|
Oezbeeks katoen ruikt naar kinderzweet
MOSKOU, 6 januari 2008 - Kinderrechten-
activisten roepen op tot een boycot van katoen uit Oezbekisten.
In het Centraal-Aziatische land worden schoolkinderen gedwongen
op de katoenvelden te werken, op bevel van de overheid.
Wie weigert, riskeert een pak slaag of van school te worden
gegooid.
Kinderrechtenactivisten roepen op tot
een boycot van katoen uit Oezbekisten. In het Centraal-Aziatische
land worden schoolkinderen gedwongen op de katoenvelden
te werken op bevel van de overheid. Wie weigert, riskeert
een pak slaag of van school te worden gegooid.
In de meeste ontwikkelingslanden is kinderarbeid
een gevolg van armoede, maar in Oezbekistan is het een bewuste
politiek van de regering van president Islam Karimov. Elk
jaar in september gaan de scholen twee maanden dicht en
moeten de leerlingen en studenten helpen bij de katoenpluk.
Ze werken minstens acht uur per dag en ademen daarbij stof
in dat is vermengd met residus van chemicaliën
die voor de oogst op de velden worden gespoten.
Wie dienst weigert, riskeert van school
te worden gegooid. Er zijn ook gevallen bekend waarbij kinderen
door het schoolpersoneel zijn geslagen omdat ze niet op
de velden willen gaan werken. Het loon dat de kinderen krijgen
is belachelijk laag.
In de Sovjet-unie gingen de werkcampagnes
gepaard met een goede gezondheidszorg. De kinderen kregen
behoorlijk te eten en de overheid investeerde in de sociale
infrastructuur op het platteland, zegt Nadejda Atayeva,
voorzitster van de in Parijs gebaseerde organisate Human
Rights in Central Asia, Nu wordt er geen behoorlijk
loon meer uitbetaald en zijn er ook geen openbare investeringen
meer.
VN-Kinderrechtenverdrag
Statistieken over hoeveel kinderen precies
in de Oezbeekse katoenvelden werken, zijn schaars. De Londense
mensenrechtenorganisatie Environmental Justice Foundation
(EJF) schat hun aantal op 200.000 in de grootste katoenproducerende
regio van Ferghana. Ferghana is een stad met 185.000 inwoners,
420 kilometer ten oosten van de hoofdstad Tasjkent.
Je kan er gerust van uitgaan dat
er elk jaar tienduizenden kinderen en studenten onder dwang
katoen plukken, zegt Juliette Williams van EJF. De
regering gebruikt kinderen als goedkope arbeidskracht om,
net als in de sovjettijd, vooraf opgelegde quotas
te halen. Op die manier maximaliseert de heersende elite
haar winsten. Oezbekistan verdient grof geld met de
katoenexport naar rijke industrielanden. De enige drie erkende
uitvoerders zijn in handen van familie van de president.
De praktijk druist regelrecht in tegen
het VN-Kinderrechtenverdrag, dat Oezbekistan in 1994 heeft
geratificeerd. De tekst geeft elke kind het recht op bescherming
tegen werk dat gevaarlijk kan zijn, de opleiding van
het kind in het gedrag brengt of een bedreiging vormt voor
zijn gezondheid of fysieke, mentale, spirituele, morele
of sociale ontwikkeling.
Om die reden roepen de organisaties op
om katoen uit Oezbekistan te boycotten. Ze willen ook dat
de Wereldbank en andere geldschieters geen projecten in
de Oezbeekse katoensector meer financieren. Het is
gewoonweg zo dat de goedkope katoenen kleren in rijke landen
worden gesubsidieerd door kinderarbeid in arme, katoenproducerende
landen, zegt Williams van EJF.
Om het systeem te veranderen moet
er een einde komen aan de oneerlijke winsten voor de mensen
die de katoenexport controleren, vindt Atayeva. Alleen
een internationale boycot kan de regering op andere gedachten
brengen. De katoensector in Oezbekistan kan ook winstgevend
zijn zonder dwangarbeid of de uitbuiting van kinderen.
(IPS)
|