Herdenking Februaristaking 1941:
Zonder communisten was er geen Februaristaking
geweest.
"Ik heb veel mazzel gehad, maar
ik zou het zo weer doen", Dries Dijkstra (oud-Februaristaker)
Door Bert Bakkenes en Hein van Kasbergen.
Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog
zijn er voortdurend pogingen geweest om de rol van de communisten
en de CPN in het verzet te negeren en te ontkennen. Niet
alleen tijdens de herdenking van de Februaristaking is dit
zichtbaar, maar ook tijdens de Hannie Schaftherdenking in
Haarlem.
Het is allemaal prima om individuele communisten
naar voren te halen als verzetshelden als het woord communisme
maar niet valt. Ook mag er niet worden gesproken over de
leidende rol van de CPN in bijvoorbeeld de Februaristaking.
Natuurlijk kunnen onderzoekers en wetenschappers die rol
niet ontkennen, maar in de media geeft men een beeld alsof
de staking vanzelf is ontstaan. Alsof er niets georganiseerd
was.
Zelfs in de herdenkingskrant van het Comité
Herdenking Februaristaking 1941 wordt er met geen woord
gesproken over de rol van de communisten in de staking.
Veel artikelen over herdenkingen en mensenrechten, maar
de geschiedenis van de staking komt niet aan bod. Waarschijnlijk
zal het comité zeggen dat de geschiedenis overal
bekend is en dus niet steeds herhaald hoeft te worden. Alsof
er geen jonge generaties ontstaan die geen grootouders meer
hebben die de staking hebben meegemaakt.
Alsof het verleden er niet toe doet. Een
herdenking van een unieke daad van verzet kan alleen dan
in leven worden gehouden als de geschiedenis van die daad
steeds opnieuw wordt belicht, en eerlijk wordt belicht.
De rol van de communisten in de Februaristaking ontkennen
is de staking zelf ontkennen, en dat komt gevaarlijk dicht
bij geschiedvervalsing.
Om de staking en alles wat er omheen gebeurde
opnieuw in zijn ware toedracht te belichten, spraken wij
met Dries Dijkstra uit Apeldoorn. Dries Dijkstra, communist
en oud-Februaristaker, werd 76 jaar geleden in Friesland
geboren. Dries: "Mijn ouders waren geen communisten.
Mijn vader was handarbeider en een aanhanger van de SDAP.
Als er gestaakt moest worden was hij altijd één
van de eerste. Maar naar buiten toe liep hij niet met zijn
politieke opvattingen te koop."
In 1937 trok de familie Dijkstra naar
Amsterdam en kwam te wonen op Kattenburg. "Mijn vader
zat vaak in de werkverschaffing of werkte bij boeren. Meestal
moest hij genoegen nemen met 12 of 13 gulden in de week.
We gingen naar Amsterdam omdat mijn ouders iets beters wilden
voor de kinderen." Dries ging op zoek naar werk en
kwam terecht in de dameshoedenfabriek van de Gebr. van Duin.
"Het was een joods bedrijf en de meeste mensen die
er werkten waren joodse mensen. Daar keek toen niemand naar.
Pas toen Hitler kwam werd erop gelet. Ik had het er goed
naar mijn zin en mijn eerste vriendin, Sara, was joods.
Later in de bezetting hebben ze haar weggevoerd, en ik moet
haar nog terugzien."
"Ik werkte samen met een communist
uit Wittenburg en hij vertelde me veel over de politiek.
Later leerde ik Henk van de Meer kennen via zijn dochter
Greta. De hele familie was communist en lid van de CPN.
We leerden elkaar vertrouwen en ik deed al gauw wat dingen
voor de partij. Ik had toen niet veel verstand van politiek
maar ik wilde wel helpen, en ik accepteerde de leiding van
de CPN. Begin 1941 waren er vaak vechtpartijen tussen de
Amsterdamse arbeiders en de WA, de weerafdeling van de NSB.
Ook ik was daarbij betrokken."
De veldslagen tussen de WA en de knokploegen
van jonge Amsterdammers, joden en niet-joden, bereikten
een hoogtepunt op 11 februari toen tijdens een grote vechtpartij
op het Waterlooplein de WA'er Koot zo'n pak slaag kreeg
dat hij later in het ziekenhuis overleed. Dries: "Ik
was erbij tijdens de vechtpartij, maar ik heb het incident
met Koot niet gezien. Als represaille kwamen toen de razzia's
waarbij 425 joodse mannen werden opgepakt. De mannen werden
zo mishandeld dat heel Amsterdam woedend was. De leiding
van de CPN heeft toen tot staken opgeroepen."
Dries Dijkstra was op maandag 24 februari
op de Noordermarkt toen de Amsterdamse CPN-leiding de honderden
mensen op het plein toesprak en op de staking voorbereidde.
Eén van de sprekers was Klaas Huberts, de vader van
de vrouw waarmee Dries later zou trouwen. "Het was
een bijzondere bijeenkomst. Zelfs Jaap Brandenburg was er."
De mensen op het plein, meest gemeentewerkers,
hadden de parolen ontvangen. De volgende dag moest Amsterdam
plat. Tegen de jodenvervolging en de terreur van de nazi's.
De oproep kreeg overal gevolg in de vroege uren van 25 februari.
Dries: "Bij ons op de hoedenfabriek waren de mensen
bang en wilden eigenlijk niet staken. Maar ik heb met een
emmer water de grote kachel uitgemaakt en toen was er geen
stoom meer om hoeden te maken. Iedereen was er toen doorheen
en de fabriek ging plat."
De Amsterdamse arbeiders volgden bijna
overal de leiding van de CPN. "Je kende elkaar niet
eens, maar toch werkte je samen. We gingen met de pont over
het IJ naar Amsterdam-Noord om de fabrieken en de werven
aan het staken te krijgen. Toen de eersten naar buiten kwamen
bij de NDSM en ADM was de stroom niet meer te houden. Het
was een geweldig gezicht. Ik deelde het beroemde Staakt!,
Staakt! Staakt! - manifest uit en natuurlijk werkten we
overal met de illegale Waarheid."
Die middag was er weer een bijeenkomst
op de Noordermarkt. Dries: "Bijna heel Amsterdam was
daar aanwezig, duizenden mensen. Plotseling hoorden we sirenes,
de vergadering werd uit elkaar geslagen door de Grüne
Polizei. Maar dit was de Jordaan, de deuren stonden open
en iedereen kreeg een schuilplaats. Toen de Duitsers weg
waren kwam iedereen weer tevoorschijn. Maar er werd niet
meer gesproken, het was te gevaarlijk."
De tweede dag van de staking begon erg
rustig. Er werd nu ook gestaakt in Utrecht, Hilversum, Kennemerland
en de Zaanstreek. Maar de spanning begon in Amsterdam te
stijgen. "Er kwamen veel Duitsers en vooral SS'ers
op straat. Daar hadden we rekening mee gehouden. Er werd
geschoten en er waren vechtpartijen. Er is ook een aantal
doden gevallen. Uiteindelijk was dit het einde van de staking."
Ondanks dat de staking afgelopen was zaten
de communisten niet stil. Dries: "We gingen er steeds
op uit om te verspreiden en kranten uit te delen. Ik hielp
ook joodse vrouwen uit de afgesloten Jodenhoek. Die konden
daarna onderduiken. Ik heb er ongeveer tien kunnen redden.
Eigenlijk was ik heel brutaal en op een keer ging het mis.
Ik werd gepakt in de Jodenbreestraat met een aantal kranten
en meegenomen naar het Koloniaal Instituut wat nu het Tropenmuseum
is. Ze wilden namen en adressen, maar ik hield me oerstom.
Ik zei dat ik de kranten van mensen op straat kreeg en gewoon
een handje hielp met uitdelen. Uiteindelijk mocht ik gaan
omdat ik er erg Hollands uitzag." Hij moest wel beloven
het niet weer te doen, want bij een tweede keer zou het
raak zijn.
"Ik wist dat ik niet naar huis of naar een kameraad
kon gaan. De kans was groot dat ik gevolgd werd. Ik ben
maar naar de kroeg gegaan, dan kom je altijd wel een bekende
tegen. Zo heb ik doorgegeven wat er was gebeurd."
Dries was al snel weer voor de partij
aan de gang en er volgde een tweede arrestatie. "Deze
keer werd ik naar Berlijn gestuurd; eerst naar de Alexanderplatz
en later naar de gevangenis in de Oranienburgerstrasse.
Hier kreeg ik meer dan een jaar eenzame opsluiting. Dat
was een verschrikking." Uiteindelijk werd Dries overgebracht
naar een werkkamp boven Berlijn. Hij wist te ontsnappen
met een Poolse gevangene en ze trokken eerst naar Polen
en later naar de Oekraïne.
"We werden opgepakt door Russen en
mijn Poolse vriend sprak gelukkig vloeiend Russisch. Na
10 dagen verhoren in een bunker kwamen we als arbeiders
bij de partizanen terecht. We deden alleen ondersteunend
werk zoals houthakken. Pas op Duits grondgebied kregen we
wapens om ons te verdedigen. Het was een goeie tijd, de
partizanen waren echte kameraden."
Dries maakte het einde van de oorlog in
Berlijn mee, "op Duitse laarzen, in een Russische broek
en een jas die nog weer ergens anders vandaan kwam, en met
het geweer over de schouder", en was getuige toen de
Sovjetvlag werd gehesen. Op de vraag hoe hij er nu tegen
aankijkt komt al snel het antwoord: "Ik heb veel mazzel
gehad, maar ik zou het allemaal zo weer doen. Ik ben in
1946 lid geworden van de CPN, vooral door de strijdvaardigheid
van de communisten die ik in de oorlog had meegemaakt. De
enige redding voor de mensheid is een socialistische wereld.
Kijk maar wat er onder het kapitalisme met, bijvoorbeeld,
het milieu gebeurt. Dat kan zo niet doorgaan, want zonder
de natuur kunnen we niet leven. Ik ga er nog steeds vanuit
dat een wereld van vrede alleen een socialistische wereld
kan zijn."
Stance Dijkstra-Huberts, de vrouw van
Dries, komt uit een communistisch nest. Haar vader, Klaas
Huberts, was lid van de Amsterdamse CPN en verantwoordelijk
voor de verspreiding van De Waarheid. Ook speelde hij een
vooraanstaande rol in de Februaristaking.
"Mijn vader was altijd voor de partij
op pad, en zelfs als klein meisje ging ik vaak mee. Later
werd ik lid van de Communistische Jeugd Bond. Dat was een
mooie tijd. We maakte lange wandel- en propagandatochten.
Aan dit alles kwam een einde met de mobilisatie van 1939.
Veel van onze jongens werden opgeroepen en het werd allemaal
veel moeilijker."
Stance, leerling verpleegkundige in het
Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, was getuige van één
van de razzia's die tot de Februaristaking hebben geleid:
"Ik heb de razzia op zondagmorgen gezien, en de joodse
mannen die tegen de muur van de synagoge moesten staan.
Toen we thuiskwamen ging mijn vader meteen op pad en hij
kwam pas de volgende dag terug. Ze zijn toen bezig geweest
met het organiseren van de staking. Mijn vader heeft nooit
gezegd hoe het allemaal precies in z'n werk ging. Hij zei
altijd: 'misschien moeten we het nog eens doen, dus het
moet geheim blijven.'"
Het huis van de familie Huberts werd gebruikt
om kranten te verstoppen en wapens in elkaar te zetten.
Ondanks huiszoekingen werd er nooit iets gevonden.
Klaas Huberts, die bij de tram werkte,
had papieren die het mogelijk maakten om ook in de nachtelijke
uren op pad te zijn. Daardoor kon hij zich vrij bewegen.
Stance: "Uiteindelijk heeft de politiek mijn vader
wel zijn baan gekost. Na de oorlog werd hij, na 45 dienstjaren,
ontslagen toen alle communisten die ambtenaar waren de straat
op geschopt werden." Het duurde vele jaren voordat
de ontslagen ambtenaren werden gerehabiliteerd. "Mijn
vader is bijna 100 geworden en heeft al het achterstallige
salaris met rente teruggekregen."
Tijdens de oorlog was Stance ook
Rode Kruisvrijwilligster. "Dat gaf me de mogelijkheid
joodse kinderen uit de Hollandse Schouwburg te halen en
naar de crèche aan de overkant te brengen. De kinderen,
meestal baby's, konden zo onderduiken. Het ging een week
goed, toen kregen ze het in de gaten. Maar we hebben toch
een aantal levens gered."
Wat ging er aan de staking vooraf?
Als het verhaal van de Februaristaking
van 1941 wordt verteld, wordt vaak vergeten dat er aan de
beroemde staking een herfst van onrust en stakingen voorafging.
De arbeiders in de werkverschaffing gingen een aantal keren
met succes in staking tegen verlenging van de uren en voor
extra steunuitkeringen. Metaalarbeiders weigerden naar Duitsland
te gaan, en studenten in Leiden en Delft gingen in staking
toen joodse hoogleraren werden ontslagen. De straten van
Amsterdam werden beheerst door demonstraties en protesten.
Maar begin 1941 werd de situatie steeds
grimmiger, vooral in de hoofdstad. De WA, de weerafdeling
van de NSB, had opdracht gekregen om de straat te veroveren
en de bevolking te intimideren. De zwarte horden gingen
caféhouders en andere horecagelegenheden dwingen
bordjes met "Voor joden verboden" of "Joden
niet gewenst" op te hangen. Als dit werd geweigerd
werd de zaak kort en klein geslagen.
Om een beeld te geven van hoe het straatbeeld
er in die tijd uitzag pikken we er één dag
uit: zondag 9 februari.
Op die dag waren er weer WA-marsen door de volksbuurten
van Amsterdam. Overal braken vechtpartijen uit omdat de
Amsterdamse arbeiders, aangevoerd door communisten, de provocaties
niet pikten.
De WA verzamelde op de Dam en werd toen
de binnenstad ingestuurd om die voor de 'beweging te veroveren'.
Eerst werd een groot restaurant aangevallen en daarna werd
het café-cabaret Alcazar op het Thorbeckeplein bestormd.
Hier werd echter teruggeslagen door de klanten en voorbijgangers.
Er ontstond een massale veldslag die op straat werd voortgezet,
van Rembrandtplein naar de Munt en verder naar de Kalverstraat.
De menigte werd door politie en marechaussee, die de kant
van de WA kozen, uiteengedreven. Maar de Amsterdammers kwamen
beter bewapend terug en er ontstond een nieuw handgemeen
op het Rembrandtplein.
In de avonduren verplaatste de strijd
zich naar het Waterlooplein en de omliggende straten van
de Jodenhoek. De fascisten, waaronder vrouwelijke leden
van de Jeugdstorm met bijlen, vielen joodse winkels aan.
Ramen werden ingeslagen, karren met handelswaar omgegooid
en vernield en mensen werden afgetuigd. Er werd op ramen
geschoten en deuren werden ingetrapt. Uiteindelijk werd
een ontspanningsgelegenheid genaamd Huize Bob, waar joodse
en nietjoodse jongeren een dansavond hielden, door de fascisten
aangevallen. Opnieuw ontstond een massale vechtpartij waarbij
door de WA met revolvers werd geschoten. Het hele gebouw
werd vernield.
Voor de Amsterdamse arbeidersklasse was
de maat vol. Er werden knokploegen gevormd die het tegen
de fascisten gingen opnemen om de buurten te verdedigen.
De leiding van de illegale CPN riep de arbeiders op om een
daad te stellen. Tegen de aanvallen op de jodenbuurten,
de terreur en de verslechteringen. De voorbereidingen voor
de Februaristaking waren in volle gang.
De nasleep van de staking.
Na het neerslaan van de Februaristaking
namen de nazi's bloedig wraak op de arbeiders die het hadden
gewaagd te staken tegen de Duitse terreur. Honderden mensen,
gemeenteambtenaren, joden, communisten, sociaaldemocraten
en iedere staker die de Duitsers in handen was gevallen
werden op 28 februari opgesloten in het Lloyd Hotel aan
de Handelskade. Veel van de stakers werden zwaar mishandeld
door zowel Duitse als Nederlandse fascisten.
In twee maanden tijd werden 22 leidende
communisten en negentig kaderleden opgepakt. Op 6 maart
werd de eerste communist, Leen Schijveschuurder, gefusilleerd
voor zijn activiteiten tijdens de staking. Drie communisten,
E. Hellendoorn, H. Coenradi en J. Eyl werden op 13 maart
gefusilleerd, samen met vijftien leden van de 'Geuzen'-verzetsgroep
die reeds voor de staking waren opgepakt. Vier andere communisten
die bij de staking waren betrokken, A. van Waert, B. Hotting,
J. van Weezel en J. Heemskerk, overleden in concentratiekampen.
Een aantal andere communistische stakers
waaronder Willem Kraan, die samen met Piet Nak een grote
rol had gespeeld in de staking, was onder de 33 mensen die
op 19 november 1942 op de vliegbasis Soesterberg door de
Duitsers werden gefusilleerd.
De steden waar was gestaakt kregen NSB-burgemeesters
en hoge boetes. Maar ondanks al deze maatregelen, is de
Februaristaking de gehele oorlog en tot aan de dag van vandaag
een bron van inspiratie gebleven.
Bronnen: Dries en Stance Dijkstra, Apeldoorn;
De Februaristaking, B.A. Sijes; Staakt! Staakt! Staakt!,
Gerard Maas; Bericht van de Tweede Wereldoorlog 20 Februaristaking.
(Manifest februari 1999)
|