|
Duitsland's energiebeleid
BERLIJN, 8 februari 2007 - Duitsland
is het toonaangevende land in het gebruik van hernieuwbare
energiebronnen en kan een voortrekker worden in de strijd
tegen de opwarming van de aarde. Maar beschermingsmaatregelen
voor de vervuilende auto-industrie doen alle positieve maatregelen
wegsmelten als sneeuw voor de zon.
Vorige week gaf het Intergovernmental
Panel on Climate Change (IPCC) uitsluitsel over de vraag
wie of wat verantwoordelijk is voor de opwarming van de
aarde. Het antwoord is de mens, die te veel broeikasgassen
uitstoot. In zijn nieuwe rapport brak het IPCC een lans
voor een nieuw energiebeleid, door de productie van energie
en het gebruik van elektriciteit en verwarming efficiënter
te maken en de capaciteit van hernieuwbare energiebronnen
danig te verhogen.
Met name in Duitsland zijn de eerste sporen
van dit nieuwe energiebeleid al te zien. In 2000 voerde
het land een wet in om het gebruik van hernieuwbare energie
te bevorderen. Het gebruik van de zon, wind en biomassa
als energiebronnen is sindsdien in Duitsland aanzienlijk
toegenomen. Volgens officiële cijfers zouden in 2006
tien miljoen gezinnen hernieuwbare energiebronnen hebben
gebruikt. Dat is een kwart van de totale bevolking. Het
verbruik van groene energie was goed voor acht procent van
het totale energieverbruik in Duitsland.
Duitsland heeft windturbines met een gezamenlijke
capaciteit van 18.000 Megawatt, terwijl de oppervlakte aan
zonnepanelen in Duitsland veertig procent uitmaakt van alle
zonnepanelen in de EU. In 2006 zorgden deze hernieuwbare
energiebronnen voor een vermindering van de CO2-uitstoot
met meer dan tien miljoen ton. De overheid schat dat dit
tegen 2012 zelfs 120 miljoen ton kan zijn.
Een hoopgevende trend, maar die kan helemaal
worden teniet gedaan door andere beslissingen. Zo gaf de
Duitse overheid onlangs de toestemming voor de bouw van
een stroomcentrale bij Düsseldorf die bruinkool zal
verbranden. Bruinkool heeft een hoog zwavelgehalte, draagt
bij aan zure regen en is de meest inefficiënte van
alle fossiele brandstoffen. Voor milieuactivisten is deze
beslissing van de overheid onverzoenbaar met het doel om
de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Daarnaast blijft de Duitse overheid zich
fel verzetten tegen de plannen van Europees commissaris
Stavros Dimas, die strengere normen voor de CO2-uitstoot
van nieuwe wagens wil invoeren. De gemiddelde CO2-uitstoot
bij nieuwe wagens bedraagt nu 162 gram per kilometer. Tegen
2012 moest dat volgens Dimas 120 gram worden. De Duitse
autolobby is er echter in geslaagd om de Duitse politici
aan zijn kant te krijgen en het voorstel af te zwakken tot
130 gram.
De Duitse auto-industrie slaagt er als
een van de weinige in Europa maar niet in om snel zuiverdere
en zuinigere motoren te ontwikkelen. De Duitse constructeurs
hebben al toegegeven dat ze hun eigen doelstelling om tegen
2008 wagens op de markt te brengen die slechts 140 gram
CO2 per kilometer uitstoten, niet zullen halen.
Het is een droevig feit dat de Europese
auto-industrie haar eigen verbintenissen niet nakomt,
zei bondskanselier Angela Merkel daarover vorige week. Maar
ze weigerde om het voorstel van commissaris Dimas te aanvaarden.
We kunnen geen algemene standaard invoeren voor alle
wagens, aldus Merkel, die kritiek kreeg dat haar betoog
vooral diende om de Duitse autoreuzen Mercedes Benz en BMW
te steunen.
Duitsland verzet zich ook tegen het Europese
plan om de aankoop emissierechten door Duitse ondernemingen
te beperken tot een jaarlijks maximum van 453 miljoen ton
voor de periode 2008-2012. Duitsland vraagt een limiet van
482 miljoen ton.
Sinds 2005 kunnen 12.000 grote industriële
bedrijven in de EU emissierechten kopen en verkopen. Als
ze minder broeikasgassen uitstoten dan de quota opleggen,
kunnen ze die uitgespaarde hoeveelheid verkopen als emissierechten.
Wie meer vervuilt, moet emissierechten aankopen. Hoge financiële
tegemoetkomingen vanwege de Duitse overheid moedigen de
industrie echter niet aan om de uitstoot te verminderen.
(IPS, Julio Godoy)
|