Brandstof is schaars in Irak, al heeft het land de op
één na grootste oliereserves ter wereld
De grondwet maakt de weg vrij voor verdere privatisering
van de Iraakse olievelden en grotere invloed van buitenlandse oliemultinationals
|
|
Irakezen sceptisch over 2006
BAGDAD, 21 december 2005 - De verkiezingen
van vorige week waren een opsteker, en het geweld lijkt
even te luwen. Maar de meeste Irakezen kijken met bitterheid
terug naar het voorbije jaar en verwachten niet veel verbetering
voor 2006.
"2005 was verschrikkelijk', zegt
Um Feras, een docente Fysica aan de universiteit van Bagdad
die haar echte naam liever niet vermeld ziet. "Ik moet
eigenlijk bijna elke dag naar de campus, maar ik durf niet
meer altijd. De soldaten zijn overal. Zelfs op bewolkte
dagen dragen ze zonnebrillen, en ze richten hun geweren
op iedereen, als echte gangsters."
Veel inwoners van Bagdad hebben angst
voor de veiligheidstroepen die door de straten patrouilleren.
Elke week doen de politie en het leger tientallen mensen
verdwijnen. Rechten lijken verdachten niet te hebben. Onlangs
werden er nieuwe folterkamers ontdekt in de Iraakse hoofdstad.
Ook de dagelijkse chaos in de straten
van Bagdad maakt Feras wanhopig. Steeds opnieuw worden wegen
en bruggen voor het verkeer afgesloten. Feras komt altijd
te laat, net als haar studenten.
"Niets is goed in Irak", zegt
Feras. "Huizen worden geplunderd, je buren lijden armoede,
de stroom of het water blijven weg, en overal kan je vuurgevechten
horen. Het einde van de ellende is nog niet in zicht.
Uit een onderzoek dat het peilingbureau
TNS deze week uitbracht, blijkt dat 49 procent van de ondervraagden
in Irak ervan uitgaat dat het volgend jaar beter wordt.
Maar in Bagdad is van dat relatieve optimisme weinig te
merken.
De stroomvoorziening in de Iraakse hoofdstad
blijft nog altijd ver beneden het peil van voor de oorlog.
De meeste huizen hebben drie tot vijf uur per dag stroom.
Irak heeft niet genoeg geld om het elektriciteitsnet snel
te herstellen en uit te breiden. Door de aanhoudende aanslagen
loopt de Iraakse olie-export terug. En meer dan een vijfde
van de 21 miljard dollar die de Amerikaanse regering opzij
heeft gezet voor de heropbouw van Irak, moet worden uitgegeven
aan veiligheid.
Wat hoopt Feras voor 2006? "Ik wil
weer gewoon leven, ver weg van die schoften die ons land
zijn binnengevallen. Verkiezingen en politiek laten me koud
- die vormen toch alleen maar een onderdeel van de strategie
van de indringers."
Feras begint te huilen. "Mijn droom
voor het komende jaar is dat de indringers wegtrekken, dat
we bestuurd worden door Irakezen die elkaar respecteren,
dat we iets heropbouwen dat in de buurt komt van beschaving.
We moeten terug naar de situatie waar iedereen om de anderen
geeft en we de goedheid van God weer kunnen voelen. Maar
ik denk niet dat het erin zit."
Andere inwoners van Bagdad klinken even
verbitterd. "2005 was nog slechter dan 2004",
vindt Ismael Mohammed, een 40-jarige leerbewerker. "Buiten
de gezichten van onze bestuurders is er niets veranderd.
(De bezetters) slepen weg wat ze kunnen, en intussen gaat
het financieel bergaf, is er almaar minder benzine te krijgen
en zijn de wegen er steeds slechter aan toe."
De Irakezen hebben alle redenen tot klagen.
Meer dan de helft van de bevolking zit zonder werk. En weinig
Irakezen hebben het gevoel dat ze beter worden van de democratie
die hun land nu kent. "Waar is onze democratie?"
vraagt Mohammed. "Wie profiteert van de nieuwe grondwet?
We hadden er toch al een? Alles werkt nu met smeergeld.
Je wil professor worden? Leg gewoon genoeg geld op tafel
en je bent professor!".
Mohammed zegt dat zijn beste herinnering
aan 2005 de dag was dat zijn neef werd vrijgelaten uit Abu
Ghraib, de gevangenis waar Amerikaanse soldaten Iraakse
gevangenen vernederden. Voor 2006 hoopt hij net als Feras
dat de Amerikanen wegtrekken uit Irak. "We willen goede
bestuurders, die alle mensen die geleden hebben vergoeden.
Ik hoop dat de Irakezen erin slagen samen te werken en meer
oog hebben voor de belangen van het land dan voor wat hen
verdeelt." (IPS)
|
| Irakezen
woedend over dure benzine
BAGDAD, 22 december 2005 - Koken en autorijden
zijn opeens dure hobby's geworden in Irak. In heel het land
protesteren mensen tegen de drastische prijsverhogingen
van benzine, diesel, kerosine en gas die de regering maandag
(19 december) aankondigde. Onder druk van de straat hebben
drie provincies in het zuiden van het land de prijsverhogingen
al afgevoerd.
De Iraakse regering wil dat butaan- en
propaangas voortaan drie keer meer opleveren; kerosine gaat
vijf keer meer kosten. Benzine wordt zeven keer duurder,
diesel negen keer. Een liter Iraakse benzine moet nu ongeveer
10 eurocent kosten - veel geld voor de arme Irakezen.
De Irakezen reageren verontwaardigd. "Leveren
wij misschien alle brandstof uit onze raffinaderijen aan
de Amerikaanse bezettingsmacht?" vraagt Akram Mohamed
zich af. De taxichauffeur staat te wachten in een lange
rij bij een benzinestation. Brandstof is ook schaars in
Irak, al heeft het land de op één na grootste
oliereserves ter wereld.
In Basra staken betogers banden in brand
en blokkeerden ze wegen en benzinestations. In Amarah, 290
kilometer ten zuidwesten van Bagdad, leidde de aankondiging
van de prijsverhogingen tot confrontaties tussen ontevreden
burgers en de politie. In Tikrit betoogden meer dan 500
mensen; ook in Najaf, Suleiminiyah, Kut, Kerbala, Bagdad,
Samawa en veel kleinere steden kwamen mensen op straat.
Nadat actievoerders een tijdlang de weg
tussen Basra en Bagdad blokkeerden, riep de gouverneur van
Basra een spoedvergadering van de provinciale raad bijeen.
Die besliste de prijzen onveranderd te laten. Misan en Dhi
Qar, twee andere van de 18 Iraakse provincies, hebben de
prijsverhogingen ook naast zich neergelegd. Het lijkt erop
dat er nog andere provincies zullen volgen.
De prijzen zijn opgetrokken om de groei
van de zwarte markt in te dammen, verklaarde de woordvoerder
van het Iraakse olieministerie, Assem Jihad. Op de zwarte
markt was benzine tot acht keer duurder dan bij het tankstation.
Kopers waren er toch, omdat de schaarste zo groot is. Maar
nu vragen sommige pomphouders opeens elf keer meer dan vroeger.
Dat maakt de klanten nog bozer.
Volgens vice-premier Ahmed Chalabi zullen
275 van de 500 miljoen euro die de prijsstijging de staat
waarschijnlijk zal opleveren, "worden verdeeld onder
arme gezinnen." Maar daar hechten weinig Irakezen geloof
aan. "Iedereen wordt hier slechter van", zegt
de 36-jarige Ismael Hamoudi. "Al ons eten wordt duurder,
want het wordt van buiten de stad aangevoerd, en wie zal
de gestegen transportkosten betalen?" De rest van wat
de operatie opbrengt, wil de regering investeren in de economische
relance.
De Iraakse olieminister, Ibrahim Bahr
al-Uloum, heeft met ontslag gedreigd als de onrust blijft
aanhouden. Maar dat maakt geen indruk op de Irakezen. Die
zijn woedend dat brandstoffen zo duur kunnen zijn in een
land dat zoveel olie bovenhaalt.
Irak heeft sinds het bewind van Saddam
Hoessein altijd de brandstofprijzen gesubsidieerd. Maar
donoren als de Wereldbank dringen er nu op aan dat die subsidies
afgebouwd worden.
Irak moet nog altijd meer dan de
helft van zijn brandstof invoeren. Dat kost het land meer
dan vijf miljard euro per jaar. (IPS)
|
|
Irakezen staan uren
in de rij voor olie
BAGDAD, 1 december 2005 - Irak heeft
de op één na grootste olievoorraad ter wereld,
maar in eigen land beheersen olietekorten het dagelijks
leven. Irakezen moeten uren in de rij staan voor een kleine
hoeveelheid brandstof. Mensen verliezen hun baan of stoppen
met studeren omdat ze vervoersproblemen hebben; en sommige
gezinnen kunnen hun huis amper verwarmen of verlichten.
Onder Saddam Hoessein moesten Irakezen
maar een paar eurocent per liter benzine neertellen. Kerosine,
bestemd voor generatoren, was nog goedkoper, omdat er dankzij
het betrouwbare elektriciteitsnet weinig behoefte aan thuisgeneratoren
was.
Intussen is kerosine schaars en duur geworden.
Elektriciteitsuitval zorgde voor een stormloop op generatoren
die op kerosine werken. Bovendien mogen de inwoners van
Bagdad niet meer op elke dag van de week autorijden. Wie
een nummerplaat heeft die eindigt in een even nummer, mag
alleen op even datums rijden en wie een nummerplaat heeft
die eindigt in een oneven nummer, mag alleen op oneven datums
rijden. Alleen enkele rijke families, die twee auto's hebben
met zowel een even als oneven nummer, kunnen elke dag autorijden.
Automobilisten mogen alleen benzine kopen op dagen dat ze
mogen autorijden. Die beperking, in combinatie met de brandstoftekorten,
leidt ertoe dat sommige inwoners van Bagdad maar eens in
de drie of vijf dagen kunnen autorijden.
"Ik heb eens dertien uur in de rij
gestaan bij een tankstation", zegt de Iraakse journalist
Isham Rashid. "Tegen de avond had ik nog steeds geen
benzine. Een Amerikaanse patrouille zei toen dat ik naar
huis moest gaan, omdat de avondklok bijna inging."
Veel Irakezen zijn dan ook nog eens bang om getroffen te
worden door geweervuur of een autobom als ze bij een tankstation
in de rij staan", zegt Khulood, die in Bagdad verblijft
als vluchteling.
De beperkte vervoersmogelijkheden hebben
grote invloed op de werkgelegenheid. Chauffeurs behoren
tot de weinigen die nog werk kunnen vinden in Bagdad. Veel
Irakezen uit de middenklasse zijn hun oude baan kwijt, anderen
kunnen hun opleiding niet voorzetten. "Ik werk nu als
taxichauffeur, vanwege mijn financiële situatie en
omdat het ondoenlijk is geworden mijn opleiding af te maken",
zegt Hussein, een twintiger.
Onder Saddam zorgde het Olie-voor-Voedselprogramma
van de Verenigde Naties ondanks sancties voor extra olieproductie.
Irak haalde de limiet en produceerde illegaal zelfs meer.
De olievoorziening verliep in die tijd zonder problemen,
omdat de boorvelden en pijpleidingen goed beveiligd waren.
Na Amerikaanse invasie verslechterde de
veiligheidssituatie in Irak snel. Oliepijpleidingen in het
land werden meer dan tweehonderd keer gesaboteerd. Door
de telkens terugkerende sabotageacties, raakten de lokale
olievoorraden vrijwel uitgeput. Een groot deel van de olieproductie
is inmiddels in handen van buitenlandse bedrijven, die aan
het begin van de oorlog contracten afsloten.
De Irakiezen geloven dat de brandstof
die in Irak geproduceerd wordt, voor export is bestemd en
dat brandstof voor binnenlands gebruik wordt geïmporteerd
uit Koeweit en andere landen in de regio.
De vraag naar brandstof en generatoren
heeft geleid tot een omvangrijke zwarte markt in Bagdad.
Langs autowegen en in buitenwijken zijn veelal jonge Irakezen
te vinden, die wachten op kopers voor hun brandstof. Sommigen
zitten rustig te wachten langs de weg, anderen proberen
aandacht te trekken door met geïmproviseerde trechters
- gemaakt van frisdrankflessen - naar passerende automobilisten
te zwaaien. Het tekort aan brandstof is slechts een van
de problemen in het nieuwe Irak, maar het is symbool geworden
voor het falen van het Amerikaanse beleid in het land. De
Iraakse economie kan pas opkrabbelen als het tekort aan
brandstof wordt aangepakt. Irakezen vrezen dat de nieuwe
Iraakse grondwet, die kort geleden werd aangenomen in een
referendum, het probleem alleen maar verergert. De grondwet
maakt de weg vrij voor verdere privatisering van de Iraakse
olievelden en grotere invloed van buitenlandse oliemultinationals.
(IPS)
|
|
ARCHIEF
|