Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
VCP.nu

HOME

Het failliet van de unipolaire Amerikaanse droom.

Door Jim Lobe.

WASHINGTON, 29/30 december 2004 (IPS) - Een supermacht die naar eigen goeddunken ingrijpt in de wereld, met als een van de hoogste doelen een democratisch Midden-Oosten. De Amerikaanse neoconservatieven kregen onder George W. Bush de vrije hand dat ideaal te realiseren. Maar met 'testcase' Irak lijkt de bodem te zijn weggeslagen onder de unipolaire Amerikaanse droom.

Het is een jaar geleden dat Amerikaanse troepen de voormalige Iraakse dictator Saddam Hoessein uit zijn 'hol in de grond', zijn schuilplaats bij de rivier de Eufraat, haalden. Hoge militairen verwachtten dat de arrestatie het Iraakse verzet snel zou breken. Ook de regering-Bush verkeerde in jubelstemming. Nu het kwaad in Irak vrijwel bezworen leek, zouden potentieel bedreigende landen zoals Iran en Noord-Korea zich wel drie keer bedenken alvorens vijandelijke activiteiten te ontplooien. Immers, zelfs de Libische leider Muhammar Khadaffi, door oud-president Ronald Reagan ooit betiteld als 'the mad dog of the Middle East', koos eieren voor zijn geld. Vlak voor Kerst kondigde hij aan in te stemmen met inspecties van nucleaire installaties en beloofde hij programma's om massavernietigingswapens te ontwikkelen, te stoppen.

"Wij hebben potentiële vijanden duidelijk gemaakt wat ze te kiezen hebben", liet de Amerikaanse president vol zelfvertrouwen weten tijdens een persconferentie in het Witte Huis. "Ik hoop dat andere leiders een voorbeeld nemen aan Libië." Maar nu de Amerikaanse militairen in Irak een jaar later nog steeds dagelijks te maken hebben met aanslagen van opstandelingen, lijkt de nieuwe wereld aan wiens wieg de Amerikaanse neoconservatieven en nationalisten in de regering-Bush zo graag gestaan hadden, verder weg dan ooit.

Washingtons prioriteit ligt nog steeds bij Irak, ondanks de dreigementen aan het adres van Teheran en Pyongyang. Voor zowel vriend als vijand wordt duidelijk dat de wereldwijde beschavingsmissie van Amerika, die geworteld is in het unipolaire, neoconservatieve idee dat het land als supermacht naar eigen goeddunken in de wereld mag ingrijpen, een droombeeld is. Niet alleen gaf het Pentagon toe te weinig troepen in Irak te hebben om de situatie onder controle te krijgen, ook de steun van de bondgenoten nam steeds verder af.

De unipolaristen gingen er lange tijd vanuit dat dwarsliggende bondgenoten als Frankrijk en Duitsland en strategische rivalen als Rusland en China, zich vanzelf achter het oppermachtige Amerika zouden scharen als de overwinning eenmaal behaald was. De neoconservatieve Francofoob Charles Krauthammer voorspelde begin dit jaar in de Washington Post dat Frankrijk "anders zou praten over de Verenigde Staten als eenmaal een fatsoenlijke, democratische, pro-Amerikaanse regering in een bevrijd Bagdad de inschrijving voor oliecontracten opent". Als je wint, heb je vrienden, zo gaat het gezegde immers. Maar van de 44 landen die volgens Amerika de aanval op Irak steunden, zijn er nog maar 28 over. Het lijkt erop dat 21 maanden later ook bij de coalitiepartners twijfel rijst over de Amerikaanse kansen op succes.

Wat in het bijzonder schade aanrichtte, was het gebrek aan steun van wat Pentagon-baas Donald Rumsfeld noemde het 'Nieuwe Europa'. Dat had het pro-Amerikaanse Paard van Troje moeten worden dat de Europese Unie moest behoeden voor een ontwikkeling naar een geopolitieke tegenhanger van de Verenigde Staten. Uitgerekend Washingtons favoriete presidentskandidaat in de Oekraïne, Victor Joesjtsjenko, beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne de Oekraïense troepen uit Irak terug te zullen trekken.

Krauthammers visie is, zo schreef de neoconservatieve realist Francis Fukuyama dit voorjaar "gespeend van elk realiteitsbesef, als hij de oorlog in Irak bestempelt als een onverdeeld succes". Fukuyama somde in het blad 'The National Interest' de feiten op: de niet-gevonden massavernietigingswapens waarover Saddam Hoessein zou beschikken, het toenemende anti-Amerikanisme in het Midden-Oosten, de doorgaande opstand in Irak, het feit dat zich nog steeds geen sterk democratisch leiderschap heeft aangediend in Irak, de financiële en menselijke kosten van de oorlog, het falen om de oorlog te gebruiken als katalysator bij de oplossing van het Palestijns-Israelische conflict en het gebrek aan steun van andere democratische landen voor de Amerikaanse zaak.

"De slecht uitgevoerde strategie van wederopbouw in Irak zal de bodem wegslaan onder soortgelijke ondernemingen in de toekomst en ondermijnt krachtige binnenlandse steun voor visionair internationalisme, net zoals Vietnam dat deed", aldus Fukuyama. De marteling van Iraakse gevangenen in de Abu Ghraibgevangenis in Bagdad, het groeiend aantal oorlogsslachtoffers en de miljarden dollars die Amerika in de oorlog pompt, zijn nog maar enkele ontwikkelingen die dat inzicht bij vriend en vijand hebben versterkt. Alleen de haviken die rond president Bush cirkelen, lijken er nog in te geloven. Of Bush zich iets gelegen laat liggen aan de dreigende mislukking in Irak of dat hij in zijn nieuwe regeertermijn zijn missie als wereldpolitieagent met evenveel missionair elan voortzet, is de grote vraag voor 2005.

Drie alternatieven voor een unipolaire wereld.

Nu Amerika zich in Irak in een hopeloze oorlog lijkt te hebben gestort, liggen de neoconservatieve idealen over een unipolaire wereld met Amerika als morele en militaire supermacht steeds heviger onder vuur. Wat als de regering Bush er niet in slaagt haar 'Pax America' op te leggen aan de rest van de wereld? Drie alternatieven.

De regering-Bush wordt gedomineerd door neoconservatieven, agressieve nationalisten en christelijk rechts. Het eerste alternatief voor de neoconservatieve droom komt van de Amerikaanse politieke elite buiten die regering. Daar klinkt de roep om een terugkeer naar de 'realistische' politiek van George Bush senior, de vader van de huidige president. Ook in diens filosofie speelde Washington zijn rol als grootmacht. Maar het land hield daarbij ook rekening met andere invloedrijke landen als het ging om belangrijke initiatieven op het gebied van de buitenlandpolitiek.

De nadruk lag bij Bush senior op het versterken van de banden met bondgenoten, vooral met de landen van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Een visie waaraan ook oud-president Bill Clinton fundamenteel trouw bleef en die ook door presidentskandidaat John Kerry, die in november de verkiezingen verloor van George Bush, werd uitgedragen tijdens zijn campagne.

In de realistische visie bestaat een voorkeur voor multilateraal handelen boven unilateraal handelen. Humanitaire interventie is toegestaan onder bepaalde voorwaarden, een principe dat steviger omarmd wordt door de 'liberale interventionisten', die de Amerikaanse bemoeienis (onder VN of NAVO-vlag) met de Balkan, Haïti en Oost-Timor steunen.

Bij het tweede alternatief is Amerika gewoon één van de vele sterke landen in een 'multipolaire' wereld. Dat is het Amerika dat China en Frankrijk graag zouden zien. Collectieve actie - tegen 'schurkenstaten' of in de vorm van humanitaire interventie – wordt geautoriseerd en gecoördineerd door de VN-Veiligheidsraad.

Net als bij Bush senior, is de politiek dan gericht op het bevorderen van de stabiliteit, maar zonder dat Washington daar de hegemonie in heeft. Sterker nog, als Amerika of een ander land unilateraal handelt en daarmee ingaat tegen de belangen van andere landen – zoals Bush deed in Irak – dan kunnen die landen diplomatie, economische sancties of zelfs militair ingrijpen.

In het geval van Washington zouden de meest effectieve correctiemiddelen waarschijnlijk economische sancties zijn, zoals het inhouden van financiële steun voor overzeese avonturen. Of, wat misschien nog wel meer effect heeft, het verkopen van dollars, ondanks de gevaren die dat met zich meebrengt voor de internationale economie.

Dit model voor een toekomstige internationale orde begint al voorzichtig vorm te krijgen. Bankiers in olieproducerende landen in het Midden-Oosten en Rusland en China bewaren een steeds groter percentage van hun reserves in euro's in plaats van in dollars. Volgens T.R. Reid, correspondent van de 'Washington Times' en auteur van het boek 'The United States of Europe: The New Superpower and the End of American Supremacy', is dat beleid er direct op gericht om de wereldwijde hegemonie van de dollar aan te vechten.

Zelfs in militair opzicht dienen zich tegengeluiden aan. De aankondiging van een grootschalige Russisch-Chinese militaire oefening vorige week, is daar een signaal van. Die aankondiging volgde na een militaire oefening van China met de Franse marine. Dat was een van de grootste militaire oefeningen die China ooit eerder met een buitenlandse mogendheid hield.

Deze ontwikkelingen zijn de hardliners binnen de Amerikaanse regering niet ontgaan. Washington probeerde niet alleen te voorkomen dat de Europese Unie het al vijftien jaar durende wapenembargo tegen China zou opheffen, maar oefende ook zware druk uit op Israël om te stoppen met de levering van wapens aan China.

Een derde mogelijkheid, die niet per definitie inconsistent is met de tweede, is een wereldwijde chaos waarin grote mogendheden eenvoudigweg niet lukt stabiliteit te handhaven in de wereld of binnen hun eigen invloedssfeer. Dat laatste overkwam de Europese Unie begin jaren negentig in het voormalige Joegoslavië. Amerika had er de afgelopen tien maanden mee te maken in Haïti.

Deze 'wereld zonder macht', het onderwerp van een artikel dat de Britse neoconservatieve historicus Niall Ferguson deze zomer schreef voor het tijdschrift 'Foreign Policy', suggereert dat er bij afwezigheid van Amerikaanse dominantie een 'machtsvacuüm' ontstaan. Dat kan volgens Ferguson gemakkelijk leiden tot een "anarchistische nachtmerrie": de komst van de nieuw tijdperk van in verval rakende machten, religieus fanatisme, moord en plundering in vergeten regio's, economische stagnatie en beschavingen die zich terugtrekken in ommuurde enclaves.

Volgens Ferguson zijn Europa en China, de twee meest waarschijnlijke rivalen van de Verenigde Staten, veel zwakker dan ze lijken. In Europa neemt de vergrijzing nog steeds toe en er worden steeds minder kinderen geboren. Een ontwikkeling waardoor Europa in de toekomst in internationaal opzicht steeds minder belangrijk zal worden, meent Ferguson. China kampt met grote corruptieproblemen, is grotendeels afhankelijk van export en heeft een zwak banksysteem, factoren die volgens hem gemakkelijk kunnen leiden tot een grote crisis.

Anderzijds constateert Ferguson dat Amerika een reus op lemen voeten is. Het land is erg afhankelijk van buitenlands kapitaal en heeft gebrek aan ervaring met de opbouw van naties. Dat laatste besef nestelt zich, ondanks de uitkomst van de verkiezingen van november, steeds prominenter in de publieke opinie.

De vraag is welke koers Bush in zijn tweede termijn als president gaat varen. Hoewel vanuit de Amerikaanse regering de laatste tijd geluiden klinken die wijzen op het belang van een meer multilaterale koers, lijkt men in de praktijk toch nog vooral te zijn toegewijd aan het, volgens de meeste analisten te hoog gegrepen, unipolaire model.

De Amerikaanse frustraties over de oorlog in Irak en het gebrek aan steun daarvoor van bondgenoten, stapelden zich de afgelopen 21 maanden op. Tegelijkertijd werd de volkswoede over en minachting voor de ondankbare Arabieren, Fransen, de Verenigde Naties en het multilateralisme in zijn algemeenheid, alleen maar groter.

Gevoed door het morele eigengelijk van christelijk-rechts en de neoconservatieven, klinken deze stemmen van deze unipolaristen nu luider dan ooit. Voor hen zijn het multilateralisme van Bush senior en de multipolaire wereld van Jacques Chirac, een onderwerp van hoon. Ze koesteren hun eigen gelijk en degenen die zich naar hen schikken. De rest doet er niet toe.


ARCHIEF