|
'Iraakse overheid liegt over bloedbad
Najaf'
NAJAF, 1 februari 2007 - Iraakse sjiieten
en ooggetuigen van het bloedbad afgelopen zondag bij Najaf,
waarbij meer dan 200 sjiieten omkwamen, zeggen aan IPS dat
het Iraakse leger met steun van de Amerikanen de sjiitische
pelgrims heeft aangevallen. De officiële versie is
dat de doden vielen in een gevecht met een gewapende messiaanse
sekte die het tegen de pelgrims had gemunt.
Ook een correspondent van de Britse krant
The Independent noemde de
officiële versie van de feiten "een verzinsel",
net als diverse commentatoren op de Iraakse blogsite healingiraq.blogspot.com.
Volgens het blog is de leider van de messiaanse sekte, een
religieuze groep die gelooft in de komst van een verlosser,
niet gedood bij de gevechten in tegenstelling tot wat andere
media hebben gemeld.
De enige zekerheid is dat toen de rook
zondag optrok in het dorpje Zarqa er meer dan 200 lijken
lagen. De slachting was het resultaat van een halve dag
van gevechten op de sjiitische hoogdag Ashura nabij de voor
de sjiieten heilige stad Najaf. Een Amerikaanse helikopter
werd neergeschoten en daarbij kwamen twee soldaten om. Ook
25 soldaten van het Iraakse leger kwamen om.
"We stonden op het punt dezelfde
ceremonies als elk jaar uit te voeren, toen we door Iraakse
soldaten werden aangevallen", zegt Jabbar al-Hatami,
een leider van sjiitisch-arabische stam al-Hatami. "We
dachten dat het een van de gebruikelijke vergissingen was
waarbij het Iraakse leger burgers doodt, dus gingen we naar
voor om de soldaten te zeggen dat ze vijf van onze mensen
hadden gedood zonder reden. Maar we werden verrast door
nog meer kogels van de soldaten."
Deze versie van de feiten wordt bevestigd
door een 45-jarige man van een tweede sjiitische Arabische
stam, al-Khazaali, die vraagt naar hem te verwijzen als
Ahmed. "Ons konvooi was dichtbij het konvooi van al-Hatami
toen we de schoten hoorden. We renden om hen te helpen,
omdat hun stam en die van ons nauw verbonden zijn",
zegt Ahmed.
Leden van beide stammen geloven dat de
overheid in Bagdad de aanval uitvoerde om de groeiende eenheid
tussen sjiieten en soennieten in de regio in de kiem te
smoren. "Onze beide stammen zijn ervan overtuigd dat
Iraniërs een sektarische oorlog uitlokken in Irak.
Zo'n oorlog gaat in tegen het geloof van alle moslims. Dus
hebben wij een alliantie aangekondigd met de soennitische
broeders tegen al het sektarisch geweld in het land. Dat
was niet naar de zin van onze door Iran gedomineerde regering",
zegt Ahmed.
"Amerikaanse helikopters namen aan
de slachting deel. Ze waren er snel om zonder aarzelen die
pelgrims te doden, maar ze waren er nooit om Irakezen te
helpen", zegt Jassim Abbas, een boer uit de streek.
De gevechten begonnen op de verbindingsweg van Diwaniya
naar Najaf, en verspreidden zich naar nabij geleden palmplantages
toen de pelgrims daar naartoe vluchtten. "We keken
gewoon toe hoe ze groep na groep vermoord werden terwijl
ze vastzaten in die plantages", zegt Abbas.
Ooggetuigen zeggen dat veel van de doden
vielen door Amerikaanse en Britse oorlogsvliegtuigen.
Voor het bloedbad zeiden plaatselijke
autoriteiten dat een groep van voornamelijk soennitische
strijders met banden met al-Qaeda plannen had om de Ashuraviering
te verstoren. Ze zouden aanvallen voorbereiden tegen sjiitische
pelgrims en hooggeplaatste ayatollahs in Najaf. Het bericht
kwam onder meer van het bureau van de gouverneur van Najaf,
Asaad Abu Khalil, een lid van de pro-Iraanse Hoge Raad voor
Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI).
Overheid spreekt zichzelf tegen
Minister van Binnenlandse Zaken Jawad
al-Bolani meldde zondagochtend om 9 uur aan journalisten
dat Najaf werd aangevallen door al-Qaeda. Onmiddellijk na
die aankondiging zei het ministerie van Nationale Veiligheid
dat de doden leden waren van de extremistische sjiitische
splintergroep Jund al-Sama (Soldaten van de Hemel), die
het gemunt had op hooggeplaatste geestelijken waaronder
de grootayatollah Ali al-Sistani.
De Iraakse nationale veiligheidsadviseur
Muaffaq al-Rubaii zei amper een kwartier na de mededeling
van het ministerie van Nationale Veiligheid dat honderden
Arabische strijders gedood waren en velen opgepakt. Rubaii
beweerde dat er Saudi's, Jemenieten, Egyptenaren en Afghanen
bij waren. Het bureau de gouverneur van Najaf kwam op die
eerdere bewering terug toen de doden plaatselijke sjiieten
bleken te zijn.
Op 31 januari zeiden de meeste functionarissen
dat de doden sjiitische extremisten waren die gesteund werden
door het buitenland.
De twee Arabische sjiitische stammen
al-Hatami en al-Khazaali die tegen IPS getuigden dat ze
werden aangevallen door het Iraakse leger en niet door de
Soldaten van de Hemel, zijn net als vele andere sjiitische
arabieren uit het zuiden gekant tegen de in Iran geboren
ayatollahs. Ze vinden dat het religieuze leiderschap in
de handen van Arabische clerici moet blijven. (IPS,
Dahr Jamail en Ali al-Fadhily)
|