|
India en China zoeken toenadering
PEKING, 17 januari 2008 - De Indiase
eerste minister Manmohan Singh was deze week op bezoek in
China in een eerste voorzichtige poging om de banden tussen
de twee wantrouwige buren aan te halen. De twee nieuwe groeipolen
van de wereldeconomie hebben moeite om hun militaire en
economische rivaliteit te laten varen voor meer samenwerking
en integratie.
Centraal tijdens het driedaagse bezoek
stond de opkomst van de zogenaamde BRIC-economiën (Brazilië,
Rusland, India en China) en het spectaculaire economische
potentieel van Chindia in het bijzonder. China
en India zijn momenteel de snelst groeiende ontwikkelingseconomieën,
vertelde Singh aan de Chinese president Hu Jintao. Nu
er cyclische onzekerheid is over de wereldeconomie, kan
de sterke groei van onze economieën een positieve invloed
hebben voor Azië en voor de hele wereldgemeenschap.
Singh ondertekende met de Chinese premier
Wen Jiabao een Gedeelde visie voor de 21ste eeuw,
een tekst die de groeiende gemeenschappelijke bezorgdheden
van beide landen samenvat, zoals de klimaatverandering,
de instabiliteit in Pakistan, islamitisch fundamentalisme
en terrorisme. In de tekst stellen beide landen, die samen
meer dan een derde van de wereldbevolking vertegenwoordigen,
dat ze ervan overtuigd zijn, ondanks de geschiedenis van
wederzijdse achterdocht, dat het tijd is om naar de
toekomst te kijken en een relatie op te bouwen.
De economieën van China en
India zijn een belangrijke nieuwe motor geworden,
zegt Shen Jiru, onderzoeker aan het Instituut voor Wereldeconomie
van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen. Zelfs
als de wereldeconomie zou vertragen, zouden de twee landen
ze op gang kunnen houden. Een sterkere samenwerking tussen
de twee is van vitaal belang.
Onderhuidse spanningen
Onder al die optimistische woorden liggen
echter nog steeds verborgen spanningen tussen de twee Aziatische
landen, die een mogelijk partnerschap in de weg kunnen staan.
In december hielden beide landen voor het eerst een gezamenlijke
militaire oefening maar de bittere grensoorlog in 1962 is
nog niet vergeten. Het dispuut over territorium werpt een
schaduw over recente pogingen om militaire banden te smeden
en het vertrouwen op te bouwen.
Sinds 2003 zijn er al elf gespreksrondes
geweest over het grensconflict, maar zonder vooruitgang.
China beschuldigt India ervan zon 90.000 vierkante
kilometer Chinees territorium te bezetten, vooral in de
noordoostelijke staat Arunachal Pradesh. India beschuldigt
China er dan weer van 43.180 vierkante kilometer te bezetten
die tot de staten Jammu en Kasjmir zouden behoren.
We werken nog altijd aan een framework
voor de grensgesprekken, zegt Ma Jiali, een Indiadeskundige
aan de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen. Maar
het vooruitzicht van een oplossing ligt nog veraf.
Intussen spelen beide landen een steeds
grotere rol in elkaars buurlanden. China is een trouwe bondgenoot
van Pakistan en Myanmar (Birma) en maakt ook Bangladesh,
Nepal en Sri Lanka het hof. India probeert dan weer invloed
te krijgen in de achtertuin van China, met name in Vietnam
en Singapore.
Nucleaire technologie
China maakt zich misschien nog het meest
zorgen over het feit dat New Delhi de Arc
of freedom and prosperity vervoegd heeft, het
multilaterale overleg tussen Japan, Australië en de
VS. China ziet de samenwerking als een poging om de rijzende
Chinese militaire macht in de regio te fnuiken.
Singh probeerde de Chinese bezorgdheden
weg te masseren en hoopt dat Peking toestemming zal geven
voor de participatie van India in de Nuclear
Suppliers Group (NSG). Een omstreden deal tussen
India en de VS uit 2006 geeft New Delhi toegang tot nucleaire
technologie zonder dat het zijn nucleaire wapens moet opgeven
of het non-proliferatieverdrag moet tekenen. Voor de overeenkomst
van kracht kan worden is er wel nog een consensus nodig
onder de 45 landen in de NSG. Ook Peking moet dus het jawoord
geven, maar liet tot nog toe niet in zijn kaarten kijken.
Impact op de economie
Economen zijn in de wolken met de nieuwe
rol van de twee landen als motor van de wereldeconomie,
maar ze zijn tegelijk bezorgd dat de wederzijdse achterdocht
een impact kan hebben op de economie. Chinese academici
bijvoorbeeld wijten de trage groei van de investeringen
tussen de twee landen aan die achterdocht. Ondanks de verdubbeling
van de bilaterale handel in amper twee jaar tijd, blijven
de investeringen achertophinken. Sinds 1991 heeft India
bijna 122 miljoen euro geïnvesteerd in China, terwijl
China op zijn beurt nog geen zeven miljoen euro geïnvesteerd
heeft in zijn buur, een 'erbarmelijk bedrag' volgens sommige
economen.
India houdt uit veiligheidsoverwegingen
investeringen tegen van bedrijven uit China, maar ook uit
Hongkong, zegt Zheng Ruixiang, onderzoeker aan het
Chinese Instituut voor Internationale Studies. India voelt
zich ook ongemakkelijk bij het handelsoverschot van China,
dat groeide van bijna 1,2 miljard euro in 2004 tot net geen
7 miljard euro in 2007. De vrees van India dat de binnenlandse
markt overspoeld zal worden met goedkope Chinese producten
heeft zijn weerslag op de onderhandelingen over een gemeenschappelijke
Chinees-Indiase vrijhandelszone . Zolang het handelsoverschot
blijft bestaan, komt er geen schot in de onderhandelingen,
voorspelt Zheng. De afschaffing van taksen onder de
nieuwe vrijhandelsregels zal de Chinese producten nog goedkoper
maken. (IPS)
|