|
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
|
|
Zondag 25 februari 2001 Herdenkt de Februaristaking 1941 17.00 uur defilé langs de Dokwerker |
![]() |
|
60 jaar Februaristaking
Van de redactie
|
|
De Februaristaking van 1941 was een belangrijke etappe in de ontwikkeling van het verzet tegen de Duitse overheersing. Ze vond plaats in een tijd dat Hitler-Duitsland het grootste deel van Europa had veroverd en het verzet van de volkeren tegen nazi-onderdrukking pas begon en in geen van de bezette landen de politieke staking als strijdmiddel was beproefd. Op 10 mei 1940 schond Hitler-Duitsland de neutraliteit van Nederland en dwong de strijdkrachten na vijf dagen van weerstand tot overgave. De koningin en de regering vluchtten naar Engeland. De bevolking bleef onzeker achter, bewust in onwetendheid en passiviteit gehouden. Zo eindigde de schandelijke politiek van de Nederlandse elite en de regering die hadden gehoopt dat met toegeven aan Duitsland en het sussen van de bevolking, de agressors tot bedaren konden worden gebracht. In afwijking van de bezette zone in Frankrijk en België, waar een militaire leiding werd ingevoerd, ging Hitler in Nederland over tot een burgerlijk bestuur. De door hem op 18 mei 1940 benoemde Rijkscommissaris Seyss-Inquart werd geacht een vertegenwoordiger te zijn van het hoofd van de Duitse staat bij een zelfstandige Nederlandse regering. Deze politiek wordt verklaard uit de verwachtingen van de nazis inzake de steun van het bloedverwante Nederlandse volk en tevens uit de bedoeling om uit naam van een wettige Nederlandse regering rechten op te eisen ten aanzien van de zeer rijke koloniën van Nederland. Seyss-Inquart ging er echter niet toe over om een regering te formeren met Anton Mussert, de leider van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB), aan het hoofd. Die genoot onvoldoende steun. Daarbij hield hij rekening met de neiging in die tijd van de Nederlandse emigrantenregering in Londen tot compromissen. In de jaren 1940-1941 werden er in Athene, Sjanghai en Lissabon onofficiële onderhandelingen gevoerd tussen de nazis en de emigrantenregering, waarbij het belangrijkste handelsobject Indonesië was. Tenslotte wist Seyss-Inquart ook dat er in ondernemerskringen de bereidheid tot samenwerking leefde, hetgeen door de Duitsers in het eerste bezettingsjaar werd bevorderd door het plaatsen van orders voor een bedrag van één miljard mark. De nazis bestuurden het land via het vooroorlogse Nederlandse regeringsapparaat, geleid door de permanente plaatsvervangers van de ministers, de secretarissen-generaal. Zij deden het uitvoerende werk en de massale collaboratie van het ambtenarendom was het grootste succes van de bezetters. Kenmerkend is dat de emigrantenregering in die episode zelfs geen poging deed om de samenwerking met de nazis te verhinderen. Maar Seyss-Inquart wilde meer. Hij streefde ernaar om aan het bezettingsregime een massabasis te geven, vooral onder de arbeiders. Hij schreef aan Hitler: "Als we erin slagen die personen die verenigd zijn in de vakbeweging en de SDAP, in de hand te houden en als de NSB nieuwe successen behaalt, dan kan het mogelijk zijn iedere vierde of derde Nederlander op weg naar de samenwerking met het Duitse rijk te krijgen." Daarom werden de politieke partijen (met uitzondering van de communistische partij) in het eerste liberale bezettingsjaar niet verboden en mochten de vakbonden hun activiteiten voortzetten, zij het onder fascistische controle. Tegelijkertijd bevorderden de bezetters de vorming van een nieuwe politieke organisatie, de Nederlandse Unie, die in zijn eerste manifest van 24 juli 1940 opriep tot activiteiten in contact met de bezettende macht. Het oprichten van de Unie werd energiek ondersteund door de secretarissen-generaal van de ministeries en het katholieke episcopaat. Zelfs enkele sociaal-democratische leiders traden toe tot de Unie. De functie van de Unie was duidelijk: zij moest de politieke collaboratie met de vijand organiseren. In die periode van onzekerheid en twijfel onder de bevolking, van collaboratie tot in de hoogste politieke echelons, van een snel toenemende verslechtering van het levenspeil, organiseerde de Communistische Partij van Nederland (CPN) een staking die vrijwel geheel Amsterdam en omgeving zou platleggen. De staking heeft helaas de vervolging van joden niet kunnen verhinderen, maar maakte de bezetter wel duidelijk dat de collaborateurs niet op massale steun vanuit de bevolking behoeften te rekenen. |
| Relevante berichten: |
| 60 jaar Februaristaking |
| Razzias op mensen |
| Een historische bijeenkomst |
| Een roemrijke staking |
| De sneeuwbal rolde |
| Het beest slaat terug |
| De blijvende waarden van de Februaristaking |
| Voorzijde en Achterzijde van het manifest dat op dinsdagmorgen 25 februari 1941 door communisten uitgereikt werd |