|
Er zit een geurtje aan de Europese visserijakkoorden
BRUSSEL, 17 januari 2008 - Vissen,
betalen en wegwezen, zo omschreven organisaties voor
armoedebestrijding de akkoorden die Europese vissers sinds
1979 toelieten de zeeën van een twintigtal ontwikkelingslanden
leeg te vissen. De Europese Unie sluit momenteel met die
landen een nieuwe generatie partnerschaps- akkoorden,
maar ook daar zit een reukje aan.
De 600 Europese vissersboten die zich
dankzij de akkoorden buiten de Europese wateren zullen kunnen
wagen, mogen alleen visbestanden exploiteren die de ontwikkelingslanden
zelf ongemoeid laten. In ruil beloofde EU-Visserijcommissaris
Joe Borg compensatiebetalingen waarmee de partnerlanden
hun eigen visserijsector kunnen versterken.
Milieuactivisten betwijfelen dat de Europese
vissers alleen jacht zullen maken op onbedreigde visbestanden.
Uit onderzoek van de Canadese Universiteit van British
Colombia is gebleken dat veel West-Afrikaanse visbestanden
in de voorbije dertig jaar met de helft zijn geslonken.
De Europese Commissie zegt dat de
lokale visserijautoriteiten moeten bepalen of een bepaalde
vissoort overvloedig aanwezig is, zegt Else Boonstra
van EU Coherence, een onderzoekproject
dat op zoek gaat naar tegenstrijdigheden tussen het economisch
beleid van de EU en armoedebestrijding. In veel gevallen
beschikken die niet over de middelen om de omvang van de
visbestanden correct in te schatten.
Onvindbare intkvis
Een voorbeeld is Mauritanië, waar
27 Spaanse vissersboten rechtsomkeer moesten maken toen
bleek dat de in principe overvloedige octopus in realiteit
onvindbaar bleek. In 2004 maakt octopus nog een tiende uit
van de 80.000 ton vis die elk jaar in Mauritanië aan
land werd gebracht. Door de overbevissing is het aantal
jobs in Mauritaanse visserij gedaald van 5000 in 1996 tot
1800 in 2002
Volgens Boonstra volstaan de Europese
compensatiebetalingen niet om de West-Afrikaanse visserij
te laten groeien. Het gevolg van deze akkoorden is
dat lokale vissers geen of nauwelijks toegang hebben tot
de visbestanden. Hun kleine scheepjes kunnen de concurrentie
niet aan met de hoogtechnologische Europese vaartuigen.
Mauritanië krijgt van 2006 tot 2012
86 miljoen euro per jaar. Dat is vijf keer meer dan wat
het in dezelfde periode krijgt aan ontwikkelingshulp, zo
benadrukt de Commissie.
De zogenaamde partnerschapsakkoorden
zijn eigenlijk nog altijd toegangsakkoorden, zegt
Beatrice Gomez van de Coalitie voor Eerlijke Visserijakkoorden
in Brussel. Als een land geld wil, dan moet het zijn
wateren openstellen en toegang geven tot de visbestanden.
Daarbij gaat het niet zomaar om gelijk welke vis, maar om
de commercieel interessante soorten die de EU interesseren.
Heel wat arme mensen zijn aangewezen
op vis als voornaamste bron van proteïnen. Het Ontwikkelingsprogramma
van de Verenigde Naties (UNDP) heeft berekend dat de overbevissing
een probleem vormt voor de voedselveiligheid van een miljard
mensen in 40 landen. (IPS)
|