|
VN overwegen internationaal onderzoek
naar burgerslachtoffers in Gaza
NEW YORK, 15 januari 2009 - Sommige lidstaten
van de VN en medewerkers van de internationale organisatie
pleiten voor een onderzoek naar de dood van honderden burgers
bij het Israëlische offensief in Gaza. De zaak wordt
vandaag (15 januari) besproken op een speciale spoedzitting
van Algemene Vergadering van de VN.
"Een aantal landen vindt dat Israël
zich moet verantwoorden voor zijn oorlogsmisdaden in Gaza,
zegt een Aziatische diplomaat die anoniem wilt blijven.
De meeste van die landen liggen in Afrika, Azië en
Latijns-Amerika. Volgens de diplomaat komt er tegenstand
van sommige Europese landen en van Saoedi-Arabië, Jordanië
en Egypte.
Diplomaten in het VN-hoofdkwartier in
New York voerden gisteren (woensdag) intense discussies
over de voorbereiding van een resolutie die ter stemming
kan worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering.
De spoedzitting werd bijeengeroepen door
de voorzitter van de Algemene Vergadering, de Nicaraguaan
Miguel d'Escoto. Het aantal slachtoffers stijgt met
de dag, verklaarde die dinsdag in een interview met
de Arabische nieuwszender Al Jazeera. Het is genocide.
Het is onvoorstelbaar dat een land dat zijn ontstaan dankt
aan een resolutie van de Algemene Vergadering zo weinig
respect toont voor de resoluties van de VN. De Veiligheidsraad
riep Israël en Hamas op 8 januari op een onmiddellijk
staakt-het-vuren in te stellen. Beide kampen gaven daar
geen gehoor aan.
In een reactie op het interview werd DEscoto
vanuit Israëlische hoek een Israël-hater
genoemd. De Israëlische ambassadeur bij de VN, Gabriela
Shalev, verklaarde in een brief aan VN-secretaris-generaal
Ban Ki-moon dat Hamas alleen verantwoordelijk is voor
de gevolgen van het huidige offensief.
Volgens de woordvoerder van D'Escoto,
Enrique Yeves, kwam de spoedvergadering er op aandringen
van lidstaten die ontgoocheld zijn omdat Israël de
resolutie van de VN-Veiligheidsraad naast zich neerlegt.
Verantwoording afleggen
De Mensenrechtenraad van de VN veroordeelde
dinsdag in een resolutie de mensenrechtenschendingen die
Israëlische soldaten volgens haar in Gaza begaan.
De Beweging van Niet-Gebonden landen,
een groep van 118 ontwikkelingslanden die een meerderheid
van de stemmen in de Algemene Vergadering vertegenwoordigen,
sloot zich bij die inschatting aan. De Beweging wil dat
er spoedig een internationale en onafhankelijke onderzoeksmissie
op de been wordt gebracht.
Ook hooggeplaatste medewerkers van de
VN vinden dat er een onderzoek moet komen naar de dood van
vrouwen en kinderen in Gaza. VN-Mensenrechtencommissaris
Navi Pillay verklaarde dinsdag dat de VN ervoor moeten zorgen
dat er verantwoording wordt afgelegd over schending
van het internationaal recht. Volgens haar moet de
Veiligheidsraad een commissie opzetten die schendingen door
beide kampen in het conflict nagaat.
Peter Hansen, het voormalige hoofd van
de VN-hulpacties in Palestina, denkt er ook zo over. De
Israëlis moeten verantwoording afleggen voor
wat ze in Gaza doen.
Hulpverlening blijft problematisch
Verscheidene VN-agentschappen en internationale
hulporganisaties drukten hun bezorgdheid uit over de nog
altijd verslechterende humanitaire situatie in Gaza. De
UNRWA, het VN-hulpagentschap voor Palestina, zegt dat zijn
gebouwen in Gaza-Stad vandaag (donderdag) vijf keer getroffen
werden en in brand staan. Daardoor kunnen van die plaats
vandaag geen vrachtwagens met hulpgoederen uitrijden.
Volgens Thoraya Ahmed Obaid, de directeur
van het VN-Bevolkingsfonds, maakt de oorlog ook veel stille
slachtoffers. Zwangere vrouwen en borelingen krijgen
immers niet de nodige zorgen en lijden extra onder het gebrek
aan voedsel.
De hulporganisaties Save
the Children,
Oxfam International, World
Vision Jerusalem, Christian
Aid en CARE
International lieten in een
gezamenlijk communiqué weten dat de dagelijkse staking
van de vijandelijkheden voor drie uur om humanitaire hulp
toe te laten, de aandacht afleidt van de onmiddellijke
nood om tot een staakt-het-vuren te komen. Opvangplaatsen
zitten overvol, er is een tekort aan voedsel en de hulpinfrastructuur
volstaat niet. Ze zeggen ook dat drie uur per dag
veel te weinig is om de hulpverlening goed te organiseren.
(Haider Rizvi, IPS)
|