Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
VCP.nu

Brandstof is schaars in Irak, al heeft het land de op één na grootste oliereserves ter wereld

De grondwet maakt de weg vrij voor verdere privatisering van de Iraakse olievelden en grotere invloed van buitenlandse oliemultinationals
Irakezen sceptisch over 2006

BAGDAD, 21 december 2005 - De verkiezingen van vorige week waren een opsteker, en het geweld lijkt even te luwen. Maar de meeste Irakezen kijken met bitterheid terug naar het voorbije jaar en verwachten niet veel verbetering voor 2006.

"2005 was verschrikkelijk', zegt Um Feras, een docente Fysica aan de universiteit van Bagdad die haar echte naam liever niet vermeld ziet. "Ik moet eigenlijk bijna elke dag naar de campus, maar ik durf niet meer altijd. De soldaten zijn overal. Zelfs op bewolkte dagen dragen ze zonnebrillen, en ze richten hun geweren op iedereen, als echte gangsters."

Veel inwoners van Bagdad hebben angst voor de veiligheidstroepen die door de straten patrouilleren. Elke week doen de politie en het leger tientallen mensen verdwijnen. Rechten lijken verdachten niet te hebben. Onlangs werden er nieuwe folterkamers ontdekt in de Iraakse hoofdstad.

Ook de dagelijkse chaos in de straten van Bagdad maakt Feras wanhopig. Steeds opnieuw worden wegen en bruggen voor het verkeer afgesloten. Feras komt altijd te laat, net als haar studenten.

"Niets is goed in Irak", zegt Feras. "Huizen worden geplunderd, je buren lijden armoede, de stroom of het water blijven weg, en overal kan je vuurgevechten horen. Het einde van de ellende is nog niet in zicht.

Uit een onderzoek dat het peilingbureau TNS deze week uitbracht, blijkt dat 49 procent van de ondervraagden in Irak ervan uitgaat dat het volgend jaar beter wordt. Maar in Bagdad is van dat relatieve optimisme weinig te merken.

De stroomvoorziening in de Iraakse hoofdstad blijft nog altijd ver beneden het peil van voor de oorlog. De meeste huizen hebben drie tot vijf uur per dag stroom. Irak heeft niet genoeg geld om het elektriciteitsnet snel te herstellen en uit te breiden. Door de aanhoudende aanslagen loopt de Iraakse olie-export terug. En meer dan een vijfde van de 21 miljard dollar die de Amerikaanse regering opzij heeft gezet voor de heropbouw van Irak, moet worden uitgegeven aan veiligheid.

Wat hoopt Feras voor 2006? "Ik wil weer gewoon leven, ver weg van die schoften die ons land zijn binnengevallen. Verkiezingen en politiek laten me koud - die vormen toch alleen maar een onderdeel van de strategie van de indringers."

Feras begint te huilen. "Mijn droom voor het komende jaar is dat de indringers wegtrekken, dat we bestuurd worden door Irakezen die elkaar respecteren, dat we iets heropbouwen dat in de buurt komt van beschaving. We moeten terug naar de situatie waar iedereen om de anderen geeft en we de goedheid van God weer kunnen voelen. Maar ik denk niet dat het erin zit."

Andere inwoners van Bagdad klinken even verbitterd. "2005 was nog slechter dan 2004", vindt Ismael Mohammed, een 40-jarige leerbewerker. "Buiten de gezichten van onze bestuurders is er niets veranderd. (De bezetters) slepen weg wat ze kunnen, en intussen gaat het financieel bergaf, is er almaar minder benzine te krijgen en zijn de wegen er steeds slechter aan toe."

De Irakezen hebben alle redenen tot klagen. Meer dan de helft van de bevolking zit zonder werk. En weinig Irakezen hebben het gevoel dat ze beter worden van de democratie die hun land nu kent. "Waar is onze democratie?" vraagt Mohammed. "Wie profiteert van de nieuwe grondwet? We hadden er toch al een? Alles werkt nu met smeergeld. Je wil professor worden? Leg gewoon genoeg geld op tafel en je bent professor!".

Mohammed zegt dat zijn beste herinnering aan 2005 de dag was dat zijn neef werd vrijgelaten uit Abu Ghraib, de gevangenis waar Amerikaanse soldaten Iraakse gevangenen vernederden. Voor 2006 hoopt hij net als Feras dat de Amerikanen wegtrekken uit Irak. "We willen goede bestuurders, die alle mensen die geleden hebben vergoeden. Ik hoop dat de Irakezen erin slagen samen te werken en meer oog hebben voor de belangen van het land dan voor wat hen verdeelt." (IPS)

Irakezen woedend over dure benzine

BAGDAD, 22 december 2005 - Koken en autorijden zijn opeens dure hobby's geworden in Irak. In heel het land protesteren mensen tegen de drastische prijsverhogingen van benzine, diesel, kerosine en gas die de regering maandag (19 december) aankondigde. Onder druk van de straat hebben drie provincies in het zuiden van het land de prijsverhogingen al afgevoerd.

De Iraakse regering wil dat butaan- en propaangas voortaan drie keer meer opleveren; kerosine gaat vijf keer meer kosten. Benzine wordt zeven keer duurder, diesel negen keer. Een liter Iraakse benzine moet nu ongeveer 10 eurocent kosten - veel geld voor de arme Irakezen.

De Irakezen reageren verontwaardigd. "Leveren wij misschien alle brandstof uit onze raffinaderijen aan de Amerikaanse bezettingsmacht?" vraagt Akram Mohamed zich af. De taxichauffeur staat te wachten in een lange rij bij een benzinestation. Brandstof is ook schaars in Irak, al heeft het land de op één na grootste oliereserves ter wereld.

In Basra staken betogers banden in brand en blokkeerden ze wegen en benzinestations. In Amarah, 290 kilometer ten zuidwesten van Bagdad, leidde de aankondiging van de prijsverhogingen tot confrontaties tussen ontevreden burgers en de politie. In Tikrit betoogden meer dan 500 mensen; ook in Najaf, Suleiminiyah, Kut, Kerbala, Bagdad, Samawa en veel kleinere steden kwamen mensen op straat.

Nadat actievoerders een tijdlang de weg tussen Basra en Bagdad blokkeerden, riep de gouverneur van Basra een spoedvergadering van de provinciale raad bijeen. Die besliste de prijzen onveranderd te laten. Misan en Dhi Qar, twee andere van de 18 Iraakse provincies, hebben de prijsverhogingen ook naast zich neergelegd. Het lijkt erop dat er nog andere provincies zullen volgen.

De prijzen zijn opgetrokken om de groei van de zwarte markt in te dammen, verklaarde de woordvoerder van het Iraakse olieministerie, Assem Jihad. Op de zwarte markt was benzine tot acht keer duurder dan bij het tankstation. Kopers waren er toch, omdat de schaarste zo groot is. Maar nu vragen sommige pomphouders opeens elf keer meer dan vroeger. Dat maakt de klanten nog bozer.

Volgens vice-premier Ahmed Chalabi zullen 275 van de 500 miljoen euro die de prijsstijging de staat waarschijnlijk zal opleveren, "worden verdeeld onder arme gezinnen." Maar daar hechten weinig Irakezen geloof aan. "Iedereen wordt hier slechter van", zegt de 36-jarige Ismael Hamoudi. "Al ons eten wordt duurder, want het wordt van buiten de stad aangevoerd, en wie zal de gestegen transportkosten betalen?" De rest van wat de operatie opbrengt, wil de regering investeren in de economische relance.

De Iraakse olieminister, Ibrahim Bahr al-Uloum, heeft met ontslag gedreigd als de onrust blijft aanhouden. Maar dat maakt geen indruk op de Irakezen. Die zijn woedend dat brandstoffen zo duur kunnen zijn in een land dat zoveel olie bovenhaalt.

Irak heeft sinds het bewind van Saddam Hoessein altijd de brandstofprijzen gesubsidieerd. Maar donoren als de Wereldbank dringen er nu op aan dat die subsidies afgebouwd worden.

Irak moet nog altijd meer dan de helft van zijn brandstof invoeren. Dat kost het land meer dan vijf miljard euro per jaar. (IPS)

Irakezen staan uren in de rij voor olie

BAGDAD, 1 december 2005 - Irak heeft de op één na grootste olievoorraad ter wereld, maar in eigen land beheersen olietekorten het dagelijks leven. Irakezen moeten uren in de rij staan voor een kleine hoeveelheid brandstof. Mensen verliezen hun baan of stoppen met studeren omdat ze vervoersproblemen hebben; en sommige gezinnen kunnen hun huis amper verwarmen of verlichten.

Onder Saddam Hoessein moesten Irakezen maar een paar eurocent per liter benzine neertellen. Kerosine, bestemd voor generatoren, was nog goedkoper, omdat er dankzij het betrouwbare elektriciteitsnet weinig behoefte aan thuisgeneratoren was.

Intussen is kerosine schaars en duur geworden. Elektriciteitsuitval zorgde voor een stormloop op generatoren die op kerosine werken. Bovendien mogen de inwoners van Bagdad niet meer op elke dag van de week autorijden. Wie een nummerplaat heeft die eindigt in een even nummer, mag alleen op even datums rijden en wie een nummerplaat heeft die eindigt in een oneven nummer, mag alleen op oneven datums rijden. Alleen enkele rijke families, die twee auto's hebben met zowel een even als oneven nummer, kunnen elke dag autorijden. Automobilisten mogen alleen benzine kopen op dagen dat ze mogen autorijden. Die beperking, in combinatie met de brandstoftekorten, leidt ertoe dat sommige inwoners van Bagdad maar eens in de drie of vijf dagen kunnen autorijden.

"Ik heb eens dertien uur in de rij gestaan bij een tankstation", zegt de Iraakse journalist Isham Rashid. "Tegen de avond had ik nog steeds geen benzine. Een Amerikaanse patrouille zei toen dat ik naar huis moest gaan, omdat de avondklok bijna inging." Veel Irakezen zijn dan ook nog eens bang om getroffen te worden door geweervuur of een autobom als ze bij een tankstation in de rij staan", zegt Khulood, die in Bagdad verblijft als vluchteling.

De beperkte vervoersmogelijkheden hebben grote invloed op de werkgelegenheid. Chauffeurs behoren tot de weinigen die nog werk kunnen vinden in Bagdad. Veel Irakezen uit de middenklasse zijn hun oude baan kwijt, anderen kunnen hun opleiding niet voorzetten. "Ik werk nu als taxichauffeur, vanwege mijn financiële situatie en omdat het ondoenlijk is geworden mijn opleiding af te maken", zegt Hussein, een twintiger.

Onder Saddam zorgde het Olie-voor-Voedselprogramma van de Verenigde Naties ondanks sancties voor extra olieproductie. Irak haalde de limiet en produceerde illegaal zelfs meer. De olievoorziening verliep in die tijd zonder problemen, omdat de boorvelden en pijpleidingen goed beveiligd waren.

Na Amerikaanse invasie verslechterde de veiligheidssituatie in Irak snel. Oliepijpleidingen in het land werden meer dan tweehonderd keer gesaboteerd. Door de telkens terugkerende sabotageacties, raakten de lokale olievoorraden vrijwel uitgeput. Een groot deel van de olieproductie is inmiddels in handen van buitenlandse bedrijven, die aan het begin van de oorlog contracten afsloten.

De Irakiezen geloven dat de brandstof die in Irak geproduceerd wordt, voor export is bestemd en dat brandstof voor binnenlands gebruik wordt geïmporteerd uit Koeweit en andere landen in de regio.

De vraag naar brandstof en generatoren heeft geleid tot een omvangrijke zwarte markt in Bagdad. Langs autowegen en in buitenwijken zijn veelal jonge Irakezen te vinden, die wachten op kopers voor hun brandstof. Sommigen zitten rustig te wachten langs de weg, anderen proberen aandacht te trekken door met geïmproviseerde trechters - gemaakt van frisdrankflessen - naar passerende automobilisten te zwaaien. Het tekort aan brandstof is slechts een van de problemen in het nieuwe Irak, maar het is symbool geworden voor het falen van het Amerikaanse beleid in het land. De Iraakse economie kan pas opkrabbelen als het tekort aan brandstof wordt aangepakt. Irakezen vrezen dat de nieuwe Iraakse grondwet, die kort geleden werd aangenomen in een referendum, het probleem alleen maar verergert. De grondwet maakt de weg vrij voor verdere privatisering van de Iraakse olievelden en grotere invloed van buitenlandse oliemultinationals. (IPS)


ARCHIEF