|
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
|
|
Mongolië kreunt onder winter "waarvoor
geen woorden meer bestaan"
Door Lucy Collins
ULAANBATAR, 7 februari - Een bundel twijgen vat vlam in de kachel van een 'ger', zoals de tenten in de Mongoolse steppe genoemd worden. |
![]() |
|
De familie Dolgorsuren heeft geen geld voor kolen en daarom neemt de 64- jarige grootmoeder van de familie elke morgen haar kleinkinderen onder de arm om op zoek te gaan naar brandhout. De jongste gaat tegenwoordig niet mee, want het kwik staat de laatste weken voortdurend op min twintig. De Mongoolse familie wacht met de rest van het land op internationale hulp, terwijl af en toe een plof weerklinkt: weer een stuk vee dat bezweken is aan de koude. In Mongolië hebben ze een term voor extreem strenge winters: 'zud'. Maar voor een winter als deze bestaan er geen woorden. "Zo'n strenge winter heb ik in mijn hele leven nog niet meegemaakt," zegt grootmoeder Dolgorsuren, wier naam overgegaan is op de familie. De kranige dame is al sinds haar negende schapenhoedster en verdient nog steeds haar brood met de verkoop van schapenvellen. De laatste weken waren rampzalig voor de familie Dolgorsuren, die woont in het district Bayanjargalan in de Tov-regio, op zo'n 160 kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad Ulaanbatar. Buiten in de bijtende koude toont Dolgorsuren 14 dode schapen en geiten. Ze liggen op een hoop buiten de ger. Eromheen liggen karkassen van wat eens koeien geweest moeten zijn. Later vertelt gouverneur Mendbayar dat er in zijn district al 10,000 dieren zijn gestorven, waarvan 1.000 in januari. Vorig jaar verloor Mongolië 3 miljoen dieren door de koude en dit jaar zouden dat er 6 miljoen worden volgens de Verenigde Naties. "Enkel de honden en de kraaien doen er hun voordeel mee," zegt Mendbayar droog. Elk schaap dat doodvalt, betekent minder inkomsten voor de familie Dolgorsuren. Tweeënhalf miljoen mensen hebben in Mongolië al maanden te lijden onder de extreme koude en velen zijn bezorgd over hun toekomst. Acht op 10 Mongoliërs is herder. De Verenigde Naties en de Mongoolse regering lanceerden op 30 januari een oproep om 12 miljoen euro in te zamelen. Negen miljoen euro daarvan is toegekend aan het in leven houden van de kuddes. "Het buitenland begrijpt niet wat hier gaande is," zegt Saraswathi Menon, de vertegenwoordiger van de VN in Mongolië. "Het is India niet, hè," zegt hij. "Het gaat hier niet om duizenden mensen die sterven, maar om vee. Als de hulp niet snel terecht komt, betekent dat het einde van een natie van herders en het einde van de economische ontwikkeling van Mongolië." Grootmoeder Dolgorsuren ontvangt een pensioen van 60.000 tughrik (58,53 euro) per maand. De familie gebruikt dat geld om de graatmagere kudde in leven te houden. Voor de koude had de familie een kudde van 40 dieren. Van hun 33 koeien blijven er nog twee over. "Die zullen er nu ook snel aan gaan," zucht Dolgorsuren. Andere opties dan de veeteelt heeft deze familie niet want de mannen zijn van huis vertrokken. Dolgorsurens zoon vervult zijn legerdienst en haar oudste kleinzoon studeert in Ulaanbatar. De oude vrouw moet het rooien met haar dochter en diens vier kleine kinderen. Die slapen op de grond, want in de koude en grauwe 'ger' staat maar één bed. De meeste herders zijn noordwaarts getrokken, naar de regio Hentii, waar de winterkou minder is. Zonder de kracht van een man lukt het niet om de tent af te breken en elders op te zetten, dus zit de familie vast op dit kale stuk grond. Gelukkig hebben de buren wat bloem geleend. Met de regeringshulp -2 kilo rijst en 13 kilo bloem- kan de familie enkele weken overleven maar voor de kudde ziet het er slecht uit. De twee hooibalen die de regering hen toebedeelde, volstaan om een koe twee dagen te eten te geven. Dit is het tweede opeenvolgende jaar dat Mongolië een 'zud' meemaakt. Tot overmaat van ramp was de zomer erg droog, zodat de dieren geen vetreserve konden kweken. De dieren zijn gewoon te zwak en vallen bij bosjes om. Het is een vreemd gezicht: in het naburige dorp lopen de jonge runderen van herder Batmonkh rond met een soort jas. De herder probeert zijn dieren te beschermen door ze in stallen te stoppen en door 's nachts vuren aan te steken. Batmonkh is een welgesteld herder, zo getuigen de koelkast, de televisie en de stereo in zijn comfortabele ger. Nu is al zijn spaargeld 300.000 tughrik (292,67 euro) op omdat hij hooi voor zijn kudde heeft moeten kopen. De ijslaag op de grond is als beton. Enkel paarden raken met hun hoeven tot bij het bevroren gras. Sinds oktober hebben dier en mens 20 sneeuwstormen moeten trotseren. Maar naast het onvoorspelbare weer heeft nog een andere grote factor bijgedragen tot de rampsituatie in Mongolië. In tien jaar tijd moest het land overschakelen van een socialistische planeconomie tot een markteconomie. De Sovjetsteun die 72 jaar lang geduurd had, droogde op in 1990 toen de democratie ook hier de kop opstak. Subsidies en staatsbedrijven verdwenen en op straat verschenen bedelende kinderen. De herders kijken naar de regering in harde tijden als deze, maar die heeft zelfs geen geld om genoeg voedselvoorraden aan te leggen voor haar onderdanen, laat staan voor het stervend vee. Verschillende ngo's proberen de nood te lenigen, maar de koeien, schapen en geiten blijven sterven. (IPS) |