|
Mogelijk akkoord tussen VS en Europa
bedreigt Doharonde
GENEVE, 19 december 2007 - Er heerst
voorzichtig optimisme in de onderhandelingen over de verdere
vrijmaking van de wereldhandel, maar de ontwikkelingslanden
zijn beducht voor geheime afspraken tussen de VS en de Europese
Unie. Die dreigen de ontwikkelingslanden buitenspel te zetten
in de zogenaamde Doharonde.
Volgens de Zuid-Afrikaanse onderhandelingsleider
Faizel Ismail kan een geheim akkoord tussen de VS en Europa
onder meer leiden tot minder ambitieuze doelstellingen in
de onderhandelingen over landbouw, de belangrijkste twistappel
binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De ontwikkelingslanden
eisen dat de VS en Europa de gulle steun aan hun boeren
terugschroeven en hun landbouwmarkten meer openstellen voor
import uit de ontwikkelingslanden.
De ontwikkelingslanden hebben slechte
herinneringen aan de Uruguayronde, de vorige onderhandelingsmarathon
over de wereldhandel die duurde van 1986 tot 1994. Toen
kwam er pas een akkoord nadat de Verenigde Staten en het
Europese blok, de absolute handelsgrootmachten van de toenmalige
wereld, onderling overeenstemming hadden bereikt. Daardoor
werden belangrijke punten over de hoofden van de ontwikkelingslanden
heen geregeld.
Uitstel
Alle 151 WTO-lidstaten zeggen dat ze de
Doharonde, het onderhandelingsproces dat de Wereldhandelsorganisatie
in 2001 in de Qatarese hoofdstad Doha opstartte, volgend
jaar willen afronden. Volgens de directeur-generaal van
de WTO, Pascal Lamy, is dat perfect mogelijk als er begin
volgend jaar overeenstemming is over de grote lijnen van
een akkoord over de handel in landbouwproducten en over
de verlaging van de invoerrechten op nijverheidsgoederen.
Voorlopig is die overeenstemming er nog
niet. De tweejaarlijkse ministerconferentie die de WTO eigenlijk
deze maand had moeten organiseren, is daarom voor onbeperkte
tijd uitgesteld. De organisatie probeert een herhaling te
vermijden van Seattle in 1999 en Cancun in 2003. Die twee
ministeriële conferenties mislukten grandioos.
Er is onder meer onenigheid over welke
themas het dringendst moeten worden aangepakt. Volgens
Lamy moet alle aandacht gaan naar de handel in landbouwproducten
en nijverheidsgoederen; een doorbraak op die vlakken kan
de onderhandelingen over andere themas eindelijk goed
op gang brengen.
Maar Ismail vindt dat er meteen ook moet
gediscussieerd worden over andere themas waarbij voor
de ontwikkelingslanden veel op het spel staat: markttoegang
in de dienstensector en de speciale behandeling van de Minst
Ontwikkelde Landen bijvoorbeeld. De ontwikkelingslanden
willen het ook hebben over de band die zij zien tussen intellectuele
eigendomsrechten in de handelssfeer en de bescherming van
de biodiversiteit.
Meteen als het over concrete ideeën
gaat, blijkt het water tussen de verschillende blokken in
de WTO vaak nog erg diep. De G 20, een alliantie van ontwikkelingslanden
die veel landbouwproducten uitvoeren, legde deze week een
voorstel voor om een aantal knelpunten in de discussies
over de handel in landbouwproducten weg te werken. De voorstellen
over een verlaging van de invoerheffingen op die producten,
werden echter meteen van tafel geveegd door de G 10, een
groep van landen als Japan, Zwitserland, Noorwegen en Zuid-Korea
die hun landbouwmarkt sterk afschermen. Heffingen op de
import van rijst kunnen in Japan bijvoorbeeld oplopen tot
800 procent.
Meteen wanneer de WTO haar werkzaamheden
weer aanvat in januari, komt het landbouwthema opnieuw aan
de orde. Eind januari moet er een nieuw ontwerpakkoord voor
dat terrein klaar zijn. (IPS)
|