| (30
januari 2008 - Bericht van Advocatenkantoor Steijnen, Olof
& Stelling)
OM wijst aangifte tegen Nederland- se schending
humanitair oorlogs- recht af
Zeist/Den Haag, 30 januari 2008 - Alsof
hem de gifbeker werd toegediend, zo snel heeft het OM de
ingediende aangifte, tegen de Nederlandse militaire en politiek-ambtelijke
top wegens hun verantwoordelijkheid voor ernstige schendingen
van het humanitair oorlogsrecht in Afghanistan meteen weer
uitgespuwd! Deze aangifte was ingediend door een tweetal
advocaten, mr. M.J.F. Stelling en mr.N.M.P. Steijnen, gespecia-
liseerd in het internationaal humanitair recht.
Reeds vandaag, 30 januari 2008, kwam de
mededeling binnen het dat hun aangifte wegens
1. het onvoldoende inachtnemen van de
internationaalrechtelijke beschermingsverplichtingen jegens
de Afghaanse burgerbevolking,
2. de schending van het Anti-Folterverdrag
vanwege de overdracht van Afghaanse krijgsgevangen aan de
Afghaanse autoriteiten, en
3. de schending van het verbod tot buitengerechtelijke
executie door commitment aan de NAVO-policy van een doelgerichte
liquidatie van 'hogere' Taliban-leiders,
door het OM is afgewezen.
Het OM stelt zich hierbij allereerst op
het standpunt dat er van strafbare feiten 'noch hier te
lande, noch ingevolge de Wet Internationale Misdrijven (WIM)'
sprake zou zijn.
Punt uit, geen gram verdere motivering!
Nimmer in de Nederlandse rechtsgeschiedenis
zal 'een onderzoek' door het OM in zo'n razende vaart zijn
uitgevoerd! Welke kwaliteit en diepgang dit zogenaamde 'onderzoek'
zal hebben gehad, laat zich daarmee raden.
De situatie is duidelijk: deze hete aardappel
moest men weer kwijt. Het OM heeft zich hier simpelweg gevoegd
naar de wens van de Minister van justitie om deze zaak met
de grootste spoed 'af te doen'. Het OM heeft hier dan ook
louter gefungeerd als de lakei van het ministerie van justitie.
Nadere stappen
Zoals door ons al aangekondigd wordt nu
tegen deze afwijzing van het OM meteen beroep ingesteld
bij het Gerechtshof in Den Haag. De tekst van dit beroepschrift,
dat vandaag nog zal worden ingediend, kunt u lezen op: http://www.omslag.nl/
---------------------------------------------------------
Nadere toelichting op de afwijzende beslissing
van het OM
Het OM komt ook nog met een tweede argument
voor zijn afwijzing. Dat argument is zo mogelijk nog bedenkelijker
dan het, volstrekt nietszeggende, eerste argument. En dat
is een geheel aan de eigen fantasie ontsproten voorstelling
van zaken dat vervolging van de generaals Dick Berlijn en
Ton van Loon, kolonel Hans van Griensven, secretaris-generaal
van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer, en de secretarissen-generaal
van Defensie en van Buitenlandse zaken, repectievelijk A.
Annink en Ph. de Heer, door het OM bovendien onmogelijk
zou zijn. Want het OM mag immers geen ministers vervolgen.
Daarover mag alleen de Tweede Kamer of de Kroon beslissen.
En dus, zo knoopt het OM hier de eigen ongebreidelde fantasie
aan vast, mag het OM ook geen mensen vervolgen die onder
de verantwoordelijkheid van een minister vallen.
Dit vormt een volstrekte ontkenning van
de zelfstandige verantwoordelijkheid in strafrechtelijke
zin van ambtenaren die in ondergeschiktheid van een minister
handelen, een zelfstandige verantwoordelijkheid die behoort
tot de essentie van het internationaal humanitair recht
en van de Wet Internationale Misdrijven (WIM).
Wat vormt de achtergrond van deze 'hersenkronkel'
waarmee het OM hier komt om zich maar zo snel en definitief
mogelijk uit de voeten te kunnen maken? Dat is een recent
arrest van de Hoge Raad, waarin ons hoogste rechtscollege
meende te moeten bepalen dat, ook als het om mogelijke ernstige
schendingen gaat van het internationaal humanitair recht,
zoals bijvoorbeeld schendingen van het Anti-Folterverdrag,
eventueel daarvoor verantwoordelijk te achten Nederlandse
ministers niet vervolgd zouden kunnen worden dan op voorslag
van de Kroon - dat zijn ze dus zelf - of van de Tweede Kamermeerderheid
- hun politieke vrienden dus -. (Arrest Hoge Raad 19 oktober
2007 LJN: BA8485)
Waarmee ons hoogste rechtscollege in Nederland,
als enig 'beschaafd' land, zijn politieke top dus een hoge
mate van immuniteit van strafvervolging meent te moeten
- en te kunnen! - voorzien voor wat betreft eventuele (mede)aansprakelijkheid
voor eventuele misdrijven tegen het internationaal humanitair
recht. En dit terwijl het internationaal humanitair recht
nu juist tot esssentie heeft dat iedereen, ongeacht diens
maatschappelijke positie - tot zelfs staatshoofden toe -
voor misdrijven van dit kaliber vervolgbaar en strafbaar
zijn.
Wat het OM hier nu dus meent te kunnen
doen, is deze hier door de Hoge Raad ingezette kwalijke
lijn simpelweg doortrekken: gisteren decreteerde de Hoge
Raad het verderfelijke standpunt dat ministers alleen vervolgbaar
zijn met instemming van henzelf of van hun politieke vrienden
in de Kamer voor eventuele misdrijven tegen het internationaal
humanitair recht waarvoor zij (mede)aansprakelijk zouden
kunnen worden gehouden en vandaag kondigt het OM, in vervolg
daarop, simpelweg af als de juridische waarheid dat dit
'dus' ook heeft te gelden voor alles wat tot 'de hofhouding'
van de ministers kan worden gerekend.
Voor het Gerechtshof, waar inmiddels door
ons bijgaand beroepschrift wordt ingediend, zal een ander
nog uitvoerig aan de orde worden gesteld.
Zodra de openbare zitting van het Hof
over deze kwestie bekend is, zal daarvan door ons kennis
worden gegeven.
Ook latere verdere beroepsmogelijkheden,
zoals aangifte bij het Anti-Foltercomite en bij het Internationaal
Strafhof, zullen door ons, indien nodig, in een later stadium
benut worden.
(einde persbericht)
|