Ook in diens filosofie speelde Washington zijn
rol als grootmacht. Maar het land hield daarbij ook rekening
met andere invloedrijke landen als het ging om belangrijke
initiatieven op het gebied van de buitenlandpolitiek.
De nadruk lag bij Bush senior op het versterken
van de banden met bondgenoten, vooral met de landen van
de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Een visie
waaraan ook oud-president Bill Clinton fundamenteel trouw
bleef en die ook door presidentskandidaat John Kerry, die
in november de verkiezingen verloor van George Bush, werd
uitgedragen tijdens zijn campagne.
In de realistische visie bestaat een voorkeur
voor multilateraal handelen boven unilateraal handelen.
Humanitaire interventie is toegestaan onder bepaalde voorwaarden,
een principe dat steviger omarmd wordt door de 'liberale
interventionisten', die de Amerikaanse bemoeienis (onder
VN of NAVO-vlag) met de Balkan, Haïti en Oost-Timor
steunen.
Bij het tweede alternatief is Amerika
gewoon één van de vele sterke landen in een
'multipolaire' wereld. Dat is het Amerika dat China en Frankrijk
graag zouden zien. Collectieve actie - tegen 'schurkenstaten'
of in de vorm van humanitaire interventie wordt geautoriseerd
en gecoördineerd door de VN-Veiligheidsraad.
Net als bij Bush senior, is de politiek
dan gericht op het bevorderen van de stabiliteit, maar zonder
dat Washington daar de hegemonie in heeft. Sterker nog,
als Amerika of een ander land unilateraal handelt en daarmee
ingaat tegen de belangen van andere landen zoals
Bush deed in Irak dan kunnen die landen diplomatie,
economische sancties of zelfs militair ingrijpen.
In het geval van Washington zouden de
meest effectieve correctiemiddelen waarschijnlijk economische
sancties zijn, zoals het inhouden van financiële steun
voor overzeese avonturen. Of, wat misschien nog wel meer
effect heeft, het verkopen van dollars, ondanks de gevaren
die dat met zich meebrengt voor de internationale economie.
Dit model voor een toekomstige internationale
orde begint al voorzichtig vorm te krijgen. Bankiers in
olieproducerende landen in het Midden-Oosten en Rusland
en China bewaren een steeds groter percentage van hun reserves
in euro's in plaats van in dollars. Volgens T.R. Reid, correspondent
van de 'Washington Times' en auteur van het boek 'The United
States of Europe: The New Superpower and the End of American
Supremacy', is dat beleid er direct op gericht om de wereldwijde
hegemonie van de dollar aan te vechten.
Zelfs in militair opzicht dienen
zich tegengeluiden aan. De aankondiging van een grootschalige
Russisch-Chinese militaire oefening vorige week, is daar
een signaal van. Die aankondiging volgde na een militaire
oefening van China met de Franse marine. Dat was een van
de grootste militaire oefeningen die China ooit eerder met
een buitenlandse mogendheid hield.
Deze ontwikkelingen zijn de hardliners
binnen de Amerikaanse regering niet ontgaan. Washington
probeerde niet alleen te voorkomen dat de Europese Unie
het al vijftien jaar durende wapenembargo tegen China zou
opheffen, maar oefende ook zware druk uit op Israël
om te stoppen met de levering van wapens aan China.
Een derde mogelijkheid, die niet per definitie
inconsistent is met de tweede, is een wereldwijde chaos
waarin grote mogendheden eenvoudigweg niet lukt stabiliteit
te handhaven in de wereld of binnen hun eigen invloedssfeer.
Dat laatste overkwam de Europese Unie begin jaren negentig
in het voormalige Joegoslavië. Amerika had er de afgelopen
tien maanden mee te maken in Haïti.
Deze 'wereld zonder macht', het onderwerp
van een artikel dat de Britse neoconservatieve historicus
Niall Ferguson deze zomer schreef voor het tijdschrift 'Foreign
Policy', suggereert dat er bij afwezigheid van Amerikaanse
dominantie een 'machtsvacuüm' ontstaan. Dat kan volgens
Ferguson gemakkelijk leiden tot een "anarchistische
nachtmerrie": de komst van de nieuw tijdperk van in
verval rakende machten, religieus fanatisme, moord en plundering
in vergeten regio's, economische stagnatie en beschavingen
die zich terugtrekken in ommuurde enclaves.
Volgens Ferguson zijn Europa en China,
de twee meest waarschijnlijke rivalen van de Verenigde Staten,
veel zwakker dan ze lijken. In Europa neemt de vergrijzing
nog steeds toe en er worden steeds minder kinderen geboren.
Een ontwikkeling waardoor Europa in de toekomst in internationaal
opzicht steeds minder belangrijk zal worden, meent Ferguson.
China kampt met grote corruptieproblemen, is grotendeels
afhankelijk van export en heeft een zwak banksysteem, factoren
die volgens hem gemakkelijk kunnen leiden tot een grote
crisis.
Anderzijds constateert Ferguson dat Amerika
een reus op lemen voeten is. Het land is erg afhankelijk
van buitenlands kapitaal en heeft gebrek aan ervaring met
de opbouw van naties. Dat laatste besef nestelt zich, ondanks
de uitkomst van de verkiezingen van november, steeds prominenter
in de publieke opinie.
De vraag is welke koers Bush in zijn tweede
termijn als president gaat varen. Hoewel vanuit de Amerikaanse
regering de laatste tijd geluiden klinken die wijzen op
het belang van een meer multilaterale koers, lijkt men in
de praktijk toch nog vooral te zijn toegewijd aan het, volgens
de meeste analisten te hoog gegrepen, unipolaire model.
De Amerikaanse frustraties over
de oorlog in Irak en het gebrek aan steun daarvoor van bondgenoten,
stapelden zich de afgelopen 21 maanden op. Tegelijkertijd
werd de volkswoede over en minachting voor de ondankbare
Arabieren, Fransen, de Verenigde Naties en het multilateralisme
in zijn algemeenheid, alleen maar groter.
Gevoed door het morele eigengelijk van
christelijk-rechts en de neoconservatieven, klinken deze
stemmen van deze unipolaristen nu luider dan ooit. Voor
hen zijn het multilateralisme van Bush senior en de multipolaire
wereld van Jacques Chirac, een onderwerp van hoon. Ze koesteren
hun eigen gelijk en degenen die zich naar hen schikken.
De rest doet er niet toe.
|