|
Stembusgang Irak was gelinkt aan voedselverdeling.
Door Dahr Jamail.
BAGDAD, 1 februari 2005 - De stembusgang
in de Iraakse hoofdstad Bagdad was gekoppeld aan de registratie
voor de verdeling van voedselrantsoenen, zo melden getuigen.
Heel wat mensen zijn gaan stemmen uit angst dat ze anders
hun voedselrantsoen zouden verliezen. De Iraakse verkiezingscommissie
(IECI) heeft intussen haar schatting van de opkomst naar
beneden bijgesteld, van 72 naar 60 procent.
"Ik ging naar het kiesbureau en moest
mijn naam en district opgeven", zo vertelt de 32-jarige
journaliste Wassif Hamsa. "Daarna werd ik doorverwezen
naar de persoon die mijn maandelijks voedselrantsoen verdeelt.
Twee ingenieurstudenten melden gelijkaardige
ervaringen. "De man die in mijn district het voedsel
verdeelt noteerde mijn naam en die van mijn familieleden
die gingen stemmen. Dan pas kreeg ik de kieslijst en mocht
ik mijn stem uitbrengen, zegt de 23-jarige Mohammed
Ra'ad. De 21-jarige Saeed Jodhet kreeg van zijn voedseldistributeur
te horen dat hij en zijn familie geen rantsoenen meer zou
krijgen wanneer ze niet zouden gaan stemmen.
In de aanloop van de verkiezingen melden
heel wat Iraki's dat ze zich moesten registreren als kiezer
wanneer ze hun voedselhulp gingen oppikken. Zo verging het
ook de 52-jarige garagehouder Amin Hajar, die een document
moest ondertekenen dat hij zich als kiezer had laten registreren.
Uit angst dat de overheid hem later als niet-stemmer zou
kunnen ontmaskeren, bracht ook hij zijn stem uit.
De Onafhankelijke Kiescommissie voor Irak
heef intussen haar schatting van de opkomst naar onderen
gecorrigeerd. Woordvoerder Farid Ayar gaf toe dat het aanvankelijke
cijfer van 72 procent slechts een "ruwe schatting"
was, gebaseerd op "van horen zeggen en informatie op
het terrein". Dat belette de Amerikaanse regering niet
om met de 72 procent uit te pakken. De Kiescommissie houdt
het nu op 60 procent, en waarschuwt dat exacte cijfers pas
mogelijk zijn wanneer alle stemmen zijn geteld.
Al bij al kwamen meer kiezers opdagen
dan algemeen verwacht. In het Koerdische noorden van Irak
trok de bevolking naar de stembus om haar aanspraak op verregaande
autonomie of zelfs onafhankelijkheid duidelijk te maken.
De sjiitische meerderheid in het zuiden van Irak ging stemmen
om meer invloed te krijgen in het 275-koppige parlement.
Bij de soennieten, vroeger aan de macht maar nu numeriek
sterk in de minderheid, was de opkomst erg laag.
IRAK:
Amerikaanse autoriteit maakte negen miljard kwijt in Irak
Emad Mekay
WASHINGTON, 1 februari (IPS) - De Amerikaanse
autoriteit in Bagdad heeft bijna negen miljard dollar kwijtgemaakt.
Het geld was verdeeld over verschillende ministeries, maar
het is niet duidelijk wat er mee is gebeurd. Dat blijkt
uit een zondag verschenen rapport van de Amerikaanse Speciale
Inspecteur-generaal voor de Wederopbouw in Irak.
Volgens het rapport heeft de door Amerika
bestuurde tijdelijke autoriteit (CPA), die nu is opgeheven,
slecht gecontroleerd hoe het geld is besteed. Dat gebrek
aan controle heeft de deur opengezet voor wijdverbreide
corruptie, inclusief het betalen van 'spookwerknemers'.
Tussen begin 2003 en de zomer van 2004,
verdween 8,8 miljard dollar. De Amerikaanse autoriteit werd
in juli in fasen opgeheven, om ruimte te maken voor de Iraakse
interim-regering. Die zal later dit jaar worden vervangen
door een gekozen regering.
De in januari 2004 benoemde inspecteur,
Stuart Bowen Jr., erkent in het rapport dat besturen onder
oorlogsomstandigheden moeilijk is, maar volgens hem is bij
de besteding en controle van het nationale budget in Irak
sprake geweest van "ernstige ondoelmatigheid en slecht
management." De inspecteur-generaal rapporteert direct
aan de Amerikaanse ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie.
Het ministerie van Defensie en de voormalige
CPA-bestuurder Paul Bremer betwisten de conclusies. In een
verklaring die in het rapport is opgenomen, zegt Bremer
dat Bowen niet voldoende oog heeft gehad voor de moeilijke
omstandigheden waaronder de CPA moest functioneren. Het
rapport bevat volgens hem "veel misvattingen en onnauwkeurigheden",
en zou voorbijgaan aan verschillende pogingen van de CPA
om het financiële management te verbeteren.
Een van de voorbeelden in het rapport
die op slecht management wijzen, is de uitbetaling van 74.000
beveiligingsagenten terwijl het werkelijke aantal agenten
niet gecontroleerd werd. Volgens het rapport stonden in
één geval 8.206 agenten op de loonlijst, terwijl
er maar 642 aan het werk waren.
Het is niet de eerste keer dat het financiële
management in Irak onder vuur ligt. In juni vorig jaar meldde
de Britse hulporganisatie Christian Aid de verdwijning van
minimaal twintig miljard dollar. Het zou gaan om olieopbrengsten
en andere middelen bedoeld voor de wederopbouw van Irak.
Het geld verdween uit banken die beheerd werden door de
CPA.
Iraq Revenu Watch, een groepering die
gefinancierd wordt door investeerder George Soros, zei vorig
jaar dat het Amerikaanse interim-bestuur vlak voor zijn
opheffing miljarden dollars heeft toegezegd aan "slecht
doordachte projecten." Een resolutie van de Veiligheidsraad
die op 8 juni werd aangenomen, dwong de Iraakse interim-regering
om alle lopende verplichtingen over te nemen.
De CPA heeft Irak volgens Iraq Revenue
Watch opgezadeld met een erfenis van honderden Amerikaanse
"experts en adviseurs" die over alle 29 ministeries
en andere overheidsinstellingen verspreid zijn. Die adviseurs
zouden grote invloed hebben op de besluiten en bestedingen.
In eerste instantie had Washington de
meest lucratieve contracten in Irak gereserveerd voor een
select groepje Amerikaanse bedrijven. Dat voedde kritiek
dat de regering van George W. Bush enkele bedrijven wilde
bevoordelen, terwijl andere bedrijven misschien wel beter
en goedkoper werk konden leveren. Na een regen van klachten
konden ook bedrijven uit andere landen inschrijven op contracten,
maar veel van die bedrijven klagen nog steeds over oneerlijke
concurrentie door de Amerikanen.
Halliburton, het Amerikaanse bedrijf dat
voor 8,2 miljard aan contracten binnensleepte, wordt ervan
beschuldigd veel te veel te rekenen voor de geleverde diensten.
Halliburton regelt onder meer onderdak, voedsel, wasfaciliteiten
en internetverbindingen voor Amerikaanse militairen in Irak.
Dick Cheney, de huidige Amerikaanse vice-president, leidde
Halliburton tussen 1995 en 2000.
|