Bush moet knokken voor extra troepen
voor Irak
WASHINGTON, 7 januari 2007 - De Amerikaanse
president George W. Bush kondigt volgende week waarschijnlijk
aan dat hij 20.000 soldaten extra naar Irak zal sturen.
Die moeten de opstand in Bagdad en de provincie al-Anbar
de kop indrukken. Maar Bush krijgt het moeilijker dan verwacht
om zijn wil door te drijven.
De nieuwe Democratische meerderheid in
het Huis Van Afgevaardigden en de Senaat is tegen het plan
om de troepenmacht van 140.000 manschappen in Irak nog uit
te breiden. Tegelijk uit een groeiend aantal Republikeinen
en zelfs trouwe aanhangers van Bush bedenkingen bij het
voornemen.
"Bagdad heeft nood aan verzoening
tussen sjiieten en soennieten", zegt de Republikeinse
senator Norm Coleman die net terug is uit Irak. "Meer
Amerikanen als schietschijven zijn niet nodig."
Zelfs de oerconservatieve voormalige luitenant-kolonel
Oliver North zegt dat recente gesprekken met officieren
en soldaten in Irak hem overtuigd hebben dat een troepenversterking
fout zou zijn. "We hebben niet meer Amerikaanse maar
wel meer Iraakse soldaten nodig", klonk het volgens
hem in Irak. North was twintig jaar geleden de spilfiguur
van een affaire waarbij geld van illegale wapenverkopen
aan Iran gebruikt werd voor de financiering van rebellen
die het tegen de linkse regering in Nicaragua moesten opnemen.
Naast Bush zelf zijn alleen de neoconservatieven
- de rechtse politieke strekking die aandrong op de invasie
van Irak - voor meer Amerikaanse soldaten in Irak. In het
parlement slinken de rangen van de groep van voorstanders,
die geleid wordt door de Republikeinse senator John McCain
en zijn Democratisch collega Joseph Lieberman.
McCain en Lieberman zijn ook net terug
uit Irak; ze houden vol dat alleen een forse verhoging van
de Amerikaanse slagkracht een dreigende nederlaag kan afwenden.
Ook het American Enterprise Institute (AEI), een neoconservatieve
denktank, denkt er zo over. Zowel het AEI als Lieberman
en McCain waarschuwen wel dat de VS veel meer dan 20.000
extra troepen moeten sturen om de situatie in Bagdad en
al-Anbar onder controle te krijgen.
Maar het Witte Huis lijkt ervan uit te
gaan dat 20.000 bijkomende soldaten het maximaal haalbare
zijn, gelet op de veranderde machtsverhoudingen.
De tegenstanders in het parlement argumenteren
dat meer soldaten sturen alleen meer Amerikanen in gevaar
brengt en het Amerikaanse leger gevaarlijk overbelast. De
critici weten dat ze het publiek aan hun kant hebben. Volgens
de laatste peiling zijn bijna drie op vier Amerikanen het
nu oneens met de manier waarop hun president Irak aanpakt.
Het publiek gelooft ook niet dat Bush een duidelijk plan
heeft voor Irak.
Veel mogelijkheden heeft het parlement
niet om Bush echt stokken in de wielen te steken - tenzij
het de hele financiering van de oorlog in Irak zou bevriezen.
Dat zal waarschijnlijk niet gebeuren. Maar er is wel een
goede kans dat de volksvertegenwoordiging voorwaarden verbindt
aan de 100 miljard dollar die de regering zegt nodig te
hebben om de oorlogen in Irak en Afghanistan in 2007 verder
te kunnen zetten.
De Democraten eisen onder meer dat
Bush de aanbevelingen van een groep van Wijzen volgt die
de oorlog in Irak bestudeerden. Dat rapport drukt Washington
op het hart binnen de vijftien maanden bijna alle gevechtstroepen
uit Irak terug te trekken. (IPS,
Jim Lobe)
|