Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
VCP.nu

HOME

Herdenking Februaristaking 1941:
Zonder communisten was er geen Februaristaking geweest.
"Ik heb veel mazzel gehad, maar ik zou het zo weer doen", Dries Dijkstra (oud-Februaristaker)

Door Bert Bakkenes en Hein van Kasbergen.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn er voortdurend pogingen geweest om de rol van de communisten en de CPN in het verzet te negeren en te ontkennen. Niet alleen tijdens de herdenking van de Februaristaking is dit zichtbaar, maar ook tijdens de Hannie Schaftherdenking in Haarlem.

Het is allemaal prima om individuele communisten naar voren te halen als verzetshelden als het woord communisme maar niet valt. Ook mag er niet worden gesproken over de leidende rol van de CPN in bijvoorbeeld de Februaristaking. Natuurlijk kunnen onderzoekers en wetenschappers die rol niet ontkennen, maar in de media geeft men een beeld alsof de staking vanzelf is ontstaan. Alsof er niets georganiseerd was.

Zelfs in de herdenkingskrant van het Comité Herdenking Februaristaking 1941 wordt er met geen woord gesproken over de rol van de communisten in de staking. Veel artikelen over herdenkingen en mensenrechten, maar de geschiedenis van de staking komt niet aan bod. Waarschijnlijk zal het comité zeggen dat de geschiedenis overal bekend is en dus niet steeds herhaald hoeft te worden. Alsof er geen jonge generaties ontstaan die geen grootouders meer hebben die de staking hebben meegemaakt.

Alsof het verleden er niet toe doet. Een herdenking van een unieke daad van verzet kan alleen dan in leven worden gehouden als de geschiedenis van die daad steeds opnieuw wordt belicht, en eerlijk wordt belicht. De rol van de communisten in de Februaristaking ontkennen is de staking zelf ontkennen, en dat komt gevaarlijk dicht bij geschiedvervalsing.

Om de staking en alles wat er omheen gebeurde opnieuw in zijn ware toedracht te belichten, spraken wij met Dries Dijkstra uit Apeldoorn. Dries Dijkstra, communist en oud-Februaristaker, werd 76 jaar geleden in Friesland geboren. Dries: "Mijn ouders waren geen communisten. Mijn vader was handarbeider en een aanhanger van de SDAP. Als er gestaakt moest worden was hij altijd één van de eerste. Maar naar buiten toe liep hij niet met zijn politieke opvattingen te koop."

In 1937 trok de familie Dijkstra naar Amsterdam en kwam te wonen op Kattenburg. "Mijn vader zat vaak in de werkverschaffing of werkte bij boeren. Meestal moest hij genoegen nemen met 12 of 13 gulden in de week. We gingen naar Amsterdam omdat mijn ouders iets beters wilden voor de kinderen." Dries ging op zoek naar werk en kwam terecht in de dameshoedenfabriek van de Gebr. van Duin. "Het was een joods bedrijf en de meeste mensen die er werkten waren joodse mensen. Daar keek toen niemand naar. Pas toen Hitler kwam werd erop gelet. Ik had het er goed naar mijn zin en mijn eerste vriendin, Sara, was joods. Later in de bezetting hebben ze haar weggevoerd, en ik moet haar nog terugzien."

"Ik werkte samen met een communist uit Wittenburg en hij vertelde me veel over de politiek. Later leerde ik Henk van de Meer kennen via zijn dochter Greta. De hele familie was communist en lid van de CPN. We leerden elkaar vertrouwen en ik deed al gauw wat dingen voor de partij. Ik had toen niet veel verstand van politiek maar ik wilde wel helpen, en ik accepteerde de leiding van de CPN. Begin 1941 waren er vaak vechtpartijen tussen de Amsterdamse arbeiders en de WA, de weerafdeling van de NSB. Ook ik was daarbij betrokken."

De veldslagen tussen de WA en de knokploegen van jonge Amsterdammers, joden en niet-joden, bereikten een hoogtepunt op 11 februari toen tijdens een grote vechtpartij op het Waterlooplein de WA'er Koot zo'n pak slaag kreeg dat hij later in het ziekenhuis overleed. Dries: "Ik was erbij tijdens de vechtpartij, maar ik heb het incident met Koot niet gezien. Als represaille kwamen toen de razzia's waarbij 425 joodse mannen werden opgepakt. De mannen werden zo mishandeld dat heel Amsterdam woedend was. De leiding van de CPN heeft toen tot staken opgeroepen."

Dries Dijkstra was op maandag 24 februari op de Noordermarkt toen de Amsterdamse CPN-leiding de honderden mensen op het plein toesprak en op de staking voorbereidde. Eén van de sprekers was Klaas Huberts, de vader van de vrouw waarmee Dries later zou trouwen. "Het was een bijzondere bijeenkomst. Zelfs Jaap Brandenburg was er."

De mensen op het plein, meest gemeentewerkers, hadden de parolen ontvangen. De volgende dag moest Amsterdam plat. Tegen de jodenvervolging en de terreur van de nazi's. De oproep kreeg overal gevolg in de vroege uren van 25 februari. Dries: "Bij ons op de hoedenfabriek waren de mensen bang en wilden eigenlijk niet staken. Maar ik heb met een emmer water de grote kachel uitgemaakt en toen was er geen stoom meer om hoeden te maken. Iedereen was er toen doorheen en de fabriek ging plat."

De Amsterdamse arbeiders volgden bijna overal de leiding van de CPN. "Je kende elkaar niet eens, maar toch werkte je samen. We gingen met de pont over het IJ naar Amsterdam-Noord om de fabrieken en de werven aan het staken te krijgen. Toen de eersten naar buiten kwamen bij de NDSM en ADM was de stroom niet meer te houden. Het was een geweldig gezicht. Ik deelde het beroemde Staakt!, Staakt! Staakt! - manifest uit en natuurlijk werkten we overal met de illegale Waarheid."

Die middag was er weer een bijeenkomst op de Noordermarkt. Dries: "Bijna heel Amsterdam was daar aanwezig, duizenden mensen. Plotseling hoorden we sirenes, de vergadering werd uit elkaar geslagen door de Grüne Polizei. Maar dit was de Jordaan, de deuren stonden open en iedereen kreeg een schuilplaats. Toen de Duitsers weg waren kwam iedereen weer tevoorschijn. Maar er werd niet meer gesproken, het was te gevaarlijk."

De tweede dag van de staking begon erg rustig. Er werd nu ook gestaakt in Utrecht, Hilversum, Kennemerland en de Zaanstreek. Maar de spanning begon in Amsterdam te stijgen. "Er kwamen veel Duitsers en vooral SS'ers op straat. Daar hadden we rekening mee gehouden. Er werd geschoten en er waren vechtpartijen. Er is ook een aantal doden gevallen. Uiteindelijk was dit het einde van de staking."

Ondanks dat de staking afgelopen was zaten de communisten niet stil. Dries: "We gingen er steeds op uit om te verspreiden en kranten uit te delen. Ik hielp ook joodse vrouwen uit de afgesloten Jodenhoek. Die konden daarna onderduiken. Ik heb er ongeveer tien kunnen redden. Eigenlijk was ik heel brutaal en op een keer ging het mis. Ik werd gepakt in de Jodenbreestraat met een aantal kranten en meegenomen naar het Koloniaal Instituut wat nu het Tropenmuseum is. Ze wilden namen en adressen, maar ik hield me oerstom. Ik zei dat ik de kranten van mensen op straat kreeg en gewoon een handje hielp met uitdelen. Uiteindelijk mocht ik gaan omdat ik er erg Hollands uitzag." Hij moest wel beloven het niet weer te doen, want bij een tweede keer zou het raak zijn.
"Ik wist dat ik niet naar huis of naar een kameraad kon gaan. De kans was groot dat ik gevolgd werd. Ik ben maar naar de kroeg gegaan, dan kom je altijd wel een bekende tegen. Zo heb ik doorgegeven wat er was gebeurd."

Dries was al snel weer voor de partij aan de gang en er volgde een tweede arrestatie. "Deze keer werd ik naar Berlijn gestuurd; eerst naar de Alexanderplatz en later naar de gevangenis in de Oranienburgerstrasse. Hier kreeg ik meer dan een jaar eenzame opsluiting. Dat was een verschrikking." Uiteindelijk werd Dries overgebracht naar een werkkamp boven Berlijn. Hij wist te ontsnappen met een Poolse gevangene en ze trokken eerst naar Polen en later naar de Oekraïne.

"We werden opgepakt door Russen en mijn Poolse vriend sprak gelukkig vloeiend Russisch. Na 10 dagen verhoren in een bunker kwamen we als arbeiders bij de partizanen terecht. We deden alleen ondersteunend werk zoals houthakken. Pas op Duits grondgebied kregen we wapens om ons te verdedigen. Het was een goeie tijd, de partizanen waren echte kameraden."

Dries maakte het einde van de oorlog in Berlijn mee, "op Duitse laarzen, in een Russische broek en een jas die nog weer ergens anders vandaan kwam, en met het geweer over de schouder", en was getuige toen de Sovjetvlag werd gehesen. Op de vraag hoe hij er nu tegen aankijkt komt al snel het antwoord: "Ik heb veel mazzel gehad, maar ik zou het allemaal zo weer doen. Ik ben in 1946 lid geworden van de CPN, vooral door de strijdvaardigheid van de communisten die ik in de oorlog had meegemaakt. De enige redding voor de mensheid is een socialistische wereld. Kijk maar wat er onder het kapitalisme met, bijvoorbeeld, het milieu gebeurt. Dat kan zo niet doorgaan, want zonder de natuur kunnen we niet leven. Ik ga er nog steeds vanuit dat een wereld van vrede alleen een socialistische wereld kan zijn."

Stance Dijkstra-Huberts, de vrouw van Dries, komt uit een communistisch nest. Haar vader, Klaas Huberts, was lid van de Amsterdamse CPN en verantwoordelijk voor de verspreiding van De Waarheid. Ook speelde hij een vooraanstaande rol in de Februaristaking.

"Mijn vader was altijd voor de partij op pad, en zelfs als klein meisje ging ik vaak mee. Later werd ik lid van de Communistische Jeugd Bond. Dat was een mooie tijd. We maakte lange wandel- en propagandatochten. Aan dit alles kwam een einde met de mobilisatie van 1939. Veel van onze jongens werden opgeroepen en het werd allemaal veel moeilijker."

Stance, leerling verpleegkundige in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, was getuige van één van de razzia's die tot de Februaristaking hebben geleid: "Ik heb de razzia op zondagmorgen gezien, en de joodse mannen die tegen de muur van de synagoge moesten staan. Toen we thuiskwamen ging mijn vader meteen op pad en hij kwam pas de volgende dag terug. Ze zijn toen bezig geweest met het organiseren van de staking. Mijn vader heeft nooit gezegd hoe het allemaal precies in z'n werk ging. Hij zei altijd: 'misschien moeten we het nog eens doen, dus het moet geheim blijven.'"

Het huis van de familie Huberts werd gebruikt om kranten te verstoppen en wapens in elkaar te zetten. Ondanks huiszoekingen werd er nooit iets gevonden.

Klaas Huberts, die bij de tram werkte, had papieren die het mogelijk maakten om ook in de nachtelijke uren op pad te zijn. Daardoor kon hij zich vrij bewegen. Stance: "Uiteindelijk heeft de politiek mijn vader wel zijn baan gekost. Na de oorlog werd hij, na 45 dienstjaren, ontslagen toen alle communisten die ambtenaar waren de straat op geschopt werden." Het duurde vele jaren voordat de ontslagen ambtenaren werden gerehabiliteerd. "Mijn vader is bijna 100 geworden en heeft al het achterstallige salaris met rente teruggekregen."

Tijdens de oorlog was Stance ook Rode Kruisvrijwilligster. "Dat gaf me de mogelijkheid joodse kinderen uit de Hollandse Schouwburg te halen en naar de crèche aan de overkant te brengen. De kinderen, meestal baby's, konden zo onderduiken. Het ging een week goed, toen kregen ze het in de gaten. Maar we hebben toch een aantal levens gered."

Wat ging er aan de staking vooraf?

Als het verhaal van de Februaristaking van 1941 wordt verteld, wordt vaak vergeten dat er aan de beroemde staking een herfst van onrust en stakingen voorafging. De arbeiders in de werkverschaffing gingen een aantal keren met succes in staking tegen verlenging van de uren en voor extra steunuitkeringen. Metaalarbeiders weigerden naar Duitsland te gaan, en studenten in Leiden en Delft gingen in staking toen joodse hoogleraren werden ontslagen. De straten van Amsterdam werden beheerst door demonstraties en protesten.

Maar begin 1941 werd de situatie steeds grimmiger, vooral in de hoofdstad. De WA, de weerafdeling van de NSB, had opdracht gekregen om de straat te veroveren en de bevolking te intimideren. De zwarte horden gingen caféhouders en andere horecagelegenheden dwingen bordjes met "Voor joden verboden" of "Joden niet gewenst" op te hangen. Als dit werd geweigerd werd de zaak kort en klein geslagen.

Om een beeld te geven van hoe het straatbeeld er in die tijd uitzag pikken we er één dag uit: zondag 9 februari.
Op die dag waren er weer WA-marsen door de volksbuurten van Amsterdam. Overal braken vechtpartijen uit omdat de Amsterdamse arbeiders, aangevoerd door communisten, de provocaties niet pikten.

De WA verzamelde op de Dam en werd toen de binnenstad ingestuurd om die voor de 'beweging te veroveren'. Eerst werd een groot restaurant aangevallen en daarna werd het café-cabaret Alcazar op het Thorbeckeplein bestormd. Hier werd echter teruggeslagen door de klanten en voorbijgangers. Er ontstond een massale veldslag die op straat werd voortgezet, van Rembrandtplein naar de Munt en verder naar de Kalverstraat. De menigte werd door politie en marechaussee, die de kant van de WA kozen, uiteengedreven. Maar de Amsterdammers kwamen beter bewapend terug en er ontstond een nieuw handgemeen op het Rembrandtplein.

In de avonduren verplaatste de strijd zich naar het Waterlooplein en de omliggende straten van de Jodenhoek. De fascisten, waaronder vrouwelijke leden van de Jeugdstorm met bijlen, vielen joodse winkels aan. Ramen werden ingeslagen, karren met handelswaar omgegooid en vernield en mensen werden afgetuigd. Er werd op ramen geschoten en deuren werden ingetrapt. Uiteindelijk werd een ontspanningsgelegenheid genaamd Huize Bob, waar joodse en nietjoodse jongeren een dansavond hielden, door de fascisten aangevallen. Opnieuw ontstond een massale vechtpartij waarbij door de WA met revolvers werd geschoten. Het hele gebouw werd vernield.

Voor de Amsterdamse arbeidersklasse was de maat vol. Er werden knokploegen gevormd die het tegen de fascisten gingen opnemen om de buurten te verdedigen. De leiding van de illegale CPN riep de arbeiders op om een daad te stellen. Tegen de aanvallen op de jodenbuurten, de terreur en de verslechteringen. De voorbereidingen voor de Februaristaking waren in volle gang.

De nasleep van de staking.

Na het neerslaan van de Februaristaking namen de nazi's bloedig wraak op de arbeiders die het hadden gewaagd te staken tegen de Duitse terreur. Honderden mensen, gemeenteambtenaren, joden, communisten, sociaaldemocraten en iedere staker die de Duitsers in handen was gevallen werden op 28 februari opgesloten in het Lloyd Hotel aan de Handelskade. Veel van de stakers werden zwaar mishandeld door zowel Duitse als Nederlandse fascisten.

In twee maanden tijd werden 22 leidende communisten en negentig kaderleden opgepakt. Op 6 maart werd de eerste communist, Leen Schijveschuurder, gefusilleerd voor zijn activiteiten tijdens de staking. Drie communisten, E. Hellendoorn, H. Coenradi en J. Eyl werden op 13 maart gefusilleerd, samen met vijftien leden van de 'Geuzen'-verzetsgroep die reeds voor de staking waren opgepakt. Vier andere communisten die bij de staking waren betrokken, A. van Waert, B. Hotting, J. van Weezel en J. Heemskerk, overleden in concentratiekampen.

Een aantal andere communistische stakers waaronder Willem Kraan, die samen met Piet Nak een grote rol had gespeeld in de staking, was onder de 33 mensen die op 19 november 1942 op de vliegbasis Soesterberg door de Duitsers werden gefusilleerd.

De steden waar was gestaakt kregen NSB-burgemeesters en hoge boetes. Maar ondanks al deze maatregelen, is de Februaristaking de gehele oorlog en tot aan de dag van vandaag een bron van inspiratie gebleven.

Bronnen: Dries en Stance Dijkstra, Apeldoorn; De Februaristaking, B.A. Sijes; Staakt! Staakt! Staakt!, Gerard Maas; Bericht van de Tweede Wereldoorlog 20 Februaristaking. (Manifest februari 1999)


ARCHIEF