Saddam distribueerde meer voedsel dan
VS
Iraakse regering wil voedselrantsoenen
halveren
BAQUBA, 28 december 2007 - De Iraakse
regering wil in 2008 het aantal mensen dat voedselrantsoenen
ontvangt halveren, van tien tot vijf miljoen. Ook de rantsoenen
worden kleiner, omdat stijgende prijzen op de wereldmarkt
de voedselimport onbetaalbaar maken , zo luidt het officieel.
De Irakezen vragen zich af waarom de door de VS gesteunde
Iraakse regering niet kan betalen wat Saddam wel kon.
De voedselrantsoenen werden in 1991 ingevoerd
door Saddam Hoessein als antwoord op de VN-sancties na de
mislukte Iraakse invasie van Koeweit en de eerste Irakoorlog.
Door de sancties, die volgens de VN aan een half miljoen
kinderen het leven hebben gekost, werden hele Iraakse families
compleet afhankelijk van de voedselrantsoenen om te kunnen
overleven.
Het programma is ook na de Amerikaanse
inval in 2003 blijven doorlopen, maar onlangs maakte de
regering van de Iraakse premier Nouri al-Maliki bekend dat
de rantsoenen kleiner zullen worden, omwille van onvoldoende
middelen en de op hol geslagen inflatie.
In 2007 vroegen we 2,2 miljoen euro
om basisvoedingsmiddelen te importeren, zei Mohammed
Hanoun, stafchef bij het Iraakse Handelsministerie aan de
nieuwszender al-Jazeera. Aangezien de voedselprijzen
verdubbeld zijn, hebben we voor volgend jaar vijf miljoen
euro gevraagd. Dat verzoek is evenwel afgewezen. Het
ministerie van Handel wil de rantsoenen daarom beperken
tot vijf basisitems: suiker, bloem, rijst, olie en zuigelingenmelk.
Saddam kon het wel
De doorsnee Irakees begrijpt niet waarom
de Iraakse regering er niet in slaagt om een programma verder
te zetten dat Saddam Hoessein overeind hield met minder
dan een miljard dollar. Het maandelijkse voedselrantsoen
is de enige hulp die we krijgen van de regering, zegt
Ibrahim al-Ageely, een kruidenier in Baquba, een stad op
40 kilometer van Bagdad, Het was een grote steun voor
de familie. Een pakket bestond uit twee kilo rijst, suiker,
zeep, thee, detergent, bloem, linzen en kikkererwten.
De salarissen zijn sinds de Amerikaanse
invasie in maart 2003 aan het stijgen, maar niet genoeg
om de hogere voedselprijzen te compenseren. Ik verdien
196 dollar per maand en heb zes kinderen, zegt de
49-jarige leraar Ali Kadhim, Het dure voedsel heeft
de stijging van mijn loon geneutraliseerd. Ik kan niet voor
iedereen eten kopen, naast de andere uitgaven om te overleven.
De mensen in Baquba, die moeten leven
met chronisch geweld en een recordwerkloosheid, bereiden
zich voor op het ergste. Geen veiligheid, geen eten,
geen stroom, geen markten, geen diensten. Het leven lacht
ons toe, zucht een anonieme inwoner van de stad.
Volgens een rapport dat de hulporganisatie
Oxfam in juli 2007 publiceerde, is het aandeel Irakezen
dat van de overheid voedselrantsoenen krijgt gedaald van
96 procent in 2004 tot 60 procent. Niettemin leeft volgens
het rapport 43 procent van de Irakezen in absolute
armoede en ligt de werkloosheid op sommige plaatsen
hoger dan 50 procent. De kinderen zijn het grootste
slachtoffer van de slechter wordende leefomstandigheden.
Het aandeel kinderen met ondervoedingsproblemen is toegenomen
van 19 procent voor de Amerikaanse invasie tot 28 procent
nu. (IPS)
|