|
Voedselproductie moet nu al inspelen
op klimaatverandering
BROOKLIN, 3 februari 2008 - Volgens deskundigen
moet de wereldgemeenschap nu al inspelen op de enorme gevolgen
van de klimaatverandering voor de voedselproductie in de
wereld. Zoniet kan een vijfde van de wereldbevolking omkomen
van de honger en zullen miljoenen klimaatvluchtelingen hun
streek verlaten en elders op zoek gaan naar voedsel.
Om een dergelijke nachtmerrie te voorkomen,
moet de wereldgemeenschap niet enkel de klimaatverandering
aanpakken, maar er nu al op inspelen op de plaatsen waar
de ergste gevolgen verwacht worden, zegt klimaatonderzoeker
David Lobell in een studie in het wetenschappelijke tijdschrift
Science. In zijn analyse vergeleek
Lobell de resultaten van twintig verschillende klimaatmodellen
bij een stijging van één graad Celsius tegen
2030.
We hebben historische data gebruikt
om te bepalen welke voedselproducerende regios het
meest kwetsbaar zijn voor veranderingen in temperatuur en
neerslag, zegt Lobell, klimaatonderzoeker aan de Universiteit
van Stanford. De armste regios in het zuiden
van Afrika en en Azië zullen het hardst getroffen worden.
Andere kwetsbare regios zijn Midden-Amerika en Brazilië.
In regios zoals Canada en Rusland, zal de klimaatverandering
waarschijnlijk positieve gevolgen hebben, omdat het groeiseizoen
er langer wordt.
Diversificatie
In het zuiden van Afrika, dat nu al met
honger geconfronteerd wordt, kan de maïsproductie met
30 procent en de rijsproductie met 10 procent dalen. De
neerslag en de temperaturen veranderen nu al snel in de
regio, zegt Lobell.
Maïs heeft veel water en een rijke
ondergrond nodig, en is daarom erg kwetsbaar voor een droger
klimaat. Lobell pleit ervoor om maïs daarom te vervangen
door sorghum, een gewas dat veel beter bestand is tegen
droogte, of om maïs vroeger aan te planten en zo de
warmste periode te vermijden. Waar die strategieën
niet volstaan, pleit hij ervoor om nieuwe plantensoorten
te introduceren of de irrigatie uit te breiden.
Er is vooral innovatie nodig in
het beleid, en niet zozeer in technologie, zegt Geoff
Tansey, een auteur en deskundige in voedselbeleid. De
extreme weersomstandigheden hebben nu al een negatieve impact
op de oogst.
Omdat landbouw een lokale activiteit is,
moeten ook de oplossingen lokaal aangereikt worden. Maar
de regios hebben vaak zelf de financiële capaciteiten
of de kennis niet om de verbeteringen in te voeren, terwijl
oplossingen uit het buitenland er weinig succes hebben.
Pogingen om er landbouwmethodes uit Noord-Amerika of Europa
in te voeren hebben grotendeels gefaald.
Tansey, ziet het meeste heil dan
ook in diversificatie. Daarmee bedoelt hij niet enkel diversificatie
van de geteelde soorten, maar ook van informatie en kennis,
landbouwaanpak en inkomen. Een huwelijk tussen de
traditionele, plaatselijke methodes en moderne wetenschap
biedt het meeste hoop, zegt hij. (IPS)
|