|
'Privatisering slechte zaak voor Europese
watervoorziening'
BRUSSEL, 8 januari 2008 - De watervoorziening
in Europese landen dreigt door het Verdrag
van Lissabon in handen te komen van privé-firmas,
waarschuwen deskundigen. Ze vrezen dat een privatisering
desastreuze gevolgen zal hebben.
Het Verdrag van Lissabon wordt gezien
als een doorslag van de verworpen Europese grondwet. Het
verdrag, dat in december werd goedgekeurd, legt de bevoegdheid
over concurrentie exclusief bij de Europese Unie en niet
langer bij de nationale overheden. Er is weliswaar een clausule
die bepaalt dat de nationale en regionale overheden nog
steeds hun zegje mogen doen over diensten van openbaar
nut, maar die is opgenomen in een afzonderlijk protocol
en niet in de tekst zelf.
Op een seminarie in Brussel maandag bogen
waterdeskundigen uit heel Europa zich over de effecten van
de mogelijke privatisering van watermaatschappijen en over
manieren om de watervoorziening in publieke handen te houden.
Vroegere experimenten met privatisering
bleken geen groot succes. In Stockholm bijvoorbeeld leidde
de verkoop van verschillende onderdelen van het plaatselijke
waterbedrijf volgens Jan-Erik Gustaffson van het Koninklijk
Technologisch Instituut van Zweden tot een aanzienlijk verlies
van banen. De Zweedse bevolking verwacht dat er dit jaar
nog meer banen zullen sneuvelen en dat de dienstverlening
nog zal verslechteren, omdat het bedrijf de kosten met een
vijfde wil drukken.
Als de nieuwe Europese wetgeving
er komt, zal het nog moeilijker zijn om strijd te voeren
tegen de privatisering van alle openbare diensten,
zei Gustaffson maandag. Sommige artikelen in de grondwet
zetten alle sectoren onder druk om de concurrentieregels
toe te passen.
Efficiënte overheid
Volgens Emanuele Lobina van de Universiteit
van Greenwich blijkt uit de voorbeelden van Amsterdam, Milaan
en Grenoble dat de watervoorziening efficiënter kan
zijn in publiek bezit. Met name Grenoble is een schoolvoorbeeld
van hoe een privatisering fout kan lopen. In 1989 werd de
verantwoordelijkheid voor de watervoorziening en de riolering
er overgenomen door Lyonnaise des Eaux,
een onderdeel van Suez. Maar nadat aan het licht kwam dat
er smeergeld betaald was bij de deal, werd de watervoorziening
opnieuw genationaliseerd in 2000.
Sindsdien is het water in Grenoble het
goedkoopst geworden van alle Franse steden met meer dan
100.000 inwoners. Lobina benadrukt ook dat de publieke sector
er in alle geïndustrialiseerde landen voor gezorgd
heeft dat er virtueel universele toegang is
tot drinkwater.
Lobina gaf toe dat er problemen zijn,
zoals een gebrek aan investeringen en fiscale beperkingen,
maar die zijn best op te lossen. Hij maakt zich zorgen over
de tendens binnen de Europese Commissie om de principes
van de concurrentie erdoor te drukken op een manier die
de overheidsbedrijven beperkt en was blij met een
recent voorstel van het Italiaanse parlement om de watervoorziening
buiten de concurrentieregels te houden. Watervoorziening
is te belangrijk om te laten leiden door concurrentie,
zei hij.
De deskundigen wijzen erop dat het
argument van de broodnodige investeringen al te vaak gebruikt
wordt om een privatisering door te drukken. Dat is momenteel
ook het geval in Schotland, volgens Tommy Kane van de Strathclyde
University in Scotland. De
Schotse overheid beweert dat er privé-kapitaal nodig
is om aan de strenge Europese normen te kunnen voldoen.
Tijdens de privatisering van de Britse watermaatschappijen
onder Thatcher werden gelijkaardige argumenten gebruikt,
zegt waterdeskundige Margaret Cuthbert. Maar die investeringen
zijn er nooit gekomen, zegt ze. De privé-bedrijven
in Engeland blijven grote winsten opstrijken terwijl de
consument te veel blijft betalen voor zijn water.
(IPS)
|