|
VS plannen apart militair commando voor
Afrika
WASHINGTON, 1 februari 2007 - Een nieuwigheid
in de Amerikaanse defensiebegroting voor 2008 is "AFRICOM",
een afzonderlijk commandocentrum voor militaire operaties
op het zwarte continent. De maatregel weerspiegelt de groeiende
aandacht van Washington voor Afrika als leverancier van
grondstoffen en als potentiële broeihaard voor terroristen.
Afrika was tot nu toe een continent dat
drie Amerikaanse militaire hoofdkwartieren onder elkaar
hadden verdeeld. Het grootste deel werd opgevolgd door EUCOM,
het Europese hoofdkwartier in Duitsland. Egypte, Soedan
en de Hoorn van Afrika vielen onder bij CENTCOM, de commandocentrale
voor het Midden-Oosten en Centraal-Azië. De Afrikaanse
eilanden in de Indische Oceaan ten slotte, vielen onder
PACOM, het commando voor Azië en de Stille Oceaan.
Het nieuwe hoofdkwartier voor Afrika,
AFRICOM, wordt voorlopig ook in Duitsland ondergebracht.
Het plan is een onderdeel van de nieuwe defensiebegroting
die de Amerikaanse president George W. Bush volgende week
aan het Congres voorlegt. Zowel de Democraten als de Republikeinen
zijn gewonnen voor het nieuwe hoofdkwartier, dat aangeeft
dat het strategisch belang van Afrika in de ogen van het
Pentagon is toegenomen.
Twintig procent van de fossiele brandstoffen
die de VS uit het buitenland importeren, komt uit West-Afrika.
Dat aandeel bedroeg vijf jaar geleden nog vijftien procent
en zal tegen 2015 nog stijgen tot vijfentwintig procent.
Afrika is bijzonder rijk aan grondstoffen en de industrielanden
krijgen de laatste tijd af te rekenen met China als concurrerende
opkoper van de bodemrijkdommen.
Het Pentagon ziet Afrika ook door de lens
van de oorlog tegen het terrorisme, die tegenwoordig
de lange oorlog heet. Een Afrikaans commando
is van vitaal belang om onze relaties met de Afrikaanse
landen te versterken en er voor te zorgen dat ze niet het
theater worden van aanvallen tegen de VS, zo verklaarde
de Democratische senator Russell Feingold, die voorzitter
is van de subcommissie voor Afrika.
Sinds het incident waarbij een Amerikaanse
Black Hawk helikopter werd neergeschoten in
Somalië en 18 inzittenden om het leven kwamen zijn
de VS erg terughoudend geworden met de inzet van militairen
op het terrein. Ze beperken zich meestal tot logistieke
en financiële steun. De aanslagen van 11 september
hebben daar een begin van verandering in gebracht.
Camp Lemonier
in de voormalige Franse kolonie Djibouti vormt met tussen
1500 en 1900 militairen het zwaartepunt van de Amerikaanse
militaire aanwezigheid in Afrika. Ze moesten in het verleden
ingrijpen na terroristische aanslagen in Jemen, Somalië,
Kenia en Tanzania. Vanuit Djibouti steunden de VS ook het
Ethiopische offensief in Somalië waarbij Unie van Islamitische
Rechtbanken van de macht werd verdreven.
De VS spenderen ook miljoenen dollars
aan opleidingen en wapens in het kader van het Trans-Saharan
Counterterrorism Initiative (RSCI). Het Congres zette
voor de volgende zes jaar 500 miljard dollar opzij voor
steun aan Algerije, Tsjaad, Mali, Mauritanië, Niger,
Senegal, Nigeria en Marokko, omdat in die landen mogelijk
cellen van al-Qaeda actief zijn.
Al die activiteiten alsook de steun aan
de Afrikaanse Unie komen met AFRICOM voortaan onder een
hoed. Het voorstel voegt een hooggeplaatste vertegenwoordiger
van het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan het commandocentrum
toe, naar verluidt om te vermijden dat de Amerikaanse aanwezigheid
in Afrika te zeer een militair karakter zou krijgen.
Ons militair engagement moet
worden ingebed in een bredere inspanning op het vlak van
diplomatie, ontwikkelingshulp, goed bestuur en mensenrechten,
zegt Afrikakenner Jennifer Coke van het Centre
for Strategic and Internationale Studies
in Washington. (IPS, Jim Lobe)
|