|
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
|
|
Populariteit Sharon stopt aan Israëlische
grenzen
door Ben Lynfield en Kim Ghattas
|
|
WESTELIJKE JORDAANOEVER/BEIROET, 6 februari - Saada Akileh woont in een gebouw dat vroeger dienst deed als ziekenhuis in het vluchtelingenkamp van Shatila bij Beiroet. Hoe is het mogelijk dat een man die verantwoordelijk is voor slachtpartijen eerste minister kan worden, vraagt ze zich af. Voor de 350.000 Palestijnse vluchtelingen in Libanon wordt de kans zeer klein op terugkeer naar het land dat ze in 1948 hebben moeten verlaten, als Sharon premier wordt. Maar voor hen die getuige waren van de krijgsdaden van Sharon is het onbegrijpelijk dat de Israëli's de 'slager van Sabra en Shatila' een warm hart toedragen. De geloofwaardigheid die de gedoodverfde Israëlische premier Ariel Sharon in eigen land geniet, stopt aan de grenzen van Israël. In de buurlanden roept de naam van de leider van Likoed beelden op van excessen en massamoorden. Sharon is verantwoordelijk voor onze ellende, voor de invasie, voor het feit dat wij vluchtelingen werden, voor de bloedbaden, voor alles, roept Akileh uit in haar woonkamer, die als leefruimte dient voor negen mensen. Akileh is een 35-jarige Palestijnse die al jaren in Shatila woont. De kamer waarin we zitten was ooit een ziekenzaal en fungeert nu als woonkamer voor negen mensen. De witte tegels op de trap zijn verdwenen en water en elektriciteit zijn schaars. Dit is het lot van de 350.000 Palestijnse vluchtelingen in Libanon. |
![]() |
|
De lijst van beschuldigingen tegen Sharon is lang in Shatila. In 1982 werden honderden vluchtelingen in Sabra en Shatila bij Beiroet afgemaakt door christelijke milities. Het exacte aantal is niet bekend omdat de slachtoffers haastig in massagraven werden begraven. Hun aantal varieert tussen 1.200 en 2.000, vooral vrouwen en kinderen. De slachtpartij was het werk van de christelijke Falangisten, een militie die tijdens een deel van de burgeroorlog getraind en bewapend werd door Israël. De militie kreeg vrij spel dankzij een invasie van Israël, die gepland en leidde werd door Sharon, die toen minister van Landsverdediging was. De Falangisten koelden hun woede op de vluchtelingen voor de dood van hun leider Bashir Gemayel, die daags voordien was vermoord (maar niet door Palestijnen, zo bleek later). Of Sharon rechtstreeks schuldig is aan de moordpartij, is nooit onderzocht. Maar zijn verantwoordelijkheid was in ieder geval groot genoeg voor toenmalig premier Menachem Begin om hem de deur te wijzen. Een Israëlische parlementscommissie oordeelde dat Sharon de bevolking in de kampen in groot gevaar bracht door de Libanese bondgenoten in de buurt van Shatila te laten komen. De commissie wreef hem indirecte en persoonlijke verantwoordelijkheid aan. Ondanks die veroordeling zei Sharon vorige week dat hij niets met de slachting te maken had en dat het een zaak was van christelijke Arabieren die islamitische Arabieren doodden. De vraag of de gedoodverfde presidentskandidaat zelf op de plaats van de moordpartij aanwezig was, blijft onbeantwoord. Volgens sommige getuigen stond Sharon op het dak van een aanpalend gebouw het bloedbad te overzien met een verrekijker. Voor de Palestijnen kleeft er duidelijk bloed aan Sharons handen. Degenen die de invasie (van Libanon) voorbereid heeft, heeft ook de moordpartij voorbereid, zegt Akileh. Ook buiten Libanon blijven de spoken uit het verleden Sharon achtervolgen. In oktober 1953 voerde hij legereenheid 101 binnen in het Jordaanse dorpje Kibya. De aanval was een represaille voor militaire aanvallen die vertrokken vanop Jordaans grondgebied en voor de dood van drie Israëlische soldaten die waren omgebracht door een Palestijnse infiltrant. De actie draaide uit op een bloedbad: 69 mensen kamen om, waarvan de helft vrouwen en kinderen. Hosni Mustafa (69) was een boerenzoon in Kibya. Hij herinnert zich dat de soldaten eerst het vuur openden met mortieren, zodat de dorpsbewoners de bergen zouden invluchten. De mensen die in hun huizen bleven, maakten een dodelijke vergissing. Ik zag hoe de huizen één voor één werden opgeblazen, zegt Mustafa. Sharons troepen deden weinig of geen moeite om de huizen te doorzoeken. Soldaten getuigden later dat ze de huizen binnengingen, éénmaal op het plafond vuurden en de gebouwen vervolgens er met explosieven opbliezen. Tijd om de huizen te doorzoeken was er niet, zo bleek uit de getuigenissen. De gedurfde aanval op Kibya was het beging van een glanscarrière voor Sharon. Eenheid 101 onder leiding van Sharon kreeg een pioniersrol in grensoverschrijdende acties. Eenheid 101 werd de basis voor een militaire carrière die in 1970 een hoogtepunt kende door een brutale en efficiënte campagne om Palestijnse strijders uit de Gazastrook te verdrijven. Na zijn glansrol in de oorlog met Egypte in 1973, waarin de oorlogsheld een verloren zaak wist om te buigen in een overwinning, ging Sharon in de politiek. Sharon lijkt nu te profiteren van de panieksfeer onder het Israëlische electoraat. Het onveiligheidsgevoel waar Sharon op inspeelt is het gevolg van de nieuwe Palestijnse opstand, die vier maanden geleden begon. (IPS) |
| Relevante berichten: |
| Israël: geen verschil tussen duiven en haviken |