|
Zaterdag 14 februari vond in Brussel een
debatdag over de crisis plaats, op initiatief van het Masereelfonds
in samenwerking met diverse organisaties. We publiceren hier
de bijdrage van Vrije Universiteit Brussel-econoom Nick Deschacht.
Van crisis naar crisis: een socialistische
economie is nodig
Door Nick Deschacht
De economische crisis slaat zwaar toe.
In alle landen van de wereld krimpt het BBP of is de economische
groei sterk verminderd. Het IMF zag zich twee weken geleden
genoodzaakt om haar economische vooruitzichten voor 2009
neerwaarts aan te passen. Volgens het IMF krimpen de ontwikkelde
economieën in 2009 met gemiddeld 2%.(1) Drie maanden
geleden voorspelde het nog een groei van +0,5% (2), wat
aantoont hoe snel de inzichten over de crisis zich ontwikkelen.
Men moet zich de vraag stellen hoe de IMF-vooruitzichten
zullen zijn over nog eens drie maanden.
Oorzaken
De crisis is in een stroomversnelling
gekomen sinds een pak hypotheekleningen niet terugbetaalbaar
bleken. Vaak hoor je de analyse dat de crisis daarom veroorzaakt
werd door een groep onverantwoorde bankiers en dat de crisis
dus vermeden had kunnen worden indien er meer toezicht was
geweest op de banken.
De oorzaak van de crisis ligt niet in
het gedrag van enkele individuen. Het gedrag van die bankiers
én van de regulatoren was verkeerd, maar dat gedrag
is ook begrijpelijk en zelfs onvermijdelijk in de context
van een economische boom. De
redenering dat het probleem een gebrek aan toezicht was,
is fout. Alle belangrijke instituties - van regulatoren
tot wetenschappers - hebben de problemen niet zien aankomen.
De herverpakte hypotheekleningen bijvoorbeeld (de CDO's)
werden gewaardeerd op basis van ingewikkelde economische
modellen waarvoor in 2003 de Nobelprijs economie is uitgereikt.
Als het Nobelprijs-comité in Stockholm blijkbaar
niet in staat is om tijdens een economische boom
het hoofd koel te houden, hoe kan men dan verwachten dat
een eenvoudige regulator dat in de toekomst wel zal kunnen?
Het feit dat de schuld voor de crisis
wordt gelegd bij een menselijke fout' is niet nieuw.
Net zoals er tijdens elke boom
van het kapitalisme beweerd wordt dat crisissen definitief
tot het verleden behoren, zo wordt er ook telkens gezocht
naar externe oorzaken wanneer de nieuwe crisis zich aandient.
De Grote Depressie tijdens de jaren '30 werd toegeschreven
aan de aandelenspeculatie en de Wall
Street Crash. In de jaren '70 waren het de olieprijsstijgingen,
begin jaren '90 was het paniek op de beurs en in 2001 waren
het de aanslagen op het WTC in New York. Altijd wordt er
wel een menselijke fout of een particularistische oorzaak
gevonden. In zekere zin zijn dit allemaal variaties op het
thema van de bekende neoklassieke econoom W. Stanley Jevons,
die - vanuit zijn blind geloof in de alles regelende werking
van het kapitalisme - de oorzaak van crisissen zocht in
de cyclische activiteit van de zon.(3) Zelfs de weinige
academische theorieën over economische cycli verklaren
crisissen vanuit exogene schokken (de zogenaamde Real
Business Cycles). Nooit wordt de mogelijkheid overwogen
die in feite evident is, gezien het feit dat er al ten minste
200 jaar crisissen plaatsvinden met een zekere regelmaat:
ongeveer elke 10 jaar, met uitzondering van de naoorlogse
periode. Nooit wordt de mogelijkheid overwogen van crisissen
als een periodiek verschijnsel, als een intern gevolg van
de werking van de kapitalistische economie. De crisistheorie
van Karl Marx doet dat wel.
Crisistheorie
Marx toonde aan dat crisissen onvermijdelijk
zijn in een kapitalistische economie. De oorzaak van de
steeds terugkerende crisis ligt in een samenspel van (1)
het feit dat de winstvoet de neiging
heeft om te dalen als gevolg van de toenemende kapitaalintensiteit,
en (2) de gebrekkige ontwikkeling van de koopkracht omdat
de kapitalisten de lonen van hun arbeiders zo laag mogelijk
proberen te houden en tegelijkertijd hun productie maximaal
opdrijven, terwijl de lonen maatschappelijk bekeken natuurlijk
de koopkracht en de consumptieve afzetmogelijkheden bepalen
(onderconsumptie).
Als reactie op de neiging van de winstvoet
om te dalen, slaagde het kapitaal er de voorbije jaren in
om de productiviteitsstijgingen om te zetten in een toename
van het winstaandeel in het nationaal inkomen, waardoor
het aandeel aan lonen in het nationaal inkomen stelselmatig
daalde (in België bvb. daalde het loonaandeel van bijna
67% in 1985 tot minder dan 61% in 2007).(4) In laatste instantie
is dit het resultaat van de krachtsverhoudingen die gekanteld
waren in het voordeel van het kapitaal als gevolg van de
versnelde globalisering en van de ideologische zwakte van
de arbeidersbeweging sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie.
De consumptie werd een tijdlang kunstmatig ondersteund door
soepele kredietverlening en dalingen in de spaarquote -
de VS kenden zelfs even een negatieve spaarquote, wat impliceert
dat er meer geconsumeerd wordt dan het beschikbaar inkomen.
Kredietverlening kan de markt tijdelijk voorbij zijn natuurlijke
limieten duwen, maar het maakt de daaropvolgende crisis
alleen maar bruusker en dieper. Vroeg of laat moeten de
kredieten terugbetaald worden en zakt het piramidespel in
elkaar. Door de haperende consumptie vallen de investeringen
stil (5), zodat de vraag niet langer de geproduceerde koopwaren
kan absorberen. Dit is wat Marx een situatie van overproductie
noemt: de onmogelijkheid om de koopwaren te verkopen tegen
prijzen die de vooropgestelde winstvoet waarborgen.
De onderbreking in het proces van kapitaalaccumulatie
(dat is de definitie van een crisis) stort de economie in
een neerwaartse spiraal. Bedrijven gaan failliet, mensen
worden ontslagen, de lonen gaan naar beneden, de onverkochte
voorraden stapelen zich op en leiden tot bijkomende kosten
en de winstvooruitzichten kelderen. Door al deze factoren
daalt de koopkracht nog meer en wordt er nog minder geïnvesteerd,
zodat de crisis verergert.
Dit proces is aan de gang, we kennen de
voorbeelden van afdankingen in België (Bekaert, de
banksector, de dreiging bij Opel Antwerpen etc). Maar overal
neemt ook de druk toe voor rechtstreekse loondalingen. In
Hongarije werd de dertiende maand afgeschaft en in Letland
- dat zeer zwaar getroffen is door de crisis - vermindert
de regering de salarissen van de ambtenaren met 25%. In
Ierland eist premier Brian Cowen een loondaling in de publieke
sector van 10%, waarbij hij de vakbonden onder druk zet
met de dreiging dat "anders het IMF ontslagrondes zal
komen organiseren".
Economische vooruitzichten
Crisissen duren tot de overproductie weggewerkt
is en de winstvoet hersteld is zodat het accumulatieproces
opnieuw op gang komt. Hoe lang deze crisis precies zal duren
en hoe diep ze zal doorzetten weet niemand. Niet de gouverneurs
van de centrale banken, of de experten in de pers die suggereren
dat we een buigpunt' bereikt hebben in de conjunctuur,
en ook het IMF niet dat voor 2009 een recessie maar voor
2010 weer een stevige groei in het vooruitzicht stelt. Het
is evident dat een instantie als het IMF niet anders kan
dan moed inspreken en vertrouwen uitstralen. Maar weten
doen ze niet. De Engelse bankier Peter Sands stelde terecht
tijdens het World Economic Forum
in Davos:
"De waarheid
is dat we niet weten waar we naar toe gaan. De economische
modellen en vergelijkingen die we normaal gebruiken voor
voorspellingen, werken vandaag niet. De omstandigheden zijn
immers totaal anders. Vorig jaar dachten we hier in Davos
trouwens ook dat we wisten waar we naar toe gingen. Maar
onze vooruitzichten bleken bijzonder fout." (6)
De visie van Peter Sands is echter de
uitzondering. De meeste vooruitzichten doen denken aan de
legendarische blunders tijdens de Grote
Depressie. Zoals bekend begon die met Wall
Street Crash eind 1929. Weinigen weten dat in de
beginmaanden van 1930 de beurzen tijdelijk opveerden en
dat de eerste bank runs pas plaatsvonden
in juni 1930. Dan werd het opnieuw kalm en zes maanden later
was er opnieuw een crisis waarbij de ene bank na de andere
failliet ging. Dat patroon van crisis en kalmte zette zich
voort tot in 1934. Enkele maanden na de Crash
van Wall Street - tijdens de korte heropleving -
publiceerde de econoom Irving Fischer een boek over de toestand
van de economie. (7) Fischer is een van de bekendste economen
van de twintigste eeuw, studenten in de economie kennen
hem van de kwantiteitstheorie van het geld. Net die grote
econoom Irving Fischer besluit zijn boek met de conclusie:
"for the immediate future the
outlook is bright". En dat dus op het moment
dat er nog negen lange jaren van depressie zaten aan te
komen.
Niemand weet hoe lang of hoe diep de crisis
zal zijn. Het enige wat we wel weten, is dat het deze keer
ernstiger is dan de crisissen van de voorbije decennia.
De voorbije twaalf maanden gingen in de VS 3,5 miljoen arbeidsplaatsen
verloren. Dat is de grootste daling sinds men die gegevens
begon te verzamelen in 1939. In een poging om de economie
weer aan de praat te krijgen, verlaagde de Bank
of England de rente tot het laagste niveau sinds
de oprichting van de bank in 1694. De economische groeivooruitzichten
van het IMF zijn de slechtste sinds 1945. Dergelijke feiten
tonen aan dat de kans dat deze recessie uitmondt in een
depressie, relatief groot is.
Naast de diepgang van de crisis moet ook
het internationaal karakter ervan onderlijnd worden. Vorig
jaar nog beweerden economen (o.a. het IMF (8)) dat een eventuele
crisis in de VS zich wellicht niet zou verspreiden naar
Europa en Azië, die ontkoppeld' werden geacht.
Ondertussen houdt de crisis elk land in zijn greep. Zelfs
China - de tweede locomotief van de wereldeconomie - blijkt
niet immuun te zijn. Terwijl de Chinese economie de voorbije
vijf jaar telkens meer dan 10% groeide, bedroeg de groei
in het laatste kwartaal van 2008 ten opzichte van het jaar
ervoor slechts 6,8%. Als je het laatste kwartaal van 2008
vergelijkt met het kwartaal ervoor, dan blijkt de Chinese
economie bovendien slechts te groeien tegen een jaarlijkse
groeivoet van minder dan 1,5%. (9) Dergelijke groeicijfers
zijn voor een land als China hopeloos onvoldoende om de
migratie en de bevolkingsgroei in de steden te absorberen.
Als gevolg van de crisis zijn 20 miljoen werkloze stedelijke
inwijkelingen ondertussen naar het platteland teruggekeerd.
(10) De economische crisis is dus een mondiale crisis, wat
de visie van Marx bevestigt dat de moderne problemen steeds
meer mondiale problemen zijn (zoals ook de ecologie). De
klassieke kapitalistische natiestaat is niet langer aangepast
aan die nieuwe realiteit. Dat maakt een internationalistisch
alternatief noodzakelijk, dat niet kan ontstaan op basis
van een productiemodel van concurrentie en imperialistische
spanningen, maar waarvoor een productiewijze nodig is die
gebaseerd is op internationale samenwerking (socialisme).
In een poging om de crisis te bestrijden
hebben de meeste centrale banken hun rentevoeten verlaagd.
Het voorbije anderhalf jaar verlaagde de Federal
Reserve de rente in de VS van 5,25% tot minder dan
0,25% in een poging om de investeringen aan te moedigen
door lenen goedkoper te maken. Nu de Federal
Reserve al haar munitie heeft opgebruikt, stelt ze
vast dat monetaire politiek niks uithaalt in een crisis
zoals deze. Het kapitalisme wordt geconfronteerd met een
nooit geziene overproductie. De idee dat men kapitalisten
ertoe zou kunnen bewegen om nieuwe investeringsprojecten
met bijkomende productie op te starten via een lagere rente,
is fout. Enkel een herstel van de winstverwachtingen zal
de investeringen opnieuw op gang brengen.
Nationalisme
Sommige landen proberen de crisis af te
wentelen op andere landen door hun wisselkoers naar beneden
te halen om hun export te stimuleren. De meeste Oost-Europese
landen bijvoorbeeld - die hard getroffen worden door de
crisis - zagen hun munten de voorbije maanden een pak van
hun waarde verliezen. Sinds de invoering van de euro zijn
devaluaties echter geen optie meer voor de lidstaten van
de eurozone. De enige manier waarop deze landen hun competitiviteit
kunnen herstellen is via kostendalingen - in de eerste plaats
dus via loondalingen. Niet toevallig is het in die landen
van de eurozone die momenteel het hardst getroffen worden
door crisis (Ierland en Griekenland), dat de eerste aanvallen
plaatsvinden op de lonen. Indien de conjuncturele divergentie
aanhoudt, valt het bovendien niet uit te sluiten dat sommige
landen zich zullen losmaken uit de eurozone.
Ondertussen neemt ook de spanning toe
tussen de VS en China. De VS willen de Chinese munt zien
toenemen in waarde om hun eigen industrie goedkoper te maken
in vergelijking met de Chinese import. Maar de export en
de economische groei in China nemen ook af. Volgens Stephen
Roach van Morgan Stanley - een
van de meest gerespecteerde economen ter wereld - zou een
revaluatie voor China vandaag daarom economische zelfmoord'
betekenen. (11) Dergelijke interimperialistische spanningen
doen denken aan de jaren '30 toen een reeks competitieve
devaluaties en andere vormen van protectionisme (o.a. importtarieven),
de economische crisis nog dieper maakte.
Protectionistische maatregelen die tot
doel hebben om de crisis af te wentelen op anderen, zijn
een vorm van nationalisme waar marxisten als internationalisten
natuurlijk nooit achter kunnen staan. Behalve importtarieven
en devaluaties verschijnt het nationalisme vandaag ook in
nieuwe vormen, zoals bijvoorbeeld in de eis vanwege overheden
aan banken om hun middelen te concentreren in eigen land.
Oost-Europa heeft aan de lijve ondervonden dat de financiële
crisis daardoor slechts verplaatst wordt. Maar de ergste
vorm van nationalisme zijn de loondalingen die erop gericht
zijn om de eigen competitiviteit te verbeteren ten koste
van de buurlanden, en de overheidssteun voor bedrijven in
eigen land. Dergelijke steun is eigenlijk ook een loondaling,
maar dan via de overheid. Neem het voorbeeld van de notionele
intrestaftrek wat een gigantische transfer is van Belgisch
belastinggeld naar de winstvoet met als doel om buitenlands
kapitaal aan te trekken. Bedrijven van heel Europa verhuizen
hun boekhoudkundige zetel naar België om zo de belastingen
in eigen land te ontwijken en wat krijgen we op termijn
in ruil? Kijk naar Bekaert. Bekaert krijgt elk jaar 11 miljoen
euro via de notionele intrestaftrek en nog eens 6 miljoen
aan tewerkstellingspremies. (12) In ruil krijgen we 260
ontslagen en delocalisaties naar nog goedkopere landen.
De crisis heeft ervoor gezorgd dat de
totale beschikbare koek' in de wereldeconomie is gekrompen.
De meeste landen proberen hun eigen deel van de koek veilig
te stellen ten koste van andere via nationalistische maatregelen
zoals devaluaties, importtarieven, loondalingen of belastingscompetitie,
terwijl de enige realistische uitweg natuurlijk het herstel
is van de koek.
Keynesianisme
Het meest opvallende gevolg van de crisis
op het vlak van economische politiek is echter de terugkeer
van het keynesianisme en overheidsinterventie. Vandaag is
iedereen plots weer keynesiaan, zelfs het IMF, terwijl de
dominante ideologie de voorbije decennia toch sterk gericht
was tegen elke vorm van overheidsinterventie. Zoals bekend
ontstonden de ideeën van John Maynard Keynes in de
context van de Grote Depressie
van de jaren '30. Op vele vlakken vormen ze een stap vooruit
ten opzichte van het vrije marktdenken. Keynes nam bijvoorbeeld
de idee over van Marx dat de vraag een belangrijke rol speelt
in de economie en dat overproductiecrisissen daarom in principe
mogelijk zijn (i.t.t. de klassieke Wet
van Say die stelt dat overproductie onmogelijk is).
Voor Keynes hebben loondalingen tijdens een recessie geen
zin omdat ze de consumptie nog verder ondermijnen. De overheid
moet daarentegen de vraag ondersteunen via openbare werken
en werkloosheidsvoorzieningen om zo de afzetverwachtingen
en het vertrouwen bij investeerders te herstellen. In essentie
introduceerde het keynesianisme dus de idee van planning
(in beperkte vorm) binnen het mainstream
economisch denken als noodzakelijk voorwaarde om de crisis
van het kapitalisme tegen te gaan.
De cruciale kwestie bij elk overheidsingrijpen
is echter het effect op de verhouding tussen lonen en winsten.
De kwestie is: wie zal de crisis van het kapitalisme betalen?
De daling van de BTW in het VK betekent in de praktijk een
ondersteuning voor de laagste lonen. De overname door de
overheid van alle toxische kredieten' bij de banken
komt daarentegen neer op een gigantische en regelrecht schandalige
transfer van belastinggeld naar de winstvoet. De banksector
heeft het voorbije decennium reusachtige winsten geboekt,
maar wanneer er kosten zijn, moet de belastingbetaler opdraaien.
Dan komt de onzichtbare hand van Adam Smith in de schatkist
zitten om de verliezen van de banken op te vangen. Dit is
het soort situatie dat Gore Vidal omschreef als de
vrije markt voor de armen en socialisme voor de rijken'.
De winsten worden geprivatiseerd, de verliezen gesocialiseerd.
Meer fundamenteel is dat het keynesianisme
geen duurzame oplossing biedt voor de crisis. Keynes is
er nooit in geslaagd om een crisistheorie te ontwikkelen:
een theorie die verklaart hoe crisissen periodiek ontstaan
binnen het kapitalisme. Hij toont enkel aan dat een situatie
van overproductie in principe mogelijk is en geeft aanbevelingen
over wat er in zo'n situatie zou moeten gebeuren. Maar het
keynesianisme kan het crisisverschijnsel niet uitschakelen.
De realiteit is dat wat op korte termijn in het belang is
van elke individuele kapitalist, op langere termijn telkens
weer de stabiliteit van het systeem ondermijnt. Bovendien
is het keynesianisme niet noodzakelijk een oplossing voor
de crisis. Die wordt pas beëindigd wanneer de investeringen
terug op gang komen. Om echt een impact te hebben moet het
kapitaal (de investeringsfondsen dus) op een voldoende grote
schaal gesocialiseerd worden, en dat is iets waar de nieuwe
keynesianen van vandaag wellicht niet mee akkoord gaan.
Het zou echter de enige snelle weg uit de crisis zijn.
Van crisis tot crisis
In tegenstelling tot wat velen denken
over marxistische economie, bestaat er niet zoiets als een
onvermijdelijke laatste crisis of definitieve ineenstorting
van het kapitalisme. Voor een alternatief systeem is ook
een politieke strijd nodig. Als die er niet is, dan kan
het kapitalisme ook de huidige crisis te boven komen eenmaal
de overproductie is weggewerkt en de winstvoet is hersteld.
Een van de automatische mechanismen waarlangs de overproductie
wordt weggewerkt is via faillissementen. Bedrijven die in
nood verkeren worden overgenomen en marktaandelen worden
ingepikt. De kapitaalconcentratie en de tendens naar monopolievorming
die daaruit voortvloeit, vernietigt de overproductie en
herstelt de winstvoet. Maar op langere termijn verhoogt
de concentratie van kapitaal de instabiliteit van het systeem
nog meer. De concentratie van kapitaal - wat een kenmerk
is van de kapitalistische ontwikkeling - ondergraaft immers
het concurrentiemechanisme en dus de bestaansvoorwaarde
zelf van het systeem.
Bovendien gaat de economische crisis gepaard
met enorme menselijke kosten waar we vaak te weinig oog
voor hebben. Het is absurd dat er zo veel werkloosheid ontstaat
terwijl er tegelijkertijd zo veel noden zijn (zorgsector,
achtergestelde buurten, onderwijs etc.). De enige logische
antwoorden op die absurditeit zijn een arbeidsduurvermindering
om het beschikbare werk te verdelen en de uitbouw van openbare
werken in de ruimste betekenis van het woord. Werkloosheid
heeft dus een economische kost, maar natuurlijk ook een
menselijke kost. En kunnen we ons de menselijke kost voorstellen
van het feit dat er in Congo de voorbije maand 48 mijnprojecten
werden achtergelaten als gevolg van de crisis, of van die
20 miljoen Chinezen die terugmigreren? Zoals steeds zijn
het de kwetsbaarste groepen die het hardst worden getroffen,
ook in Europa: de jongeren, mensen in tijdelijke contracten
of uitzendarbeid, mensen zonder papieren enzovoort. In de
Derde Wereld dreigt de crisis te zorgen voor humanitaire
rampen. De Wereldbank verwacht bijvoorbeeld een toename
van de mortaliteit bij kinderen als gevolg van deze crisis,
die het leven zal kosten aan 1,4 tot 2,8 miljoen kinderen.
(13) De vraag die we ons moeten stellen is of het aanvaardbaar
is dat mensenlevens en de jobs van mensen, op dezelfde manier
bepaald worden als in een casino.
Deze crisis is meer dan een economische
en een humanitaire crisis. Het is ook een ideologische crisis
van het kapitalisme. Het basisidee van de vrije markt dat
het nastreven van eigenbelang de beste manier is om het
algemeen belang te dienen, is fout gebleken. Overal wordt
er teruggegrepen naar vormen van economische planning. Sommige
economen hoor je vandaag bloedserieus (maar terecht) pleiten
voor de nationalisatie van de volledige banksector omdat
de vrije markt faalt. (14)
Deze crisis komt bovenop die andere crisis
die grote delen van de wereld vorig jaar bedreigde - de
voedselcrisis. En bovenop de ecologische crisis die - misschien
meer nog dan de economische crisis - de dringende noodzaak
opwerpt van democratische en mondiale planning van de productie.
Crisissen zoals deze moeten we durven
zien in een lange-termijn perspectief. Het kapitalisme is
een productiewijze die niet altijd heeft bestaan. De paar
eeuwen van kapitalistische ontwikkeling hebben in het verleden
ongetwijfeld voordelen gebracht, maar hoe langer hoe meer
wordt dat kapitalisme een rem op de verdere ontwikkeling.
Het is een totaal ondemocratisch systeem dat ons brengt
van crisis naar crisis. Na de val van de Berlijnse Muur
werd er gedacht dat het kapitalisme definitief overwonnen
had, dat er nooit een ander systeem zou komen en we dus
het einde van de geschiedenis'
hadden bereikt in de woorden van Francis Fukuyama. Dat soort
triomfalisme heeft als gevolg van de huidige crisis duidelijk
afgedaan. Het systeem werkt niet en het leidt tot een economische,
humanitaire en ecologische crisis.
De geschiedenis toont dat economische
schokken vaak samengaan met sociale en politieke schokken.
De huidige economische crisis is van een schaal die we de
voorbije decennia niet hebben gezien. De politieke gevolgen
kunnen ook wel eens van een type zijn dat we de voorbije
decennia niet hebben gezien. In die zin beleven we historische
tijden. De keuzes die gemaakt worden op crisismomenten zijn
vaak beslissend voor de decennia die erop volgen. Daarom
moeten we nog een andere les trekken uit de filosofie van
Karl Marx. Het is interessant om te discussiëren over
economie en over de wereld rondom ons. Maar naast zijn economische
theorieën geeft hij ook een ander belangrijk idee mee,
namelijk dat het nodig is om te proberen op een actieve
manier tussen te komen in die wereld. Om de werkelijkheid
en de actualiteit niet zomaar passief te ondergaan, maar
om te strijden voor een democratisch socialisme. In de woorden
van Marx: "De filosofen hebben
tot nu toe de werkelijkheid slechts op verschillende manieren
geïnterpreteerd. Het komt er echter op aan om die werkelijkheid
te veranderen."
Brussel, 14 februari 2009
Eindnoten
1) IMF.
Global Economic Outlook Update - 28 January 2009
2) IMF.
Global Economic Outlook - October 2008
3) Jevons, William
Stanley (Nov. 14, 1878). Commercial crises and sun-spots.
Nature xix, pp. 33-37.
4) Federaal
Planbureau. Economische vooruitzichten 2006 en Economische
Vooruitzichten 2008-2013
5) Naast de hier benadrukte
onderconsumptie, waren in tweede instantie ook de toename
van de organische samenstelling van het kapitaal (als gevolg
van o.a. de hoge olieprijzen) en een daling van de meerwaardevoet
oorzaken van de daling van de winstvoet.
6) Debat
over The Global Economic Outlook op het World Economic Forum
2009
7) Fischer, I. (1930).
The Stock Market Crash and After. New York: The Macmillan
Company.
8) The Economist (6
maart 2008)
9) Perbericht
AP (6 februari 2009):
10) Persbericht
Reuters (2 februari2009):
11) Debat
over de New Economic Era (sic) op het World Economic
Forum 2009:
12) Kamerverslag
Commissie voor Financiën en Begroting (28 januari
2009).
13) World
Bank Press Release No:2009/220/EXC
14) De
Grauwe, P. FT (9 October 2008)
Bron: Vonk.org
|