|
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
|
|
Spanning in Rotterdamse haven stijgt
van een correspondent
|
![]() |
| Rotterdam, 7 maart 2001 - De spanning tijdens
de CAO-onderhandelingen in de Rotterdamse haven stijgt. Bovendien zijn er
meningsverschillen over de inhuur van niet-havenbedrijven voor havenwerk.
Op 19 maart is de volgende onderhandelingsronde, drie dagen later de ledenraadplegingen.
De bond roept de leden op 22 maart in de agenda te schrijven en er rekening
mee te houden dat er een ultimatum gesteld zal worden.
Voor de onderhandelingen op donderdag 15 februari 2001 heeft de werkgever van het Europees Massa Overslagbedrijf (EMO) een op een oorlogsverklaring lijkende brief aan de onderhandelingsdelegatie gestuurd. Hieruit bleek dat er slechts 0,75% over bleef voor loonsverhoging en de werkgever had de prijscompensatie voor het nieuwe jaar alvast doorberekend. Over het pensioensysteem was de directie ook volledig het spoor bijster. Verder was er sprake van aanpassing van feestdagenregelingen en verschil van mening over functiewegingssystemen, oftewel een andere opbouw van het loongebouw. De directie van EMO gaf ook aan af te willen van de inhuur en het werkgelegenheidsartikel A9, waarover begin februari ophef ontstond. De naleving van de inhuurafspraken zijn sindsdien tussen directie EMO, HME (Herplaatsing Medewerkers EBS) en SHB (De Havenpool) besproken. Vooralsnog is weinig beweging bij de werkgever geconstateerd. Er is gebleken dat de directie tussen de onderhandelingen van 15 februari en 5 maart geen enkel initiatief heeft genomen om machines te huren, zodat het werk door havenwerkers in plaats van door buitenstaanders gedaan kon worden. Vooralsnog doet de directie zich heel zielig en benadeeld voor. Tijdens de onderhandelingen van 5 maart over de andere CAO-punten leek het op een herhaling van zetten van de kant van de directie. De onderwerpen die met geld te maken hebben, werden niet aangeroerd. Er ontstond wederom een discussie omtrent de prijscompensatie en de initiële loonsverhoging. De eis is dat er een loonsverhoging moet komen die rond de 2% boven de prijscompensatie ligt. De gemiddelde stijging van 2000 ten opzichte van 1999 is 2,06% geweest. Dit percentage is het uitgangspunt voor reservering van de 4% loonruimte die de bond centraal heeft gesteld. De bonden zijn bereid om over het ouderenbeleid op individuele basis tot oplossingen te komen, maar alleen als van te voren helder is wat er gaat gebeuren met de ouderendagen tussen de 60 en 65 jaar. Deze moeten naar voren gehaald worden ter besteding van het ouderenbeleid. En niet te vergeten, de pensioenwerkgroep moet nu eens serieus aan de slag met het evalueren van de pensioenafspraken en wat hier aan vast zit. De werkgever hult zich ten opzicht van duidelijke eisen in mistige uitspraken. Het bod van de werkgever blijft in alle kanten in gebreke en is slecht gefundeerd. Het volgende overleg is op 19 maart en op 22 maart zijn de ledenraadplegingen. |