|
Februaristaking herdacht in Amsterdam
Amsterdam, 25 februari 2007 - Ondanks
het slechte weer hebben enkele duizenden mensen zondag op
het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam de Februaristaking
van 1941 herdacht. Ze legden kransen neer en hielden een
defilé bij het standbeeld van de Dokwerker, dat symbool
staat voor de stakers.
Zondag precies 66 jaar geleden legden
duizenden werknemers uit Amsterdam en omgeving het werk
neer uit protest tegen het optreden van de Duitse nazi-bezetters
en hun Nederlandse handlangers ten opzichte van de joden.
Tot het houden van de staking was opgeroepen door de Communistische
Partij van Nederland (CPN). Ondanks scherpe represaillemaatregelen
van de nazi's breidde de staking zich op 26 februari zelfs
uit naar de Zaanstreek, Utrecht, Weesp, Hilversum en andere
plaatsen.
"De Februaristaking was een uniek
gebaar van solidariteit met de Joden", aldus burgemeester
Job Cohen van Amsterdam in zijn toespraak tot de duizenden
deelnemers aan de herdenking. "Op 22 februari 1941
vond de eerste razzia plaats waarbij 425 Joodse mannen op
brutale wijze op dit plein werden samengedreven en weggevoerd.
Ooggetuigen van het geweld vertelden het door. Op 24 februari
kwam de CPN bijeen op de Noordermarkt om een proteststaking
te organiseren. Drijvende krachten erachter waren Willem
Kraan, arbeider bij de afdeling bestratingen van Publieke
Werken, en Piet Nak, arbeider bij de stadsreiniging. Pamfletten
werden gemaakt en de volgende ochtend verspreid. Op de pamfletten
was onder andere te lezen:
Protesteert tegen de afschuwelijke Jodenvervolging!
Weest eensgezind, weest moedig! Strijdt fier voor de vrijmaking
van ons land!
Beseft de enorme kracht van uw eensgezinde daad!!!!!
En met de hand ertussen geschreven het driewerf:
Staakt! Staakt! Staakt!
Het tramverkeer werd platgelegd en aan de overkant van het
IJ, waar veel scheepswerven en fabrieken zetelden, legden
tal van arbeiders het werk spontaan neer."
Om vijf uur was het defilé langs
het standbeeld de Dokwerker. Meer dan een uur lang trokken
de duizenden deelnemers langs het beeld, een ring van bloemen
achterlatend. Daar waren kransen en bloemstukken bij van
allerlei organisaties en instellingen, van verenigingen
van oud-verzetsstrijders en verschillende maatschappelijke
en politieke bewegingen, maar ook bosjes bloemen die diverse
individuele deelnemers bij de sokkel van het beeld legden.
Vooraf aan de herdenkingsplechtigheid
konden de deelnemers terecht in de Mozes en Aäronkerk
om zich een beetje tegen de regen te beschermen en hun bloemstukken
er te deponeren in afwachting van het defilé, maar
zeker ook om kennis te nemen van de kleine tentoonstelling
die daar was ingericht door kunstenaar Willem Vogel. Er
waren fotos te zien van de razzia die de Duitsers
op 22 februari 1941 op het Jonas Daniël Meijerplein
en omgeving hielden op de Joodse mannen. In een aanpalende
zaal hield de FNV-bond voor ambtenaren en semi-overheidspersoneel,
AbvaKabo, een herdenkingsbijeenkomst voor de Februaristaking.
Rode Zondag in teken Februaristaking
Na afloop van de herdenking organiseerde
de NCPN op haar kantoor aan de Haarlemmerweg een afsluitende
'Rode Zondag' bijeenkomst. Daar sprak AFVN-voorzitster Celine
van der Hoek uit eigen perspectief over het karakter van
de fascistische bezetting, de gevolgen voor de gewone bevolking,
maar ook over de rol en positie van de Nederlandse regering
in de vooroorlogse periode (jaren 30) tegenover de nazis
in Duitsland en de NSB in Nederland. Dat was een politiek
waarin de communisten als groter gevaar werden behandeld
dan de fascisten.
Celine, zelf (niet-praktiserend) joods,
vertelde over haar persoonlijke belevingen. Hoe haar moeder
en broer werden gearresteerd en gedeporteerd en hoe zij
zelf meerdere malen verraden, maar ook uit handen van de
nazis werd gered. Ze vertelde natuurlijk ook over
haar eigen beleving van de Februaristaking, hoe de CPN opriep
tot staken en zich als enige partij al vóór
de oorlog verzette tegen het fascisme. Celine: "Men
vroeg niet naar wie de staking organiseerde. Iedereen staakte
gewoon." Het was voor het merendeel van de mensen duidelijk
dat er iets moest gebeuren. Het was de inmiddels illegale
CPN die besloot daadwerkelijk actie te ondernemen.
Celine vertelde over haar deportatie naar
'het oosten', naar Auschwitz, in 1944 op 24-jarige leeftijd.
Nummer A-25236 kreeg zij in haar arm getatoeëerd. Meerdere
malen wist ze met geluk de selecties op Auschwitz en die
van de beruchte dr. Mengele te doorstaan. Ze werd tewerk
gesteld in een Skoda-fabriek, niet om autos te fabriceren,
maar munitie. Daar gingen de geruchten al de ronde. Vluchtig
werd daar gesproken en gefluisterd "Warschau",
"Aken"; de opmars van het Rode Leger.
Na de bevrijding terug in Nederland zat
ze vol met anti-Duitse gevoelens. Een communist en vriend
van de familie stelde haar voor aan een Duitse vrouw, die
zich verzet had tegen het Hitler-fascisme. In 1949 is Celine,
illegaal, naar Duitsland vertrokken om aan het conservatorium
te studeren. Duitsland was bezet gebied en je mocht daar
niet zomaar naartoe. In 1949 maakte zij daar nog de oprichting
van de DDR mee.
Na het verhaal van Celine sprak ook Jan
Groot uit Haarlem nog enkele woorden. Jan, inmiddels bijna
90, werd aan de vooravond van de staking door de CPN-leiding
naar Hillegom gestuurd om van daaruit de volgende ochtend,
samen met 4 andere kameraden, de staking in Haarlem en omstreken
te ontketenen. Zonder morren legde ook in Haarlem iedereen
het werk neer.
Celine: "Anti-Duits ben ik
niet meer, maar antifascist blijf ik, mijn hele leven. Wat
ze nu met Marokkanen en Turken doen, dat deden ze toen met
joden. Het maakt niet uit of het nu joden of Marokkanen
zijn. Dit mag niet weer gebeuren."
Bronnen: ANP/februaristaking.nl/CJB
|