|
Verhoging AOW-leeftijd onnodig en ongewenst
24 februari 2009 - Verhoging van de AOW-leeftijd
van 65 naar 67 jaar is volgens het kabinet een middel om
de crisis te bestrijden en het financieringstekort van de
overheid in de hand te houden. De FNV vindt dit voorstel
"onzinnig".
Het kabinet kan zich tijdens de crisis
beter bezighouden met banen in de industrie en de bouw en
met de koopkracht van ouderen, zei FNV-voorzitter Jongerius
begin februari ook al.
De AOW-uitkering is bijzonder karig in
vergelijking met de rest van Europa en blijft in de toekomst
betaalbaar. De huidige mogelijkheden voor (vrijwillige)
flexibilisering van de pensioenleeftijd en de geleidelijke
toename van de arbeidsparticipatie van werknemers ouder
dan 60 jaar volstaan voor een duurzaam en goed pensioen
in Nederland.
Pensioenbijeenkomsten
FNV Bondgenoten
Het kabinet zegt dat alle opties op tafel
liggen om de economische crisis te bestrijden en het financieringstekort
van de overheid te beperken. Eén van die opties zou
zijn om de AOW-leeftijd geleidelijk te verhogen van 65 naar
67 jaar. De FNV vindt dat een onzinnig voorstel. Het kabinet
kan zich tijdens de crisis beter bezighouden met banen in
de industrie en de bouw en met de koopkracht van ouderen,
zei FNV-voorzitter Jongerius begin februari.
Redenen voor handhaving
AOW-leeftijd van 65 jaar
Omdat het plan om de AOW-leeftijd te verhogen nog altijd
niet taboe is verklaard door de regeringspartijen, heeft
de FNV alle goede redenen om niet te tornen aan de AOW-leeftijd
van 65 jaar in kaart gebracht. Deze zijn onder andere:
* De AOW blijft betaalbaar. In de vergrijzingssommen
worden de kosten overschat. De inkomsten nemen toe door
de besluitvorming over de fiscalisering van de AOW. Vanaf
2011 wordt de financiering van de AOW geleidelijk aan gefiscaliseerd.
Dit houdt in dat de AOW-uitkeringen uit de algemene middelen,
oftewel uit de belasting, worden betaald. De AOW-premies
worden dan vervangen door belastingheffing.
* Het basispensioen in Nederland, de AOW, is in vergelijking
met het buitenland bijzonder karig. In de rest van Europa
is de wettelijke uitkering bijna overal gebaseerd op het
verdiende inkomen. Voor werkenden betekent dit een uitkering
die doorgaans (veel) hoger ligt dan 50% van het minimumloon
(de AOW voor alleenstaanden).
* De AOW-uitkering loopt achter bij de loonontwikkeling.
Er vindt dus al een sluipende uitholling plaats. Dat is
in het buitenland niet of veel minder het geval.
* De verhoging van de AOW-leeftijd met 2 jaar is eigenlijk
hetzelfde als het verlagen van de AOW-uitkering (voor alleenstaanden)
met ruim € 25.000,-. Deze verlaging raakt de laagste
inkomens het sterkste.
* De verhoging van de AOW-leeftijd gaat (in de plannen die
circuleren) vooral ten koste van de jongere generaties.
Zij worden echter ook het sterkste getroffen door de sluipende
uitholling van de AOW. Jongeren zijn op die manier dubbel
de klos.
* De arbeidsparticipatie van oudere werknemers loopt, los
van verslechtering van de AOW, al fors op. Dit proces zal
de komende jaren doorzetten. De huidige mogelijkheden om
vrijwillig langer door te werken in combinatie met verbetering
van de arbeidsrechtelijke bescherming van werknemers ouder
dan 65 jaar zijn toereikend voor een goed pensioen.
* Verhoging van de AOW-leeftijd levert in het geheel geen
bijdrage aan de dekkingsgraadproblematiek die momenteel
door de economische crisis bij pensioenfondsen speelt. Eerder
wordt deze er door verergerd.
* Verhoging van de AOW-leeftijd is slecht voor het vertrouwen
in de economie. Het zwengelt op het verkeerde moment de
besparingen aan.
* Het privé opbouwen van individuele pensioenaanvullingen
is veel duurder dan een gezamenlijke opbouw via de AOW.
* Verhoging van de AOW-leeftijd is kiezersbedrog. Alle politieke
partijen minus D66 spraken zich in hun verkiezingsprogramma
uit tegen verhoging van de AOW-leeftijd.
Kortom, de AOW is een hoeksteen in ons
stelsel die uitgebalanceerd is vormgegeven. De AOW is eigenlijk
steeds heel erg toekomstbestendig ingericht geweest en hoeft
daarom nu niet (extra) neerwaarts aangepast te worden. Het
huidige pensioenstelsel, de geleidelijke fiscalisering van
de AOW en de geleidelijke doorgroei van de arbeidsparticipatie
van werknemers ouder dan 60 jaar volstaan voor een duurzaam
en goed pensioen in Nederland.
Pensioenbijeenkomsten
FNV Bondgenoten
|